Bij een punctie zuigt de arts cellen op van de plek waar de afwijking zit. De arts kijkt of er kankercellen zitten: in de schildklier en/of in de lymfeklieren van je hals.
Lees op deze pagina over:
Hoe gaat een punctie?
De arts prikt met een dunne naald naar de plek van de afwijking. En zuigt wat cellen weg. Tijdens de punctie maakt de arts ook een echo. Zo kan de arts goed zien waar hij of zij precies moet prikken.
Uitslag van de punctie
Je arts stuurt het weggehaalde weefsel naar het laboratorium. Daar onderzoekt de patholoog het onder de microscoop. En stuurt de uitslag naar je arts.
Misschien is de uitslag niet gelijk duidelijk. Bijvoorbeeld omdat er te weinig cellen zijn weggehaald. Je krijgt dan opnieuw een punctie, of een diagnostische operatie waarbij de arts de helft van de schildklier weghaalt. Je hoort dit van je arts.