Schildklierkanker

Tmc over deze informatie

Schildklierkanker is kanker van de schildklier. Een ander woord hiervoor is schildkliercarcinoom. Per jaar krijgen ongeveer 700 mensen in Nederland de diagnose schildklierkanker.

Er zijn verschillende vormen van schildklierkanker. Ongeveer 90% van de patiënten heeft papillair of folliculair schildkliercarcinoom. De informatie op deze website gaat vooral over deze vormen.

Papillaire en folliculaire schildklierkanker zijn goed te behandelen. Er is dan weinig kans dat de ziekte terugkomt.

Papillaire schildklierkanker

Papillaire schildklierkanker ontstaat uit de follikelcellen van de schildklier. Follikelcellen produceren het schildklierhormoon. Dit hormoon speelt een belangrijke rol bij de stofwisseling.

Papillaire schildklierkanker is de meest voorkomende vorm: ongeveer 75% van alle mensen met schildklierkanker heeft papillaire schildklierkanker. 10 jaar na de diagnose zijn 95% van de mensen nog in leven.

Papillaire schildklierkanker groeit meestal langzaam. De kankercellen zijn vaak gevoelig voor behandeling met radioactief jodium. Als de tumor niet behandeld wordt, kunnen de kankercellen uitzaaien naar o.a. de lymfeklieren en longen.

Folliculaire schildklierkanker

Ook folliculaire schildklierkanker ontstaat uit de follikelcellen. Alleen onder de microscoop zijn deze papillaire en folliculaire schildklierkanker van elkaar te onderscheiden.

Ongeveer 15% van de mensen met schildklierkanker heeft de folliculaire variant. De 10-jaars overleving is 80%.

Ook deze vorm groeit langzaam en kan behandeld worden met radioactief jodium. Uitzaaiingen ontstaan meestal in de longen en botten.

Medullaire schildklierkanker

Medullaire schildklierkanker komt minder vaak voor. Ongeveer 5% van de mensen met schildklierkanker heeft deze vorm. De gemiddelde 10-jaars overleving is 70%. Maar bij uitzaaiingen is de kans op langdurige overleving lager: zo’n 20%.

Medullaire schildklierkanker ontstaat uit de C-cellen van de schildklier. De C-cellen maken een ander hormoon: calcitonine. Dit hormoon speelt een rol bij het calciumgehalte in het bloed.

Een medullaire schildkliertumor gedraagt zich vaker agressiever dan de papillaire en folliculaire vormen. Medullaire schildklierkanker kan uitzaaien naar o.a. de longen, lymfeklieren en lever. Een belangrijk verschil is dat medullaire schildklierkanker niet gevoelig is voor behandeling met radioactief jodium.

Medullaire schildklierkanker komt ook voor bij mensen met het MEN-2 syndroom. MEN staat voor multipele endocriene neoplasie. Bij dit syndroom ontstaan tumoren in verschillende organen die hormonen aanmaken.

Anaplastische schildklierkanker

Ook anaplastische schildklierkanker is een zeldzame vorm: het komt voor bij ongeveer 5% van de mensen met schildklierkanker.

Een anaplastische schildklierkanker is heel agressief. Dit betekent dat de tumor snel groeit en uitzaait. De meeste patiënten overlijden binnen 1 tot 2 jaar aan deze tumor.

Ook anaplastische schildklierkanker is niet gevoelig voor radioactief jodium.

Schildklier

Schildklier

Schildklier

De schildklier is een orgaan met de vorm van een vlinder. Het zit in de hals en bestaat uit 2 kwabben. De schildklier ligt vlak boven het kuiltje van de hals, tegen de luchtpijp aan.

Vlakbij de schildklier liggen de stembandzenuwen. Deze zenuwen zorgen ervoor dat de stembanden klanken kunnen maken.

Opbouw schildklier

Het weefsel van de schildklier is opgebouwd uit een soort blaasjes: follikels. Follikels bevatten follikelcellen die het schildklierhormoon maken. Tussen de follikels liggen de C-cellen. Ze maken het hormoon calcitonine.

Om goed te kunnen functioneren heeft de schildklier jodium nodig. Dit wordt opgenomen vanuit het bloed.

Functie schildklier

De schildklier maakt hormonen aan die aan het bloed worden afgegeven:
  • T4: thyroxine
  • T3: tri-jodothyronine
  • calcitonine

T4 en T3 heten samen schildklierhormoon. Het schildklierhormoon stimuleert de stofwisseling en zet lichaamscellen aan hun werk te doen. Maakt de schildklier te veel hormonen aan, dan versnelt de stofwisseling. Dit heet hyperthyreoïdie. Maakt de schildklier te weinig hormonen aan, dan vertraagt de stofwisseling. Een ander woord hiervoor is hypothyreoïdie.
 
De C-cellen in de schildklier produceren het hormoon calcitonine. Dit hormoon voorkomt dat het calciumgehalte in het bloed te hoog wordt. Dit doet het onder andere door de afbraak van botweefsel af te remmen. Het effect van dit hormoon is mild en kortdurend. Bij een tekort aan calcitonine ontstaat geen ontregeling van het calciumgehalte in het bloed.

Bijschildklieren

Achter de schildklier liggen de bijschildklieren. Dit zijn kleine orgaantjes die het bijschildklierhormoon aanmaken. Dit hormoon heet parathyroidhormoon (PTH).

PTH regelt het calciumgehalte in het bloed door:
  • calciumopname uit de botten en uit voedsel te bevorderen
  • uitscheiding van calcium in de urine te remmen

PTH is een essentieel hormoon voor een goed calciumgehalte in het bloed. Dit in tegenstelling tot calcitonine, dat slechts een ondersteunende werking heeft.

Tumoren van de bijschildklieren zorgen ervoor dat er teveel PTH in het bloed komt. Dit leidt tot een te hoog calciumgehalte, waardoor klachten kunnen ontstaan. Ook bij een te laag calciumgehalte kan iemand klachten krijgen, zoals tintelingen en spierkrampen. Een oorzaak hiervan is beschadiging van de bijschildklieren, bijvoorbeeld als complicatie van een schildklieroperatie.