Wat is…?

De maag

Opslaan

Maag

1: slokdarm, 2: maagingang met sluitspier, 3: maagkoepel, 4: middelste deel, 5: onderste deel, 6: maaguitgang met sluitspier, 7: twaalfvingerige darm.

De maag

De maag is een onderdeel van het spijsverteringskanaal. Hij ligt midden en boven in de buik, vlak onder het middenrif. Het middenrif is een grote ‘koepelvormige’ spier. Deze spier scheidt de borst- en de buikholte van elkaar.

De maag is een rekbaar orgaan dat van boven breed is en van onder smal. De maag bestaat uit:

  • maagingang (cardia): overgang van de slokdarm naar de maag
  • maagkoepel (fundus): het deel dat tegen het middenrif aanligt
  • corpus: middelste deel van de maag
  • antrum: onderste deel van de maag
  • maaguitgang met sluitspier (pylorus): overgang van de maag in de twaalfvingerige darm

Maagkanker ontstaat vaak in de maagwand. De maagwand bestaat uit:

  • slijmvlieslaag
  • 3 spierlagen
  • bindweefsellaag

De maag wordt bedekt door het buikvlies. Rond de maag zit een groot aantal lymfeklieren. Aan de onderkant van de maag hangt een vetschort. Dit vetschort bedekt een groot deel van de darmen. De dikke darm ligt aan de onderkant tegen de maag aan. De alvleesklier ligt achter de maag. De milt ligt aan de linkerkant tegen de fundus van de maag.

Hoe werkt de maag?

In de maag wordt voedsel tijdelijk opgeslagen en voorbewerkt. Het slijmvlies van de maag produceert maagsap. Dit bestaat uit zoutzuur, slijm en stoffen die betrokken zijn bij de voedselvertering. Spierlagen kneden het voedsel in de maag en vermengen het met maagsap.

De sluitspier van de maag zorgt ervoor dat de voedselbrij een tijdje in de maag blijft. Zo kan het maagsap zijn werk doen. De voedselbrij die zo ontstaat verlaat gedoseerd en met tussenpozen de maag en komt dan in de twaalfvingerige darm terecht. De sluitspier zorgt ervoor dat het voedsel naar de twaalfvingerige darm gaat en dat het niet terugstroomt naar de maag.

Rest van de spijsvertering

In de twaalfvingerige darm mondt de grote galbuis uit. Die zorgt ervoor dat gal wordt toegevoegd aan de voedselbrij. De lever maakt de gal.

Ook de afvoergang van de alvleesklier komt uit in de twaalfvingerige darm. De gal en de vloeistof die wordt gemaakt door de alvleesklier spelen een rol bij de vertering van het voedsel. 

Het voedsel gaat verder via de dunne darm naar de dikke darm. In de dunne darm worden de voedingsstoffen tot zo kleine mogelijke deeltjes gemaakt en opgenomen in het lichaam.

Het laatste deel van de spijsvertering gebeurt in de dikke darm. Daar worden water en zouten onttrokken aan het overgebleven voedsel en in het bloed opgenomen. Wat overblijft, verlaat het lichaam als ontlasting.

De maag en omliggende organen in de buik

Over deze pagina

De informatie in de bibliotheek is getoetst door medisch specialisten en andere deskundigen.

Laatste update: juni 2017

Dit artikel is geschreven door kanker.nl, KWF Kankerbestrijding.

Met medewerking van

Dr. Bisseling, T.M. (MDL-arts), Dr. Hartgrink, H.H. (chirurg-oncoloog), Prof. Dr. Hillegersberg, R. (chirurg), Dr. Jansen, E.P.M. (radiotherapeut), Landelijke Werkgroep Diëtisten Oncologie (LWDO) (diëtist), Leemhuis, J. (ervaringsdeskundige), Dr. Sandick, J.W. van (chirurg)