Mesothelioom

Tmc over deze informatie
Mesothelioom is een kwaadaardige tumor die meestal in het borstvlies ontstaat. Het borstvlies is een vlies dat tussen de ribben en de longen zit.

Mesothelioom groeit vaak vanuit het borstvlies naar de organen in de buurt van het borstvlies. Bijvoorbeeld naar de longen, het middenrif en de organen in de buik.

Een mesothelioom groeit snel en is meestal niet te genezen. Gemiddeld leven mensen na de diagnose nog 13 tot 15 maanden.

Asbestkanker

De oorzaak van mesothelioom is bijna altijd blootstelling aan asbest. Daarom heet deze ziekte ook wel asbestkanker.

Asbest is een materiaal dat vroeger veel gebruikt werd in de bouw van woningen en andere bouwwerken. De meeste mensen met mesothelioom zijn dan ook mannen die in de bouw, zware industrie of op een scheepswerf hebben gewerkt.

Waar ontstaat mesothelioom?

Meestal ontstaat mesothelioom in het borstvlies. Soms in een ander vlies:
  • 5 tot 10% in het buikvlies: het vlies rondom de spijsverteringsorganen
  • minder dan 1% in het hartzakje: het vlies rondom het hart
  • minder dan 1% in het vlies rondom de teelballen

Al deze vliezen zijn zogenaamde sereuze vliezen. Sereuze vliezen zitten om organen heen: tussen de binnenkant van een lichaamsholte en de buitenkant van de organen in die lichaamsholte.

De sereuze vliezen bestaan uit een speciale laag cellen: het mesotheel. In het mesotheel kan door blootstelling aan asbest een mesothelioom ontstaan.

Borstkas

Borstkas

Longen

In de borstkas zitten de rechterlong en de linkerlong. De longen zijn opgebouwd uit elastisch, sponsachtig weefsel. De rechterlong bestaat uit 3 longkwabben en de linkerlong uit 2 longkwabben.

Hart

Tussen de longen zit het hart. Om het hart ligt een vlies: het hartzakje.

Borstvlies en longvlies

Rondom elke long zit 2 sereuze vliezen: het borstvlies en het longvlies. Het longvlies zit direct om de long heen. Het borstvlies zit om het longvlies heen en bekleedt de binnenkant van de ribben.

Pleuravocht

Tussen het ribvlies en het longvlies zit een dunne laag vocht: het pleuravocht. Dit vocht zorgt ervoor dat de vliezen bij het in- en uitademen makkelijk langs elkaar glijden.