Controle-onderzoek bij Lynch-syndroom

Deze informatie is gecontroleerd door deskundigen.

Naar colofon

Opslaan

Is bij jou het Lynch-syndroom vastgesteld? Dan is het belangrijk om je regelmatig te laten controleren, en zo het risico op kanker zo veel mogelijk te beperken. Ook als de klinisch geneticus je dit op basis van stamboomonderzoek heeft geadviseerd.  

Onderzoek heeft aangetoond dat de levensverwachting van mensen met het Lynch-syndroom die zich regelmatig laten controleren bijna net zo goed is als van mensen zonder het Lynch-syndroom.

Controle-onderzoek dikke darm

Mensen die voor controle-onderzoek in aanmerking komen, krijgen het advies hun dikke darm regelmatig te laten onderzoeken op poliepen. Poliepen zijn goedaardige uitgroeisels van het darmslijmvlies. Dikkedarmkanker ontstaat bijna altijd uit een poliep. Poliepen kunnen kwaadaardig worden, maar dat gebeurt niet altijd.

Een veel voorkomende soort poliep is het adenoom. Bij mensen met het Lynch-syndroom kan een adenoom zich sneller tot darmkanker ontwikkelen, soms al na 3 jaar. Bij ‘gewone’ darmkanker duurt dit zo’n 7 tot 10 jaar.

De darmcontroles beginnen meestal op 25-jarige leeftijd. De controle bestaat uit een kijkonderzoek van de dikke darm: een coloscopie. Als er tijdens dit onderzoek een poliep wordt ontdekt, wordt deze meestal direct verwijderd. De patholoog onderzoekt in het laboratorium of de poliep goed- of kwaadaardig is.

Het controle-onderzoek van de dikke darm vindt meestal 1 keer per 2 jaar plaats.

Controle-onderzoek baarmoeder

Vrouwen met (een vermoeden van) het Lynch-syndroom krijgen het advies zich 1 keer per jaar te laten onderzoeken op afwijkingen in de baarmoeder.

De controle bestaat uit:

  • Vaginale echografie. Dit is een echo via de vagina. Hiermee onderzoekt de gynaecoloog het slijmvlies aan de binnenkant van de baarmoeder. Hij meet het dikte van het slijmvlies en bekijkt of er afwijkingen zijn. Ook kan hij de eierstokken onderzoeken.
  • Minicurettage. De gynaecoloog verwijdert een stukje slijmvlies uit de baarmoeder. De patholoog onderzoekt dit stukje onder de microscoop op mogelijke afwijkingen.

Het advies voor controles van de baarmoeder geldt voor vrouwen tussen 40 en 60 jaar oud. In deze periode is het risico op gynaecologische kanker als gevolg van het Lynch-syndroom het hoogst.

Andere onderzoeken

Naast dikkedarmkanker en baarmoederkanker zijn er nog andere tumoren die met het Lynch-syndroom in verband worden gebracht: maag-, galweg-, dunnedarm-, nierbekken-, blaas-, urineleider-, eierstok- en talgklierkanker. Het risico op deze tumoren als gevolg van het Lynch-syndroom is iets hoger dan het risico dat mensen zonder Lynch-syndroom op deze tumoren hebben.

Wetenschappelijk onderzoek heeft ook uitgewezen dat controle-onderzoeken aan deze organen het risico op kanker níet vermindert. Ze geven mensen met (een vermoeden van) het Lynch-syndroom eerder een vals gevoel van veiligheid en worden daarom niet aangeraden. Belangrijk is dat u goed op de signalen van uw lichaam blijft letten.

Wel wordt mensen met het Lynch-syndroom aangeraden zich 1 keer te laten controleren op een specifieke bacterie in de maag. De aanwezigheid van deze bacterie (Helicobacter pylori) geeft namelijk samen met het Lynch-syndroom een verhoogd risico op maagkanker. De arts kan u op deze bacterie onderzoeken met een ademtest, ontlastingstest of door een stukje weefsel in de maag weg te nemen (biopt).

Colofon

Met medewerking van

Drs. Hest, L.P. van (klinisch geneticus)

Dr. Leerdam, M.E. van (MDL-arts)

Dr. Seppen, J. (ervaringsdeskundige)

Gemaakt door KWF Kankerbestrijding, de redactie van kanker.nl, Lynch Polyposis

Laatste update: juli 2016