Doelgerichte therapie bij CML

Opslaan

Eiwitremmers

De behandeling bij CML bestaat bijna altijd uit eiwitremmers. Dit is een vorm van doelgerichte therapie.

Voor CML zijn 5 verschillende eiwitremmers beschikbaar: 

  • imatinib (Glivec®)
  • dasatinib (Sprycel®)
  • nilotinib (Tasigna®)
  • bosutinib (Bosulif®)
  • ponatinib (Iclusig®)

De officiële naam van deze groep medicijnen is ‘tyrosinekinaseremmers’. Afgekort als TKI’s, naar het Engelse tyrosine kinase inhibitors. Ze worden ook wel signaalremmers genoemd. Al deze middelen remmen het BCR-ABL eiwit. Door de remming van het eiwit stoppen de leukemiecellen met delen en gaan ze dood.

TKI’s hebben bij bijna alle patiënten een gunstig effect op de leukemie: 

  • De afwijkingen in het bloed verdwijnen
  • Na een tijd kan de arts bij veel patiënten geen leukemiecellen met het Philadelphia-chromosoom meer vinden
  • Het aantal witte bloedcellen daalt
  • De bloedarmoede verdwijnt
  • De milt wordt kleiner
  • De conditie verbetert

Doelgerichte therapie is een behandeling met medicijnen die specifiek aangrijpen op de kankercellen. Zo kan doelgerichte therapie kankercellen doden of de celdeling van kankercellen remmen.

De medicijnen verspreiden zich via het bloed door je lichaam. Ze kunnen op bijna alle plaatsen kankercellen bereiken. Een ander woord voor doelgerichte therapie is targeted therapy.

CML en therapietrouw

Video over CML en het belang van therapietrouw: medicijnen regelmatig en op tijd innemen. Lees verder.

Ongevoeligheid voor eiwitremmers

Laat de PCR test niet genoeg daling van het BCR-ABL zien? Of stijgt het BCR-ABL na een eerdere goede reactie? Dan bent u ongevoelig voor het medicijn dat u krijgt. Een ander woord voor ongevoelig is resistent.

Een mogelijke oorzaak voor resistentie is een mutatie in het BCR-ABL gen. Dan werkt overstappen op een andere eiwitremmer meestal goed. 

Soms is er geen oorzaak te vinden voor de resistentie. U kunt dan overschakelen naar een ander middel. Soms helpt dat goed. Maar de kans op succes is dan minder.

In sommige gevallen werkt geen enkele eiwitremmer, zelfs ponatinib niet. Dan kan een stamceltransplantatie nodig zijn. Dat is een behandeling met veel risico’s. Hij wordt alleen gegeven als er geen andere opties meer zijn.

Andere behandelingsopties zijn: 

  • immunotherapie met interferon-alfa
  • chemotherapie met hydroxycarbamide of cytarabine

Deze behandelingen werken niet erg goed. Meestal gaat de ziekte vroeger of later toch over naar een acute fase. Vaak krijgt u in het begin hydroxycarbamide. Als de ziekte wel geconstateerd is, maar de resultaten van het chromosoomonderzoek of de PCR test nog niet binnen zijn.

Er zijn wel nieuwe, experimentele medicijnen. Die worden getest in onderzoeken waaraan patiënten deelnemen die op geen enkele behandeling reageren.

Acute fase

Soms is de ziekte al in de acute, derde fase wanneer hij ontdekt wordt. In dat geval is de kans op een succesvolle behandeling klein. De arts probeert de ziekte dan terug te dringen met een van de doelgerichte medicijnen en/of chemotherapie. Is dat gelukt, dan volgt een stamceltransplantatie. Helaas heeft de ziekte dan heel sterk de neiging terug te komen.

Doelgerichte therapie

In deze video zie je hoe doelgerichte therapie werkt.

Over deze pagina

De informatie in de bibliotheek is getoetst door medisch specialisten en andere deskundigen.

Laatste update: maart 2015

Dit artikel is geschreven door KWF Kankerbestrijding, kanker.nl, Hematon.

Met medewerking van

Drs. Griffioen, A. (hematoloog), Dr. Janssen, J.J.W.M. (hematoloog)