Te veel of te weinig schildklierhormoon

Deze informatie is gecontroleerd door deskundigen.

Naar colofon
Opslaan

Je schildklier is belangrijk voor het aanmaken van schildklierhormoon. Na je operatie kun je te weinig of te veel schildklierhormoon aanmaken. Hiervoor krijg je medicijnen. 

Lees op deze pagina over:

Hypothyreoïdie – te weinig schildklierhormoon

Als een deel van je schildklier is weggehaald, maakt je lichaam niet altijd genoeg schildklierhormoon. Te weinig schildklierhormoon hebben heet hypothyreoïdie.

Je kunt dan de volgende klachten krijgen:

  • het koud hebben
  • moe zijn
  • verstopping van de darmen
  • ‘mist’ in je hoofd (hersenmist)
  • aankomen

Maak je zelf geen of te weinig schildklierhormoon, dan schrijft je arts tabletten voor met schildklierhormoon. De stof in de tabletten heet levothyroxine.

Instellen op schildklierhormoon

Hoeveel schildklierhormoon je moet slikken komt heel nauw. Door te veel, maar ook door te weinig schildklierhormoon, krijg je klachten.

Je arts begeleidt je bij het vinden van de juiste dosis schildklierhormoon. Artsen noemen de periode van het zoeken naar de goede dosis ook wel ‘instellen’. Het instellen kan best een tijd duren, soms wel een jaar.

Je krijgt steeds een andere hoeveelheid, tot je geen of zo min mogelijk klachten hebt.

Lees verder over schildklierhormoon slikken en instellen op de website van SchildklierNL.

Hyperthyreoïdie – te veel schildklierhormoon

Na de behandeling van folliculaire of papillaire schildklierkanker, slik je vaak schildklierhormoon. Je arts schrijft dan meer schildklierhormoon voor dan je lichaam zelf zou maken. Het doel hiervan is dat kankercellen die er misschien nog zitten, niet groeien. Hoe dit precies werkt, legt je arts aan je uit. Je kunt er ook zelf naar vragen.

Lang te veel schildklierhormoon is niet goed voor je lichaam. Daarom zijn artsen er voorzichtig mee.

Ben je genezen van schildklierkanker? Dan krijg je na een paar jaar weer tabletten met de normale hoeveelheid schildklierhormoon.

Hypoparathyreoïdie – te weinig bijschildklierhormoon

De bijschildklieren liggen achter de schildklier.

Door de operatie kunnen de bijschildklieren beschadigd raken. De bijschildklieren maken dan te weinig of geen bijschildklierhormoon meer. Door te weinig bijschildklierhormoon komt er te weinig calcium in je bloed, en daar kun je last van krijgen.

Je bloed en urine (plas) worden regelmatig onderzocht. Om te kijken hoeveel calcium er in je lichaam zit. Is dat te weinig, dan kun je calciumtabletten krijgen. En soms ook tabletten met vitamine D. Dat is wel een andere vitamine D dan je bij de drogist koopt: het is actief vitamine D. Door vitamine D wordt calcium beter in het lichaam opgenomen.