Chronische lymfatische leukemie (CLL)

Tmc over deze informatie
Chronische lymfatische leukemie is een vorm van bloedkanker. Deze vorm van kanker ontstaat in de lymfeklieren. Een ander woord voor bloedkanker is leukemie. Chronische lymfatische leukemie wordt ook wel afgekort tot CLL.

CLL is de meest voorkomende vorm van leukemie in Nederland. Elk jaar krijgen ongeveer 600 mensen CLL. De ziekte komt vooral voor bij mensen boven de 60 jaar. Maar ook jongere mensen kunnen de ziekte krijgen. Bij mannen komt het 2x zo vaak voor als bij vrouwen.

Beenmerg en bloedcellen

Alle bloedcellen worden in het beenmerg gemaakt. Beenmerg zit in het binnenste van onze botten. Het is een sponsachtig, rood weefsel. Als het opgezogen wordt uit het bot lijkt het op bloed.

Beenmerg zit vooral in:

  • de wervels
  • de schedel 
  • het borstbeen
  • de ribben
  • het bekken 

In het beenmerg zitten stamcellen. Deze stamcellen kunnen zich ontwikkelen tot verschillende soorten cellen. Dit heet ook wel rijpen. Stamcellen rijpen uit tot:
  • witte bloedcellen
  • rode bloedcellen
  • bloedplaatjes

Witte bloedcellen helpen om infecties tegen te gaan. Ook ruimen ze beschadigde en afgestorven weefselcellen op. Zo helpen ze bij de genezing van wondjes. Er zijn verschillende soorten witte bloedcellen. Een andere naam voor witte bloedcellen is leukocyten.

Rode bloedcellen zorgen voor het vervoer van ingeademde zuurstof naar weefsels en organen. Een andere naam voor rode bloedcellen is erytrocyten.

Bloedplaatjes helpen bij de bloedstolling. Zodat bij verwondingen het bloedverlies wordt beperkt. Een andere naam voor bloedplaatjes is trombocyten.

De bloedcellen en bloedplaatjes gaan vanuit het beenmerg het bloed in. Per dag gaan er ongeveer evenveel cellen het bloed in als dat er in het bloed afsterven. Hierdoor is er steeds een evenwicht.

Lymfocyten

Lymfocyten zijn een bepaald soort witte bloedcellen, die zorgen voor afweer tegen bijvoorbeeld virussen en bacteriën. Ook van de lymfocyten bestaan weer verschillende soorten. Bij CLL spelen B-lymfocyten een belangrijke rol. Lymfocyten ontstaan in het beenmerg en rijpen dan verder uit. Een deel van de lymfocyten komt vanuit het bloed in het lymfestelsel terecht. Afhankelijk van de soort gebeurt het uitrijpen in het beenmerg of in klieren en/of organen van het lymfestelsel. Lymfocyten zitten dus én in het bloed én in het lymfestelsel.

Ook in het lymfestelsel is een evenwicht van het aantal cellen dat erbij komt en dat afsterft.

Lymfestelsel

Het lymfestelsel is een transportsysteem. Het vervoert lymfe door ons lichaam.
Lymfe is een kleurloze vloeistof. Het lymfestelsel beschermt ons tegen virussen en bacteriën die ons ziek kunnen maken. Het lymfestelsel bestaat uit:

  • lymfevaten
  • lymfeklieren
  • lymfeklierweefsel

Lymfevaten

Lymfevaten zijn de kanalen van het lymfestelsel. De lymfe komt uiteindelijk in het bloed terecht.

Lymfeklieren

De lymfeklieren maken bacteriën en virussen onschadelijk.
In ons lichaam zitten op meerdere plaatsen groepen lymfeklieren: de lymfeklierregio's:
  • in de hals
  • langs de luchtpijp
  • in de oksels
  • bij de longen
  • in de buikholte
  • in de bekkenstreek
  • in de liezen

Lymfeklierweefsel

Lymfeklierweefsel zit ook in andere organen, zoals:
  • de keelholte
  • de milt
  • de darmwand
  • het beenmerg

Gestoorde celdood bij CLL

Gewoonlijk sterven cellen na verloop van tijd af via een proces dat apoptose heet. Bij CLL is de apoptose van B-lymfocten verstoord. De B-lymfocyten rijpen wel uit, maar functioneren niet goed en gaan niet op de normale manier dood. De verstoorde apoptose komt waarschijnlijk door stofjes in de lymfklieren en de milt. Maar wat er precies gebeurt is nog niet duidelijk.

Celophoping

Bij CLL delen B-lymfocyten ook sneller dan normaal. Samen met de verstoorde celdood zorgt dit voor een ophoping van kwaadaardige B-lymfocyten. Daardoor kunnen lymfeklieren opzwellen. Ook kan uw milt groter worden, waardoor u buik dikker kan worden en uw eetlust vermindert.

Tenslotte kunnen de kwaadaardige B-lymfocyten ook ophopen in het bloed en het beenmerg. Gezonde cellen hebben dan niet genoeg plaats meer om te ontwikkelen. Hierdoor kan er een tekort ontstaan aan:
  • rode bloedcellen met bloedarmoede tot gevolg. Hierdoor krijgt u klachten als:
    - vermoeidheid
    - bleekheid
    - kortademigheid
    - duizeligheid
    - eventueel hartproblemen
  • gezonde witte bloedcellen, waardoor de afweer verslechtert en eerder infecties ontstaan
  • minder bloedplaatjes, waardoor:
    - wondjes sneller bloeden en langer blijven bloeden
    - blauwe plekken ontstaan
    - bloedneuzen kunnen optreden

Verloop

De ziekte CLL ontwikkelt zich niet bij elke patiënt op dezelfde manier.

Ongeveer de helft van de patiënten heeft geen klachten. Bij die mensen wordt de ziekte toevallig ontdekt, bijvoorbeeld tijdens een routineonderzoek. De ziekte verloopt bij hen traag. Zij hoeven in de eerste 10-15 jaar niet behandeld te worden. Natuurlijk moeten ze wel af en toe op controle komen. Meestal gaan deze mensen uiteindelijk op hoge leeftijd dood aan andere oorzaken dan CLL.

Ook ongeveer de helft van de patiënten heeft milde klachten. Deze nemen in de loop der jaren toe door zwelling van de lymfklieren, vergroting van de milt en afname van bloedcellen. Deze patiënten worden uiteindelijk behandeld om de klachten te verminderen.

Een klein deel van de patiënten heeft klachten door gezwollen lymfklieren, een vergrote milt of een tekort aan bloedcellen. Ook zij worden behandeld om de klachten te verminderen.

Kleincellig lymfocytair lymfoom

Chronische lymfatische leukemie is verwant aan kleincellig lymfocytair lymfoom. Dit wordt ook wel op zijn Engels Small LymphocyticLymphoma (SLL) genoemd. Beide ziekten ontstaan uit hetzelfde type witte bloedcel. Het verschil is:
  • Bij CLL zitten de kankercellen vooral in het bloed en beenmerg, maar ook in de lymfeklieren.
  • Bij SLL zitten de kankercellen zitten vooral in de lymfeklieren. Er is geen toename van B-lymfocyten in het bloed.

De begeleiding en behandeling van CLL en SLL is hetzelfde.