Maagkanker

Tmc over deze informatie

Maagkanker is kanker van de maag. Een ander woord voor maagkanker is maagcarcinoom.

Adenocarcinoom

Meestal ontstaat maagkanker uit cellen in het slijmvlies dat de maagwand bekleedt. Deze tumor heet een adenocarcinoom.

De volgende informatie over maagkanker gaat over adenocarcinoom.

Er bestaan 2 types adenocarcinoom:
  • het intestinaal type: 90-95% van de adenocarcinomen
  • het diffuus type: ongeveer 5% van de adenocarcinomen

Een diffuus type adenocarcinoom van de maag kan ontstaan als gevolg van een genetische afwijking: een CDH1 mutatie. Dan is er sprake van een erfelijke vorm van maagkanker. Dit komt zelden voor.

Intestinaal of diffuus

Of maagkanker intestinaal of diffuus is, zegt iets over de groei van de cellen in de maag. Bij het intestinale type houden de tumorcellen zich aan het normale groeipatroon. Ze lijken op de maagkliercellen. Bij het diffuse type verliezen de cellen hun normale groeipatroon.

Linitis plastica

Het diffuus type adenocarcinoom leidt meestal tot een linitis plastica. Linitis plastica is een vorm van maagkanker die zich verspreidt in de iets diepere laag van het maagslijmvlies. Linitis plastica tast de gehele maag aan. Vaak zijn ook tumorcellen in aangrenzende organen te vinden, zoals de twaalfvingerige darm en slokdarm.

De omvang van de linitis plastica heeft belangrijke gevolgen voor de mogelijkheden van behandeling. Een operatie, indien mogelijk, is meestal uitgebreider.

Andere vormen van kanker in de maag

Er zijn ook andere vormen van kanker in de maag:
  • maaglymfomen (MALT): dit zijn kankers die ontstaan uit de cellen van het immuunsysteem in de maagwand
  • gastro-intestinale tumoren (GIST): deze ontstaan waarschijnlijk uit cellen in de maagwand
  • neuro-endocriene tumoren (NET): deze ontstaan uit zenuwcellen of hormooncellen van de maag

Deze vormen van kanker in de maag zijn veel zeldzamer. Ze maken ongeveer 5% van het totaal uit (MALT 3-5%, GIST 1-2%, NET 0,5%). De behandeling van deze tumoren in de maag is anders dan de behandeling van het adenocarcinoom van de maag.

Hoe vaak komt maagkanker voor?

In Europa krijgen gemiddeld 1 of 2 op de 100 mannen en 0,5 tot 1 op de 100 vrouwen maagkanker. Bij mannen komt maagkanker het meest voor tussen de 60-75 jaar. De meeste vrouwen met maagkanker zijn 75 jaar en ouder.

Groeiwijze maagtumor

In het begin bevindt de maagkanker zich in een klein gebied van de maag. De tumor is dan niet doorgegroeid in de maagwand en geeft vaak nog geen klachten.

Een tumor kan daarna op verschillende manieren groeien:
  • via de maagwand in het onderste deel van de slokdarm. Dit kan vooral gebeuren bij een gezwel bij de maagingang.
  • via de maagwand in het bovenste deel van de dunne darm. Dit kan vooral gebeuren bij een gezwel bij de maaguitgang.
  • dwars door de maagwand en de buitenkant van de maag bereiken. Soms groeit het gezwel in organen ernaast. Bijvoorbeeld in de alvleesklier, de dikke darm, de milt of lever.

Maag

Maag

Maag

De maag is een onderdeel van het spijsverteringskanaal. Hij ligt midden en boven in de buik, vlak onder het middenrif. Het middenrif is een grote ‘koepelvormige’ spier. Deze spier scheidt de borst- en de buikholte van elkaar.

De maag is een rekbaar orgaan dat van boven breed is en van onder smal. De maag bestaat uit:
  • maagingang (cardia): overgang van de slokdarm naar de maag
  • maagkoepel (fundus): het deel dat tegen het middenrif aanligt
  • corpus: middelste deel van de maag
  • antrum: onderste deel van de maag
  • maaguitgang met sluitspier (pylorus): overgang van de maag in de twaalfvingerige darm

Maagkanker ontstaat vaak in de maagwand. De maagwand bestaat uit:
  • slijmvlieslaag
  • 3 spierlagen
  • bindweefsellaag


De maag wordt bedekt door het buikvlies. Rond de maag zit een groot aantal lymfeklieren. Aan de onderkant van de maag hangt een vetschort. Dit vetschort bedekt een groot deel van de darmen. De dikke darm ligt aan de onderkant tegen de maag aan. De alvleesklier ligt achter de maag. De milt ligt aan de linkerkant tegen de fundus van de maag.

Hoe werkt de maag?

In de maag wordt voedsel tijdelijk opgeslagen en voorbewerkt. Het slijmvlies van de maag produceert maagsap. Dit bestaat uit zoutzuur, slijm en stoffen die betrokken zijn bij de voedselvertering. Spierlagen kneden het voedsel in de maag en vermengen het met maagsap.

De sluitspier van de maag zorgt ervoor dat de voedselbrij een tijdje in de maag blijft. Zo kan het maagsap zijn werk doen. De voedselbrij die zo ontstaat verlaat gedoseerd en met tussenpozen de maag en komt dan in de twaalfvingerige darm terecht. De sluitspier zorgt ervoor dat het voedsel naar de twaalfvingerige darm gaat en dat het niet terugstroomt naar de maag.

Rest van de spijsvertering

In de twaalfvingerige darm mondt de grote galbuis uit. Die zorgt ervoor dat gal wordt toegevoegd aan de voedselbrij. De lever maakt de gal.

Ook de afvoergang van de alvleesklier komt uit in de twaalfvingerige darm. De gal en de vloeistof die wordt gemaakt door de alvleesklier spelen een rol bij de vertering van het voedsel. 

Het voedsel gaat verder via de dunne darm naar de dikke darm. In de dunne darm worden de voedingsstoffen tot zo kleine mogelijke deeltjes gemaakt en opgenomen in het lichaam.

Het laatste deel van de spijsvertering gebeurt in de dikke darm. Daar worden water en zouten onttrokken aan het overgebleven voedsel en in het bloed opgenomen. Wat overblijft, verlaat het lichaam als ontlasting.

Organen in de buikholte - maag

Organen in de buikholte - maag