Wat is…?

Tips om met angst om te gaan

Opslaan

Hieronder lees je een aantal tips om met angst om te gaan. De angst kan hierdoor minder worden.

Angstgevoelens toelaten

Als je bang bent, ben je misschien geneigd om de angst of dat waar je  bang voor bent uit de weg te gaan. Dat helpt misschien een tijdje, maar leidt na langere tijd vaak tot meer klachten. 

Het is daarom vaak beter om de angst stap voor stap onder ogen te zien, hoe moeilijk dat ook is. Een hulpverlener kan je hierbij helpen. 

Stap voor stap betekent in dit geval:

  • De angst herkennen (aan de hand van lichamelijke signalen)
  • De angst onderzoeken ('Deze situatie, gebeurtenis, gedachte maakt me bang.')
  • De angst toelaten (‘Ik accepteer dat ik bang ben’.)

Je gaat de angst dan zien als iets wat er mag zijn. De angst onder ogen zien, kan een opluchting zijn. Het maakt de angst beter hanteerbaar en kan de angst verminderen.

Erover praten

Het kan helpen om je  angstgevoelens bespreekbaar te maken. Misschien deel je je  angst al met mensen om je heen, bijvoorbeeld je partner of een goede vriend of vriendin. Zij kunnen je steun en (h)erkenning geven. Dat kan je het gevoel geven dat je er niet alleen voor staat.

Sommige mensen vinden het prettig om met lotgenoten te praten. Zij begrijpen vaak heel goed wat je doormaakt en met welke gevoelens je worstelt. Je vindt lotgenoten via een patiëntenvereniging, bij een inloophuis of op kanker.nl 

Je kunt je zorgen en angsten ook delen met je huisarts of oncologieverpleegkundige. Of met iemand van de kanker.nl infolijn. Ook een (medisch) maatschappelijk werker of een geestelijk verzorger kunnen je steun geven. 

Heb je veel last van angst, dan kun je een doorverwijzing krijgen naar een psycholoog of psychotherapeut. Dit is iemand met wie je je  angstklachten kunt onderzoeken. En die jou kan leren om beter met je  angst om te gaan. 

Anders gaan denken

Angstige gedachten zijn vaak automatisch en niet helpend. Je kunt leren om de angstige gedachten te vervangen door helpende gedachten.

Vraag jezelf af: kan ik ook op een andere (meer realistische) manier naar de situatie kijken? Bedenk daarna welke realistische, geruststellende gedachten u kunnen helpen. Schrijf deze helpende gedachten op zodat je ze op moeilijke momenten kunt nalezen. 

Een voorbeeld
De gedachte 'De kanker komt vast terug', is een negatieve en niet-helpende gedachte. Deze gedachte is te vervangen door een helpende gedachte. Bijvoorbeeld: ‘Ik heb de best mogelijke behandeling ondergaan en voel me nu goed.’

Afleiding zoeken

Wanneer je je angstig voelt, kan het helpen om ontspanning of afleiding te zoeken. Doe iets wat je fijn vindt en wat je een goed gevoel heeft. 

Ademhalings- of ontspanningsoefeningen doen

Door ademhalings- en ontspanningsoefeningen te doen help je je lichaam te ontspannen en wordt je geest kalmer. Daardoor wordt je rustiger. 

Oefeningen die je thuis zelf kunt doen vindt je op:

Wil je liever wat hulp om met ontspanningsoefeningen te beginnen? Volg dan een cursus, bijvoorbeeld via een wijkteam, een GGZ-centrum of een thuiszorgorganisatie bij jou in de buurt.

Informatie zoeken

Misschien weet je niet precies wat er met je aan de hand is. Of weet je niet hoe een onderzoek of behandeling zal verlopen. Voel je je  hierdoor onzeker en bang, ga dan na welke informatie je nodig hebt, en wie  deze informatie kan geven. Neem daarna actie. Dit zal helpen de angst te verminderen.

Bel bijvoorbeeld je  oncologieverpleegkundige op. Stuur je arts een mail met je vragen. Of bel de kanker.nl Infolijn.

Een beeld maken van de angst

Soms kan het helpen om je angst uit te beelden. Bijvoorbeeld door een tekening, schilderij of beeldhouwwerk te maken. Of door de angst uit te beelden in dans of muziek. Dit kan helpen om je gevoelens te uiten. 

Wil je dit liever onder begeleiding doen, dan kun je bij een inloophuis terecht. Je kunt je huisarts, verpleegkundige of specialist ook vragen om je door te verwijzen naar een vaktherapeut. 

Over deze pagina

De informatie in de bibliotheek is getoetst door medisch specialisten en andere deskundigen.

Laatste update: oktober 2018

Dit artikel is geschreven door kanker.nl.

Met medewerking van

Drs. Dierdorp-Schep, M.E. (GZ-psycholoog, Ingeborg Douwes Centrum), Prof. dr. Prins, J.B. (klinisch psycholoog)