Onderzoek bij een NET

Deze informatie is gecontroleerd door deskundigen.

Naar colofon
Opslaan

Er zijn verschillende onderzoeken om te kijken of je een NET hebt. Je krijgt de onderzoeken in het ziekenhuis. Lees op deze pagina wat je kunt verwachten.

Als je de diagnose NET krijgt, heb je vaak al een aantal onderzoeken achter de rug. Welke onderzoeken je krijgt, ligt ook aan de plek van de tumor.

Lees verder over:

Bloedonderzoek

De arts laat je bloed onderzoeken op de hoeveelheid van bepaalde stofjes. Want sommige NET maken stofjes aan en geven die af aan het bloed. Aan deze stofjes kan je arts zien of je misschien een NET hebt.

Meestal kijkt de arts naar de stof chromogranine A. Dit is een stofje in het bloed. Sommige soorten NET maken dit stofje aan en geven het af aan het bloed. Daarom heet chromogranine-A ook wel een tumormarker.

Ook kan de arts naar bepaalde hormonen in je bloed kijken. Bijvoorbeeld naar het hormoon serotonine. Of naar het stofje dat vrijkomt als je lichaam serotonine afbreekt: 5-HIAA (5-hydroxyindolazijnzuur). Of naar de hormonen gastrine of glucagon. Dat hangt af van je klachten.

Alleen bloedonderzoek naar deze stoffen geeft geen zekerheid of je wel of geen NET hebt. Daar zijn meer onderzoeken voor nodig.

CT-scan

Op een CT-scan kan je arts de binnenkant van je lichaam zien. Het apparaat werkt met röntgenstraling en een computer. Met een CT-scan kan je arts een tumor of uitzaaiingen zien.

Lees verder over een CT-scan.

MRI-scan

Een MRI-scan maakt foto’s van de binnenkant van je lichaam. Het apparaat werkt met een magneetveld, radiogolven en een computer. Met een MRI-scan kan je arts een tumor of uitzaaiingen zien.

Lees verder over een MRI-scan.

Gallium-dotataat of Gallium-dotatoc PET-CT-scan

Een gallium-dotataat-PET-CT-scan is een speciale PET-CT-scan. Deze scan is vooral geschikt voor mensen met een NET.

Het onderzoek gaat hetzelfde als bij een gewone PET-CT-scan scan. Alleen is de radioactieve stof die gebruikt wordt om de kankercellen op te sporen anders, dat is gallium-dotataat.

Hoe gaat een PET-CT-scan?

De arts spuit een radioactieve stof in je arm. Je lichaam heeft tijd nodig om de vloeistof op te nemen. De radioactieve stof komt in de kankercellen terecht.

Als je lichaam de vloeistof heeft opgenomen kan de arts de kankercellen goed zien op beeld. Dan maakt de arts de scan.

Tijdens de scan lig je op een onderzoekstafel. De tafel schuift een paar keer langzaam door de ronde opening van het apparaat. Het apparaat maakt eerst een CT-scan en meteen daarna een PET-scan. De computer maakt van de CT-scan en de PET-scan 1 beeld.

Na het onderzoek

Na de scan kun je meteen naar huis. Je plast de rest van de radioactieve stof binnen 24 uur weer uit. De stof is niet gevaarlijk. Ook niet voor anderen.

Je hoort van je arts wanneer je de uitslag krijgt.

Voorbereiding op de PET-CT-scan

Wat je precies moet doen verschilt per ziekenhuis. Je krijgt daar van jouw ziekenhuis informatie over. Het is erg belangrijk dat je je houdt aan de adviezen, anders kan de scan niet doorgaan.

Echo

Een echografie is een onderzoek met geluidsgolven. Hiermee kan je arts een tumor of uitzaaiingen in je lichaam zien.

Een echografie duurt niet lang en doet geen pijn. Tijdens het onderzoek lig je op een onderzoeksbank. De arts smeert gel op de huid. En beweegt een klein apparaatje over je huid. Zo kan de arts op het beeldscherm de binnenkant van je lichaam zien.

Biopsie

Als op een scan iets te zien is dat misschien kanker is, krijg je een biopsie.

Bij een biopsie haalt je arts weefsel weg om te onderzoeken. Dit kunnen 1 of meer stukjes zijn. Zo’n stukje heet een biopt.

Hoe gaat een biopsie?

De biopsie kan op verschillende manieren:

  • met een dikke naald
  • via een klein sneetje
  • tijdens een (kijk)operatie

Hoe je arts dit bij jou doet hangt af van de plek waar de afwijking zit. De arts bespreekt dit met je.

Soms krijg je tegelijk met de biopsie ook een ander onderzoek. Bijvoorbeeld een echografie, een CT-scan of MRI-scan of endoscopie.

Uitslag van de biopsie

Je arts stuurt het weggehaalde weefsel naar het laboratorium. Daar onderzoekt de patholoog het onder de microscoop. En stuurt de uitslag naar je arts.

Je arts bespreekt de uitslag met je: is het een NET of niet? En ook wat de (differentiatie)graad van de tumor is.

Punctie

Bij een punctie zuigt de arts cellen en vocht op van de plek waar een afwijking zit. Die cellen en het vocht worden onderzocht In het laboratorium.

Hoe gaat een punctie?

De arts prikt met een dunne naald door je huid, tot de plek van de afwijking. En zuigt dan wat cellen en vocht weg.

Soms krijg je tegelijk met de punctie ook een ander onderzoek. Bijvoorbeeld een echografie of een scan.

Verdoving bij de punctie

Je hebt meestal geen verdoving nodig bij een punctie. Na het onderzoek kun je meteen naar huis.

Uitslag van de punctie

Je arts stuurt de weggehaalde cellen en het vocht naar het laboratorium. Daar onderzoekt de patholoog het onder de microscoop. En stuurt de uitslag naar je arts.

Je arts bespreekt de uitslag met je: is het kanker of niet?

Endoscopie

Een endoscopie is een kijkonderzoek. Met een kijkonderzoek kijkt de arts in je lichaam of er een tumor zit. De arts gebruikt hiervoor een dunne buis of slang waar een lampje en camera aan zit. Dit heet een endoscoop.

Hoe gaat een endoscopie?

De arts brengt de slang in je lichaam. Bijvoorbeeld via je mond, anus, plasbuis of vagina. Dit hangt af van de plek die de arts onderzoekt.

Het onderzoek kan vervelend zijn en pijn doen. Je kunt een verdoving of een roesje krijgen.

Verdoving tijdens de endoscopie

Een endoscopie kan vervelend zijn en pijn doen. Daarom kun je een roesje krijgen. Daarin zit meestal een slaapmiddel en pijnstillers. Hierdoor voel je je een beetje slaperig. En kun je makkelijker ontspannen.

Krijg je een roesje? Dan blijf je na het onderzoek nog even in het ziekenhuis, tot de slaapmedicijnen zijn uitgewerkt. Als je weer naar huis gaat kun je nog wat suf of slaperig zijn. Ga daarom niet in je eentje naar huis. Ook niet met het openbaar vervoer of een taxi. Neem iemand mee die je na het onderzoek naar huis brengt.

Verschillende namen voor het onderzoek

Met de endoscopie kan de arts organen vanuit je lichaam onderzoeken. Het onderzoek heeft verschillende namen. Dat hangt af van de plek die je arts bekijkt: 

  • longen: bronchoscopie
  • maag, slokdarm en twaalfvingerige darm: gastroscopie
  • dunne darm: enteroscopie of dubbelballon enteroscopie
  • dikke darm: coloscopie
  • endeldarm: coloscopie, sigmoïdscopie en rectoscopie
  • buikholte: laparoscopie

Endoscopie samen met echografie

Soms krijg je ook een echografie en endoscopie tegelijk. Met een endoscopie kijkt de arts in je lichaam. En kijkt of daar een afwijking zit. Een echografie is een onderzoek met geluidsgolven. Het onderzoek heet dan een endo-echografie. Je arts kan organen in je buik dan nog beter zien.

Een endo-echografie krijg je vooral bij het onderzoek naar je maag, darmen of alvleesklier.

Meer weten?

Lees verder op andere websites (1)