Behandeling en bijwerkingen

Operatie bij ewingsarcoom

Opslaan

Iemand met ewingsarcoom krijgt meestal pas een operatie na behandeling met chemotherapie en/of bestraling.

Welke operatie dat is hangt af van:

  • De grootte van de tumor
  • De plek waar de tumor zit 
  • De uitbreiding van de tumor in omliggende weefsels zoals het gewricht, de spieren, zenuwen en bloedvaten

Twee weken voor de geplande operatie krijg je een MRI- of CT-scan. Hierop is te zien hoe de tumor gereageerd heeft op de chemotherapie.

Het doel van de operatie is de tumor te verwijderen. De chirurg snijdt altijd ruim om de tumor heen. Hiermee probeert hij te voorkomen dat er kwaadaardige cellen achterblijven en de tumor later weer terugkomt. Soms moet hij spieren, bloedvaten en zenuwen weghalen of omleiden.

Ledemaat behouden of amputatie

Zit de tumor in de arm of het been? Dan kan dit lichaamsdeel meestal behouden blijven. De chirurg vervangt het verwijderde deel van het bot door donorbot, eigen bot of een prothese.

Wanneer de tumor door zenuwen en bloedvaten groeit en de chirurg de arm of het been niet functioneel kan herstellen, is amputatie de enige mogelijkheid.

Omkeerplastiek

Een speciale vorm van amputatie die gebruikt kan worden bij het been is de omkeerplastiek. Na amputatie van de knie en een deel van het bovenbeen, zet de chirurg het onderbeen omgekeerd aan het resterende deel van het bovenbeen vast.

De hiel wijst dan naar voren, de tenen wijzen naar achteren. Hierdoor kan de enkel als kniegewricht fungeren. Daarna krijgt de patiënt een prothese aangemeten.

De chirurg kan omkeerplastiek toepassen wanneer:

  • De tumor vlak boven de knie zit en
  • De tumor niet beensparend weggehaald kan worden en
  • Er in het onderbeen en de zenuwen geen tumor(en) zitten

Wervel- en bekkenchirurgie

Zit de tumor in de wervels of in het bekken, dan streeft de chirurg ernaar om de tumor in zijn geheel te verwijderen. Daarbij neemt hij ook een gedeelte van het gezonde weefsel mee. Door de nauwe relatie met het ruggenmerg is het soms moeilijk de tumor in zijn geheel te verwijderen.

Als een deel van het gezonde weefsel verwijderd is, kan een reconstructie nodig zijn. De afgelopen jaren zijn de mogelijkheden voor reconstructie sterk verbeterd.

Gevolgen van de operatie

Na de operatie kun je pijn hebben aan de wond en soms ook aan de spieren. Deze pijn verdwijnt meestal na enkele dagen.

Bij een amputatie treedt bij driekwart van de patiënten fantoompijn op. Dit is pijn die gevoeld wordt in een geamputeerd lichaamsdeel. Bij een omkeerplastiek heb je geen fantoompijn omdat de heupzenuw (ischiadicus) niet doorgesneden wordt.

Mogelijke complicaties van de operatie zijn:

  • Wondinfectie: bij 5-15% van de operaties treedt een infectie op. Dit is een vervelende complicatie, vooral bij een prothese.
  • Trombose: mensen die een langdurige operatie ondergaan aan 1 van de ledematen hebben meer kans op verstopping van de aderen door een bloedstolsel. Dit heet trombose. Om trombose te voorkomen krijg je vanaf de operatie 6 weken lang injecties met bloedverdunnende medicijnen. Toch blijft er nog een risico op een trombosebeen.
  • Beschadiging van een zenuw: tijdens de operatie kan een zenuw opgerekt worden of bekneld raken. Soms is een zenuw tijdens de operatie doorgesneden.
  • Loslaten van de prothese: soms kunnen prothesen loslaten. Meestal is dan een nieuwe operatie noodzakelijk.

Voor de operatie zal de arts met je bespreken welke risico’s een zo volledig mogelijke verwijdering van de tumor met zich meebrengt. Samen bepaal je of die risico’s opwegen tegen de vooruitzichten na de operatie.

Over deze pagina

De informatie in de bibliotheek is getoetst door medisch specialisten en andere deskundigen.

Laatste update: september 2017

Dit artikel is geschreven door KWF Kankerbestrijding, Patiëntenplatform Sarcomen.

Met medewerking van

Dr. Jutte, P.C. (chirurg), Dr. Westermann, A.M. (medisch oncoloog)