Onderzoek en diagnose

Video Capsule Endoscopie

Opslaan

Met een Video Capsule Endoscopie onderzoekt de arts de binnenkant van het maagdarmstelsel met een kleine camera. De camera is ingebouwd in een capsule ter grootte van een grote pil. Nadat u de capsule heeft ingeslikt maakt de camera 2 keer per seconde een foto.

De beelden worden doorgestuurd naar een datarecorder die de foto's bewaart. Deze datarecorder draagt u in een tasje mee. De capsule volgt de weg die de voeding normaal ook volgt. Binnen 24 – 48 uur poept u de capsule weer uit.

De dag voorafgaand aan het onderzoek moet u laxeren om het hele maagdarmstelsel schoon te krijgen. U krijgt daarvoor instructies van het ziekenhuis. Een Video Capsule Endoscopie is vooral geschikt om de dunne darm van binnen te bekijken. Deze darm is zo lang dat het lastig is om dat met een ander onderzoek te doen.

Afwijking

De arts stelt u een Video Capsule Endoscopie voor als hij vermoedt dat er in de dunne darm een afwijking zit. Bij onverklaarbaar bloedverlies onderzoekt de arts vaak eerst de slokdarm, maag en dikke darm. Daar komen veel vaker afwijkingen in voor dan in de dunne darm. Als de oorzaak daar niet te vinden is, kan een Video Capsule Endoscopie zinvol zijn.

Een Video Capsule Endoscopie is niet altijd de meest geschikte onderzoeksmethode. Tijdens het onderzoek kan de arts bijvoorbeeld geen weefsel voor onderzoek afnemen. Ook kan hij eventuele poliepen niet verwijderen. En bij een grote tumor of poliep kan de camera vast komen te zitten.

Als het al vrij duidelijk is dat het om een tumor gaat, wordt er geen Video Capsule Endoscopie gedaan. Het is dan vaak zinvoller om meteen te opereren. Tijdens de operatie haalt de chirurg de tumor weg. Daarna onderzoekt de patholoog het tumorweefsel onder te microscoop. De operatie is dan een behandeling en een onderzoek ineen.

Over deze pagina

De informatie in de bibliotheek is getoetst door medisch specialisten en andere deskundigen.

Laatste update: juli 2015

Dit artikel is geschreven door KWF Kankerbestrijding.

Met medewerking van

Prof. Dr. Hillegersberg, R. (chirurg), Prof. Dr. Punt, C.J.A. (medisch oncoloog)