Uitzaaiingen in de hersenen

Behandeling van hersenuitzaaiingen

Opslaan

De keuze van behandeling hangt af van:

  • de symptomen
  • uw lichamelijke conditie
  • de plek in de hersenen waar de uitzaaiing(en) zitten
  • hoeveel uitzaaiingen er in de hersenen zitten en hoe groot deze zijn
  • van wat voor soort tumor de uitzaaiingen afkomstig zijn
  • de verspreiding van de ziekte in de rest van het lichaam
  • de levensverwachting
  • uw wensen

Het doel van de behandeling is vooral het verbeteren van de kwaliteit van leven. En soms het verlengen van het leven.

Behandeling van de hersenuitzaaiing

Hersenuitzaaiingen worden niet altijd behandeld. U kunt een behandeling krijgen als:

  • u in een goede lichamelijke conditie bent
  • er geen uitgebreide uitzaaiingen ergens anders in het lichaam zijn
  • er geen groei is van de oorspronkelijke tumor of uitzaaiingen buiten de hersenen

Voldoet u niet aan bovengenoemde voorwaarden, dan kunt u soms toch een behandeling krijgen. De arts bekijkt dit dan per patiënt.

De volgende behandelingen zijn mogelijk:

  • operatie
  • bestraling
  • behandeling met medicijnen: chemotherapie of hormonale therapie

Operatie

De arts kan de uitzaaiing via een operatie verwijderen. Dit heeft alleen zin:

  • bij 1 uitzaaiing in de hersenen
  • als de arts de tumor operatief kan verwijderen

De arts kan ook de uitzaaiing verwijderen als nog niet duidelijk is wat de oorspronkelijke kanker is en de tumor daarop onderzocht moet worden

Bestraling

Bestraling bij behandeling van hersenuitzaaiingen is altijd bestraling van buitenaf. Dit heet uitwendige bestraling. U krijgt bestraling van de hele schedel:

  • als u meer dan 3 hersenuitzaaiingen heeft
  • en/of als de uitzaaiingen groter zijn dan 3,5 tot 4 cm

Meestal krijgt u een korte serie bestralingen van bijvoorbeeld 5 tot 10 bestralingen in 1 of 2 weken.

Door de bestraling kan er tijdelijk vocht rond de uitzaaiing ontstaan. Dit heet hersenoedeem. Soms was er al hersenoedeem voor de behandeling. Meestal krijgt u naast de bestraling het medicijn dexamethason. Dit medicijn vermindert het hersenoedeem en de druk die door het vocht ontstaat. Een aantal weken na de bestraling kunt u soms weer stoppen met het medicijn.

Stereotactische bestraling

U kunt ook een plaatselijke bestraling krijgen. Dat gebeurt met een speciale vorm van uitwendige bestraling: stereotactische bestraling. Bij deze techniek draaien verschillende smalle bestralingsbundels om de patiënt heen. Zo kan de arts vanaf verschillende kanten heel precies bestralen. Het te bestralen gebied houdt de arts zo klein mogelijk. Daardoor kan de tumor een hele hoge bestralingsdosis krijgen, terwijl het omliggende weefsel zo veel mogelijk wordt gespaard.

Deze behandeling is mogelijk:

  • als u een beperkt aantal hersenuitzaaiingen heeft
  • als deze niet te groot zijn: maximaal 3,5 tot 4 centimeter

Behandeling met medicijnen: chemotherapie of hormonale therapie

Heeft u hersenuitzaaiingen van een soort kanker die gevoelig is voor chemotherapie, hormonale therapie of doelgerichte therapie? Dan kan de arts de uitzaaiingen behandelen met deze medicijnen.

Dit kan bijvoorbeeld bij:

  • borstkanker: chemotherapie en/of hormonale therapie en/of doelgerichte therapie
  • longkanker: chemotherapie
  • een kiemceltumor: chemotherapie. Een kiemceltumor is een tumor die ontstaat uit voorlopers van de eicellen of zaadcellen. Bijvoorbeeld zaadbalkanker.

Behandeling van symptomen van een hersenuitzaaiing

Soms heeft het geen zin meer om de hersenuitzaaiing zelf te behandelen. Dit kan zo zijn als:

  • u een slechte lichamelijke conditie heeft
  • u meerdere hersenuitzaaiingen heeft
  • de oorspronkelijke tumor en/of uitzaaiingen ergens anders in het lichaam groeien en niet onder controle te krijgen zijn

In zo’n situatie behandelt de arts uw klachten.

Ook als de uitzaaiing wél behandeld kan worden kan de arts uw klachten behandelen. Dan is het bedoeld om de klachten van de uitzaaiing te verhelpen voordat u de bijvoorbeeld bestraling of een operatie krijgt. .

Hersenoedeem

Rond een hersenuitzaaiing kan vocht ontstaan: hersenoedeem. De hoeveelheid vocht zorgt voor toenemende druk in het hoofd. Corticosteroïden zijn medicijnen die het hersenoedeem verminderen. Daardoor vermindert de druk en de klachten. Vaak binnen een aantal uren tot dagen. Meestal kiest de arts voor dexamethason.

Werkt het medicijn en nemen de klachten af? Dan probeert de arts of hij de medicatie kan verminderen en stoppen.

Hoofdpijn

Hoofdpijnklachten komen meestal door de druk van hersenoedeem. Vaak bent u ook misselijk of moet u overgeven. Meestal verminderen de klachten door dexamethason. Helpt dat niet? Dan krijgt u ook pijnstillers.

Epilepsie

Epileptische aanvallen komen door irritatie van het hersenweefsel. Hierdoor ontstaat een soort kortsluiting.

Heeft u een 1e epileptische aanval gehad? Dan start u met anti-epileptica. Dit zijn medicijnen tegen epileptische aanvallen. Welk middel u krijgt en in welke hoeveelheid hangt af van:

  • de ernst van de aanvallen
  • hoe vaak aanvallen voorkomen
  • de bijwerkingen van de medicijnen

Gevolgen van een hersenuitzaaiing

Er zijn gevolgen die veel voorkomen bij mensen met uitzaaiingen in de hersenen:

  • psychische problemen: vooral angst, somberheid en depressie
  • stoornissen in het functioneren, zoals: problemen met het geheugen, aandacht en concentratie, taalstoornissen, controle over beweging van bijvoorbeeld armen of benen
  • veranderingen in gedrag of persoonlijkheid: bijvoorbeeld minder actief en betrokken zijn of juist impulsief gedrag, ontremdheid, agressie, onaangepast gedrag in sociale contacten

Deze problemen kunnen komen door de uitzaaiing zelf. Maar ook door de behandeling met medicijnen of bestraling. Het kan erg moeilijk zijn om hiermee om te gaan. Zowel voor u als voor uw naasten. Het kan helpen om hierover met uw (huis)arts of verpleegkundige te praten. De arts kan u verwijzen naar een maatschappelijk werker of psycholoog. Ook lotgenotencontact kan helpen.

Over deze pagina

De informatie in de bibliotheek is getoetst door medisch specialisten en andere deskundigen.

Laatste update: mei 2017

Dit artikel is geschreven door KWF Kankerbestrijding.

Met medewerking van

Drs. Zijlstra, M. (overige deskundige)