Schade aan je kaakbot door medicijnen bij kanker (kaaknecrose)

Deze informatie is gecontroleerd door deskundigen.

Naar colofon
Opslaan

Sommige medicijnen tegen kanker kunnen het kaakbot beschadigen (kaaknecrose). Daardoor kan een wond na het trekken van een tand of kies soms niet goed genezen. Hierdoor kan een deel van het kaakbot afsterven, en krijg je problemen met je gebit of tandvlees.

Lees op deze pagina over het risico op schade aan je kaakbot door:

En over:

Risico op schade aan je kaakbot door medicijnen tegen botafbraak

Soms krijg je medicijnen tegen botontkalking. Bijvoorbeeld als je door kanker eerder in de overgang bent gekomen. Soms krijg je ze bij uitzaaiingen in je botten.

Het gaat om deze medicijnen:

  • bisfosfonaten, zoals alendroninezuur, risedroninezuur, ibandroninezuur, pamidroninezuur, zoledroninezuur
  • denosumab

Een bijwerking van deze medicijnen is dat je kaakbot erdoor kan beschadigen (kaaknecrose). Gevolg kan zijn: pijn en wondjes in je kaak. Ook kun je tanden of kiezen verliezen. Of een open wond in je tandvlees krijgen die niet wil genezen. De klachten kunnen ontstaan of erger worden na een behandeling bij de tandarts of door een drukplek van een prothese.

Word je behandeld met een bisfosfonaat of met denosumab? Of heb je zo’n behandeling gehad? Vertel dit dan altijd aan je tandarts.

Risico op schade aan je kaakbot door angiogeneseremmers (VEGF-remmers)

Als je angiogeneseremmers gebruikt, is er een klein risico op beschadiging van je kaakbot (osteonecrose). Je kunt dan last krijgen van pijn en wondjes in je kaak. Ook kun je tanden of kiezen verliezen. De klachten kunnen beginnen of erger worden na een behandeling bij de tandarts of door een drukplek van een prothese.

Angiogeneseremmers zijn medicijnen die ervoor zorgen dat er geen of minder nieuwe bloedvaten naar de tumor worden gemaakt. Zo komt er minder bloed bij de tumor. Daardoor kan de tumor minder hard of helemaal niet meer groeien.

Voorbeelden van angiogeneseremmers zijn: bevacizumab, sunitinib, pazopanib, lenvatinib en cabozantinib. Artsen noemen deze medicijnen soms ook VEGF-remmers.

Wat kun je doen om klachten te voorkomen of te verminderen?

Je kunt zelf een aantal dingen doen om het risico op mondklachten te verkleinen. Of om te voorkomen dat mondklachten erger worden. Bekijk de tips.

Naar de tandarts en/of mondhygiënist vóór je behandeling

Verwacht je arts dat je door de behandeling last kunt krijgen van je gebit? Dan krijg je het advies om vóór de behandeling naar de tandarts en/of mondhygiënist te gaan.

Je tandarts kijkt of je afwijkingen of ontstekingen hebt en behandelt die. Zo heb je minder kans op erge mondklachten tijdens je behandeling.

Verder kan je tandarts bepalen hoe het met de gezondheid van je mond is. Dat is belangrijk als je later problemen in je mond hebt en een vergoeding vanuit de bijzondere tandheelkunde wilt aanvragen. Om die vergoeding te krijgen, moet namelijk duidelijk zijn dat de problemen zijn ontstaan door de behandeling van de kanker, en niet door iets anders.

De mondhygiënist kan je leren hoe je je mond het beste schoon en gezond houdt. En kan tandplak en tandsteen weghalen. Met een schoon gebit heb je minder kans op problemen.

Tip: vraag de tandarts om een ‘nulmeting’ van je gebit te doen. Het liefst met röntgenfoto’s van je gebit. In een nulmeting legt de tandarts vast hoe je gebit is voor de behandeling.

Naar de tandarts of mondhygiënist tijdens je behandeling

Heb je tijdens je behandeling een afspraak bij de tandarts of mondhygiënist? Laat dat vooraf weten aan je arts of verpleegkundige. Zij overleggen met je tandarts of mondhygiënist als dat nodig is. Dan weten die waar ze rekening mee moeten houden.

Goed om te weten: heb je kanker in het hoofd-halsgebied, dan word je tijdens de behandeling meestal begeleid in een hoofd-hals oncologisch centrum.

Naar de tandarts of mondhygiënist na je behandeling

Heb je na je behandeling een afspraak bij je eigen tandarts of mondhygiënist? Vertel dan dat je behandeld bent tegen kanker. Zo voorkom je dat je een behandeling krijgt die je kaakbot verder beschadigt.

Is een behandeling nodig, dan kan je tandarts met een medisch specialist in het ziekenhuis overleggen. Of stuurt de tandarts je door naar een gespecialiseerde tandarts.

Blijvende schade aan je gebit? Ga naar een centrum voor bijzondere tandheelkunde

Heb je schade aan je gebit of kaakbot door de behandeling van hoofd-halskanker? Dan heb je bijna altijd recht op behandeling in een Centrum voor bijzondere tandheelkunde.

De tandarts en/of mondhygiënist kan bij je zorgverzekeraar een aanvraag bijzondere tandheelkunde doen. Kent je tandarts of mondhygiënist deze regeling niet? Wijs ze dan op het document Tandheelkundige zorg voor medisch gecompromitteerden.

Goed om te weten: deze zorg wordt vergoed uit het basispakket van je zorgverzekering. Je betaalt wel eerst eigen risico. Soms vraagt de zorgverzekeraar ook een eigen bijdrage.

Wat als de zorgverzekeraar je aanvraag afwijst?

Wijst de zorgverzekeraar de aanvraag af? Vraag je zorgverzekeraar om nog eens naar je dossier te kijken. Blijft je zorgverzekeraar bij het eerdere standpunt, dan kun je een klacht indienen bij de Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekering (SKGZ).

Voor meer informatie over dit onderwerp kun je ook terecht bij de Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties (NFK).