Behandeling en bijwerkingen

Operatie bij melanoom

Opslaan

De behandeling van melanoom begint bijna altijd met een operatie.

Melanoom weghalen

De arts verwijdert altijd eerst het melanoom. Dit gebeurt onder plaatselijke verdoving. De medische term voor deze ingreep is diagnostische excisie.

Na de operatie onderzoekt de patholoog het weefsel onder de microscoop. Met de uitslag van het weefselonderzoek kan de arts de definitieve diagnose stellen.

Tweede operatie

Enkele weken na de eerste operatie volgt bijna altijd een tweede operatie. Hierbij wordt het litteken verwijderd en voor de zekerheid nog maximaal 2 cm huid eromheen. Hiermee wordt in een aantal gevallen voorkomen dat de ziekte op de oorspronkelijke plek terugkeert. De medische term voor deze ingreep is re-excisie of definitieve excisie.

De patholoog onderzoekt onder de microscoop of er in het weggehaalde weefsel nog kankercellen aanwezig zijn. Meestal is dat niet zo. Vindt de patholoog nog wel kankercellen, dan zijn die meestal van een satelliet metastase. Mogelijk volgt dan nog een nabehandeling.

De tweede operatie gebeurt meestal onder plaatselijke verdoving. Soms wordt geopereerd onder algehele narcose. Dit gebeurt als de arts een schildwachtklierprocedure doet of als er een huidplastiek nodig is.

Huidplastiek

Een huidplastiek vindt plaats als de chirurg zoveel huid moet wegnemen dat hij de operatiewond niet kan sluiten. De arts herstelt de wond dan door huid uit de omgeving naar de wond te verschuiven. Of hij transplanteert een stukje opperhuid.

Over deze pagina

De informatie in de bibliotheek is getoetst door medisch specialisten en andere deskundigen.

Laatste update: april 2018

Dit artikel is geschreven door kanker.nl.

Met medewerking van

Tumor Focusgroep Melanoom