Ziektes verwant aan multipel myeloom

Deze informatie is gecontroleerd door deskundigen.

Naar colofon

Opslaan

Er zijn een aantal ziektes die erg op multipel myeloom lijken en eraan verwant zijn:

  • MGUS
  • smeulend multipel myeloom
  • solitair plasmacytoom
  • amyloïdose

Hieronder kun je per aandoening meer informatie lezen.

MGUS

Bij MGUS is er een toename van 1 soort plasmacellen en de daarbij horende antistof: het M-proteïne. De cellen zijn kwaadaardig, maar ze geven nog geen bothaarden. Iemand heeft dus geen multipel myeloom. MGUS geeft ook bijna nooit klachten en wordt bijna altijd bij toeval ontdekt.

MGUS staat voor: Monoclonal Gammopathy of Unknown Significance. Bij MGUS kan het M-proteïne jarenlang stabiel blijven. Je wordt dan niet behandeld, maar wel gecontroleerd.

MGUS kan overgaan in een multipel myeloom. Dat gebeurt als de kwaadaardige plasmacellen nieuwe veranderingen in het DNA erbij krijgen. Dit gebeurt elk jaar bij ongeveer 1% van de patiënten met MGUS. Of en wanneer MGUS zich ontwikkelt tot een multipel myeloom is niet te voorspellen. Alle patiënten met multipel myeloom hebben eerst een MGUS gehad. Soms al jaren, zonder dat deze is opgemerkt.

Smeulend multipel myeloom

Bij sommige patiënten wordt smouldering multipel myeloom vastgesteld. Smouldering betekent smeulend. Een ander woord voor smeulend is sluimerend.

Smeulend multipel myeloom is een vroeg stadium van multipel myeloom. Ook bij smeulend multipel myeloom zijn er kwaadaardige plasmacellen aanwezig in het beenmerg. Ook is de hoeveelheid M-proteïne in het bloed verhoogd. Maar patiënten hebben geen symptomen die bij multipel myeloom horen.

Daarom wordt smeulend multipel myeloom ook wel asymptomatisch multipel myeloom genoemd. Asymptomatisch betekent: zonder symptomen. Smeulend multipel myeloom wordt alleen bij toeval ontdekt.

Overgang van smeulend multipel myeloom naar multipel myeloom

Smeulend multipel myeloom kan overgaan in multipel myeloom. De kans hierop is 50% in de eerste 5 jaar. Deze kans wordt hoger naarmate het langer geleden is dat bij iemand smeulend multipel myeloom is vastgesteld. Na 25 jaar is de kans dat smeulend multipel myeloom overgaat in multipel myeloom namelijk 80%.

Bij de meeste mensen met smeulend multipel myeloom wordt meestal afgewacht hoe de ziekte zich ontwikkelt. Dit heet waakzaam wachten of watchful waiting. De arts controleert je regelmatig. Als de ziekte zich dan verder ontwikkelt kan de arts met de behandeling starten, voordat je klachten van multipel myeloom krijgt. Op dit moment lopen in Nederland en in het buitenland meerdere studies om na te gaan of vroeg behandelen zinvol is bij mensen met smeulend multipel myeloom.

Ultrahoog risicopatiënten

Sommige patiënten met smeulend multipel myeloom hebben een erg grote kans multipel myeloom te ontwikkelen. Deze mensen heten ultrahoog risicopatiënten. 80% van deze patiënten krijgt binnen 5 jaar multipel myeloom.

Ultrahoog risicopatiënten starten direct met de behandeling. De behandeling van ultrahoog risicopatiënten met smeulend multipel myeloom is in principe hetzelfde als de behandeling van multipel myeloom.

Iemand is ultrahoog risicopatiënt wanneer er sprake is van:

  • meer dan 60% myeloomcellen in het beenmerg
  • 2 of meer bothaarden in de wervelkolom
  • 1 symptoom van multipel myeloom, zoals een haard van plasmacellen in het beenmerg 
  • sterk verhoogde lichte ketens in het bloed

Veranderingen in het beenmerg kan de arts met een MRI-scan zien. Botaantasting is aan te tonen met een CT-scan of een PET-CT-scan.

Solitair plasmacytoom

Bij een solitair plasmacytoom groeien kwaadaardige plasmacellen op 1 plaats. Solitair betekent afgezonderd.

Er zijn twee vormen van solitair plasmacytoom:

  • in het bot/beenmerg
  • buiten het bot/beenmerg 

De ziekte is meestal goed te behandelen met bestraling. De plaats van het solitair plasmacytoom (in of buiten het bot) bepaalt of de genezingskans groot of klein is. Het is wel belangrijk dat je echt niet op andere plaatsen kwaadaardige plasmacellen of haarden hebt.

De arts controleert dat met:

Bestraling van solitair plasmacytoom in het bot/beenmerg

Patiënten met een solitair plasmacytoom van het bot krijgen vaak alleen bestraling. Met bestraling is een solitair plasmacytoom goed onder controle te brengen.

Meestal duurt een bestralingsbehandeling 4 weken. Je wordt 4 tot 5 keer per week bestraald.

Na de bestraling kún je genezen. De kans daarop is ongeveer 10 procent. Maar bij de meeste mensen ontwikkelt de ziekte zich tot multipel myeloom. Dit kan soms wel vijf tot tien jaar duren. Op de plek van bestraling komt de ziekte zelden of nooit terug.

Bestraling van solitair plasmacytoom buiten het bot/beenmerg 

Het solitair plasmacytoom buiten het bot ligt vaak in de neus of keel.

De kans dat je na bestraling geneest is vrij groot (80%). Bij 20% van de patiënten gaat het solitair plasmacytoom uiteindelijk over in een multipel myeloom.

De plaatselijke bestraling duurt 5 weken. Je wordt 5 keer per week bestraald.

Amyloïdose

Amyloïdose is een verzamelnaam van ziektes die ontstaan door een neerslag van eiwitten in organen. Deze neerslag heet amyloïd. Hierdoor vormen zich een soort stijve vezels die ervoor zorgen dat een orgaan niet meer goed werkt. Amyloïd kan ontstaan in het hart, de nieren, de lever, het zenuwstelsel, de darmen, de huid en de longen.

Bij 75% van de patiënten met amyloïdose is de oorzaak een plasmacelkanker, zoals multipel myeloom, MGUS of de ziekte van Waldenström. Amyloïdose veroorzaakt door een plasmacelkanker heet ALamyloïdose. Dit ontstaat door de neerslag van monoklonale lichte ketens.

Bij multipel myeloom heeft 10-15% van de patiënten ook een ALamyloïdose. 30% van de patiënten hebben een neerslag van amyloïd. Andersom krijgt maar een klein deel van de patiënten met amyloïdose een multipel myeloom.

ALamyloïdose geeft soms al snel klachten. Daardoor wordt de ziekte meestal ontdekt als er minder dan 10% plasmacellen in het beenmerg zijn.

Bij ALamyloïdose maken de plasmacellen net als bij multipel myeloom een M-proteïne aan: meestal een lichte keten.

Bij 25% van de patiënten met amyloïdose heeft de ziekte niets met kanker te maken. De neerslag bestaat dan niet uit neerslag van monoclonale lichte ketens. Amyloïdose kan spontaan optreden, of erfelijk zijn.
 

Colofon

Met medewerking van

Dr. Raymakers. R.A.P. (hematoloog)

Sikkel, R. (ervaringsdeskundige)

JandeWeer (ervaringsdeskundige)

Prof. dr. Lokhorst, H. (hematoloog)

Gemaakt door KWF Kankerbestrijding, de redactie van kanker.nl

Laatste update: april 2017