Operatie bij schildklierkanker

Deze informatie is gecontroleerd door deskundigen.

Naar colofon
Opslaan

De meeste mensen met schildklierkanker krijgen een operatie. De arts haalt dan meestal de schildklier weg of een deel van de schildklier. Zijn er geen uitzaaiingen in andere organen, dan is het doel van de operatie genezing.

Lees op deze pagina over:

Hoe gaat een operatie bij schildklierkanker?

Om de tumor weg te halen, verwijdert de chirurg vaak de hele schildklier of een deel van de schildklier. De arts opereert meestal via een snee in de hals. Zijn er uitzaaiingen in de lymfeklieren van de hals, dan haalt de chirurg die ook weg tijdens de operatie.

Na de operatie krijg je soms een behandeling met radioactief jodium. Ook moet je vaak schildklierhormoon gaan slikken.

Bespreek met je arts de voor- en nadelen van een operatie

Kun je een operatie krijgen? Kijk dan samen met de arts naar de voordelen en nadelen. En bespreek wat jouw keuze betekent voor je toekomst. Zo kun je een keuze maken die voor jou het beste is.

Twijfel je of je wel een operatie wilt? Vertel dit aan je arts. Ook dan besluiten jullie samen wat voor jou de beste keuze is. Gebruik de keuzehulp bij schildklierkanker.

Risico's en complicaties van een operatie

Een schildklieroperatie is een grote operatie, zeker als de lymfeklieren ook weggehaald worden. Zoals bij elke operatie zijn er risico’s op complicaties, zoals een nabloeding of een infectie.

De eerste dagen na de operatie blijf je in het ziekenhuis. Direct na de operatie kun je last hebben van pijn bij de wond in je hals. Ook kun je je nog slap en moe voelen van de narcose. De arts en verpleegkundigen controleren je wond en houden in de gaten hoe het met je gaat.

Gevolgen op de lange termijn

Sommige klachten kun je lang houden, of gaan nooit meer over. Zoals moe zijn (vermoeidheid). Ook moet je misschien altijd schildklierhormoon slikken omdat je lichaam dat te weinig aanmaakt.

Lees verder over:

Beschadiging van de bijschildklieren

Soms werken de bijschildklieren slechter na de operatie. Bijvoorbeeld omdat er tijdens de operatie minder bloed naar de bijschildklieren ging. Of omdat de chirurg ze per ongeluk raakte tijdens het opereren. Bijschildklieren zitten achter je schildklier.

Beschadigde bijschildklieren maken niet genoeg bijschildklierhormoon. Te weinig van dit hormoon zorgt voor te weinig calcium in je bloed. Je merkt dit aan tintelingen en spierkrampen in je handen, voeten of mond.

Vaak herstellen de bijschildklieren weer. Als dat niet zo is en je een tekort aan bijschildklierhormoon hebt, schrijft je arts calciumtabletten en vitamine D voor. Soms maakt je lichaam na een tijdje weer genoeg bijschildklierhormoon en kun je misschien stoppen met de medicijnen.

De medische naam voor te weinig bijschildklierhormoon is hypoparathyreoïdie.

Lees verder over bijschildklierhormoon en hypoparathyreoïdie.

Beschadiging van de zenuw van de stembanden

Heel soms beschadigt een stembandzenuw tijdens de operatie. Daardoor wordt je stem anders. Je gaat bijvoorbeeld hees praten, of hebt moeite om hoge tonen te maken. Dit kan vanzelf beter worden, en soms kan logopedie helpen. Soms is een nieuwe operatie nodig.

Te weinig schildklierhormoon (hypothyreoïdie)

Het kan zijn dat je na de operatie een kleine restschildklier hebt door de operatie. Of helemaal geen schildklier meer. Dan maakt je lichaam te weinig schildklierhormoon. Dit heet hypothyreoïdie. Je moet dan je hele leven tabletten met schildklierhormoon slikken.

Lees verder over hypothyreoïdie bij schildklierkanker.