Schildklierkanker

Schildklierkanker is kanker van de schildklier. Een ander woord hiervoor is schildkliercarcinoom. Schildklierkanker is zeldzaam. De meeste vormen van schildklierkanker zijn goed te behandelen.

Schildklierkanker kan ontstaan uit cellen die het schildklierhormoon produceren. Dit zijn de schildklierfollikelcellen. Of uit cellen die het hormoon calcitonine produceren. Dit zijn de parafollikelcellen of C-cellen.

De verschillende vormen van schildklierkanker zijn:
  • het papillair schildkliercarcinoom
  • het folliculair schildkliercarcinoom
  • het medullair schildkliercarcinoom
  • het anaplastisch schildkliercarcinoom

Van de mensen met schildklierkanker heeft 85% een papillair- of folliculair schildkliercarcinoom. De informatie op deze website gaat vooral over deze vormen van schildklierkanker.

Papillaire schildklierkanker

  • ontstaat uit follikelcellen: de cellen die het schildklierhormoon produceren
  • is de meest voorkomende vorm van schildklierkanker: ongeveer 75% van alle mensen met schildklierkanker heeft papillaire schildklierkanker
  • de gemiddelde tienjaarsoverlevingskans is meer dan 95%

Kenmerken papillaire schildklierkanker:
  • groeit meestal langzaam
  • kan uitzaaien naar onder andere lymfeklieren en longen
  • de kankercellen zijn vaak gevoelig voor behandeling met radioactief jodium

Folliculaire schildklierkanker

  • ontstaat uit follikelcellen: de cellen die het schildklierhormoon produceren
  • 15% van alle mensen met schildklierkanker heeft folliculaire schildklierkanker
  • de gemiddelde tienjaarsoverlevingskans is ongeveer 80%

Kenmerken folliculaire schildklierkanker:
  • groeit meestal langzaam 
  • kan uitzaaien naar onder andere longen en botten
  • de kankercellen zijn meestal gevoelig voor behandeling met radioactief jodium

Een variant van folliculair schildklierkanker is het Hürthle-cell carcinoom. Het Hürthle-cell carcinoom neemt geen of weinig jodium op, waardoor deze tumor soms minder goed reageert op behandeling met radioactief jodium. Deze behandeling is gebruikelijk bij folliculaire schildklierkanker.

Medullaire schildklierkanker

  • ontstaat uit C-cellen: de cellen die het hormoon calcitonine produceren
  • ongeveer 5-10% van alle mensen met schildklierkanker heeft medullaire schildklierkanker
  • de gemiddelde 10-jaarsoverleving is ongeveer 70% (varieert van 20 -100% afhankelijk van het stadium van de ziekte)

Kenmerken medullaire schildklierkanker:
  • middelmatig agressief
  • groeit meestal langzaam
  • kan uitzaaien naar onder andere longen, lymfeklieren en lever
  • de kankercellen zijn niet gevoelig voor behandeling met radioactief jodium

Medullaire schildklierkanker komt ook voor bij mensen met het MEN-2 syndroom. MEN staat voor multipele endocriene neoplasie. Bij dit syndroom ontstaan tumoren in meerdere organen die hormonen produceren.

Anaplastische schildklierkanker

  • ongeveer 5% van alle mensen met schildklierkanker heeft anaplastische schildklierkanker
  • de 10-jaarsoverleving is minder dan 5%

Kenmerken anaplastische schildklierkanker:
  • agressief
  • groeit snel en zaait snel uit
  • de kankercellen zijn niet gevoelig voor behandeling met radioactief jodium

Schildklier

De schildklier is een orgaan. Het heeft de vorm van een vlinder. Het zit in de hals en bestaat uit een linker- en rechterkwab. De schildklier ligt vlak boven het kuiltje van de hals, tegen de luchtpijp aan. Een ander woord voor schildklier is glandula thyreoïdea of thyreoïd. Vlakbij de schildklier liggen de stembandzenuwen. Deze zenuwen zorgen ervoor dat de stembanden klanken kunnen maken.

Follikels en C-cellen

Het weefsel van de schildklier is opgebouwd uit een soort blaasjes: 'follikels'. Follikels bestaan uit follikelcellen met daarbinnen een ruimte. Tegen de follikels aan liggen de C-cellen. Ze maken het hormoon calcitonine.

Om goed te kunnen functioneren heeft de schildklier jodium nodig. Dit wordt opgenomen vanuit het bloed.

Wat doet de schildklier

De schildklier maakt hormonen aan die aan het bloed worden afgegeven. 
  • T4: thyroxine
  • T3: tri-jodothyronine

Deze hormonen stimuleren de stofwisseling en zetten lichaamscellen aan hun werk te doen. Maakt de schildklier te veel hormonen aan, dan versnelt de stofwisseling. Dit heet hyperthyreoïdie. Maakt de schildklier te weinig hormonen aan, dan vertraagt de stofwisseling. Een ander woord hiervoor is hypothyreoïdie.
 
Het schildklierstimulerend hormoon TSH stimuleert de schildklier tot het aanmaken van de hormonen. TSH wordt afgegeven door een klier in de hersenen: de hypofyse. De hypofyse wordt weer gestimuleerd tot het aanmaken van TSH door het thyreotropinevrijmakend hormoon (TRH). Dit hormoon wordt afgegeven door een andere klier in de hersenen: de hypothalamus. 
 
De C-cellen in de schildklier produceren het hormoon calcitonine. Dit hormoon voorkomt dat het kalkgehalte in het bloed te hoog wordt. Dit doet het onder andere door de afbraak van botweefsel af te remmen.

Bijschildklieren

Ons lichaam heeft meestal 4 bijschildklieren, soms meer. De bijschildklieren zijn kleine orgaantjes die in de hals vlak achter de schildklier liggen. De bijschildklieren produceren bijschildklierhormoon, parathyroidhormoon (PTH). Dit hormoon regelt het kalkgehalte in het bloed door:
  • kalkopname uit de botten en uit voedsel te bevorderen
  • uitscheiding van kalk in de urine te remmen

Tumoren van de bijschildklieren zorgen ervoor dat er teveel PTH in het bloed komt. Dit leidt tot een te hoog kalkgehalte in het bloed waardoor klachten kunnen ontstaan.