Bloedonderzoek bij schildklierkanker

Deze informatie is gecontroleerd door deskundigen.

Naar colofon
Opslaan

Bij klachten die kunnen wijzen op schildklierkanker, krijg je bloedonderzoek. Schildklierkanker is meestal niet te zien in je bloed. Wel kan de arts vaak in het bloed zien of de schildklier goed werkt, en of er bijvoorbeeld een andere oorzaak is van je klachten.

Lees hier over:

Hoe gaat het bloedonderzoek?

Je arts haalt wat bloed uit je lichaam, meestal uit een bloedvat in je arm. Bij het bloedonderzoek kijkt de arts naar bepaalde stoffen in je bloed. Het ligt aan je klachten welke stoffen de arts onderzoekt.

  • Om te zien of de schildklier goed werkt, onderzoekt de arts de hoeveelheid schildklierhormoon en TSH (thyreoïd stimulerend hormoon).
  • Denkt de arts dat je misschien medullaire schildklierkanker hebt? Dan meet je arts de hoeveelheid calcitonine en CEA. Deze stofjes maakt de tumor. Als deze stof in je bloed zit, kan dat door deze vorm van schildklierkanker komen.

Bloedonderzoek tijdens en na de behandeling

Krijg je een behandeling voor papillaire of folliculaire schildklierkanker? Dan doet de arts bloedonderzoek om te kijken of de behandeling aanslaat.

De arts laat dan je bloed onderzoeken op de hoeveelheid thyreoglobuline (Tg). De schildklier maakt dit stofje en geeft dit af aan het bloed. Als je schildklierkanker hebt en je schildklier weggehaald is, wordt er geen Tg meer aangemaakt. Daarom ziet je arts aan de hoeveelheid Tg in je bloed of de behandeling aanslaat. Als er nog Tg in je bloed zit, betekent dat dat er nog kankercellen zijn. Daarom heet thyreoglobuline ook wel een tumormarker.