Behandeling en bijwerkingen

Operatie bij eierstokkanker

Opslaan

Meestal is een uitgebreide operatie mogelijk en zinvol als start van de behandeling.

Afhankelijk van het stadium van de ziekte zijn er 3 vormen van operatie bij eierstokkanker:

  • stadiëringsoperatie
  • debulking 
  • interval debulking 

Pas tijdens een operatie kan de arts definitief vaststellen in welk stadium de ziekte is. Soms blijkt ook pas tijdens de operatie of een stadiëringsoperatie of een debulking nodig is.

Eierstokkanker geeft meestal pas in een later stadium klachten, als de kanker al verspreid is in de buikholte. De kans is daarom groot dat u eierstokkanker in een gevorderd stadium heeft. Kan de arts alle tumor verwijderen, dan kan een operatie een in opzet genezende behandeling zijn. De kans op genezing is 20% bij een gevorderd stadium en 60% bij een vroeg stadium.

Ook als eierstokkanker terugkomt nadat u hiervoor eerder bent behandeld kan u soms (opnieuw) geopereerd worden. Dit heet een operatie bij recidief.

Stadiëringsoperatie

Vermoedt de arts dat u een vroeg stadium van eierstokkanker heeft? Dan doet hij een stadiëringsoperatie. Deze operatie is onderdeel van de behandeling. Bij deze operatie bepaalt de arts of en hoever de tumor is doorgegroeid in het weefsel eromheen.

De arts verwijdert de tumor en bekijkt de omliggende organen en weefsels:

  • de baarmoeder
  • de eierstokken
  • de eileiders
  • het oppervlak van andere organen in de buik: zoals blaas, darm, maag, lever, milt, middenrif en het vetschort (omentum)
  • lymfeklieren in het kleine bekken en in de buik 

Hij kijkt of er uitzaaiingen in deze organen en weefsels zitten. Ziet de arts hier geen tumor, dan verwijdert hij buikvocht en (stukjes) weefsel waarin kankercellen kunnen zitten, maar die niet te zien zijn. Het is bijvoorbeeld bekend dat er kleine uitzaaiingen in de lymfeklieren, het vetschort en het buikvlies kunnen zitten.

De weggenomen stukjes weefsel heten biopten. Meestal neemt de arts van verschillende plaatsen in de buikholte biopten.

Een patholoog onderzoekt al het verwijderde weefsel onder de microscoop. Hij beoordeelt of er kankercellen in zitten en of de ziekte zich op meer plaatsen heeft uitgebreid.

De arts stelt na de operatie vast of en welke verdere behandeling nodig is. Heeft u een stadium I of II A tumor? Dan kan een operatie waarbij de arts de tumor verwijdert voldoende zijn. U krijgt dan meestal geen chemotherapie.

Debulking

Blijkt uit het onderzoek dat de ziekte zich in de buikholte heeft uitgebreid en dat u eierstokkanker in een gevorderd stadium heeft? Dan verwijdert de arts zo veel mogelijk zichtbaar tumorweefsel. Dit heet een debulking.

Voordat de arts deze operatie uitvoert, beoordeelt hij eerst of de uitgebreide operatie mogelijk is. Dit doet hij met een beoordelingsoperatie. Deze operatie doet hij meestal via een kijkoperatie. Soms kan de arts direct aansluitend op de beoordelingsoperatie de debulking uitvoeren.

U kunt na de operatie chemotherapie krijgen als aanvullende behandeling: een adjuvante behandeling. Het doel is dan om uitzaaiingen te bestrijden, die er misschien nog zitten maar niet te zien zijn. Daarmee kan de kans op terugkeer van de ziekte worden verminderd.

Hoe minder tumorweefsel achterblijft, hoe groter de kans op succes bij een vervolgbehandeling met chemotherapie.

Interval debulking

Is volledige verwijdering van de tumor als begin van de behandeling niet mogelijk omdat de ziekte te ver is uitgebreid? Dan kunt u vóór de operatie chemotherapie krijgen: een neo-adjuvante behandeling. Het doel is dan om de tumor te verkleinen, zodat de arts hem later beter kan weghalen. Zo’n operatie na chemotherapie heet een interval debulking.

De arts kan zien of een debulking wel of niet mogelijk is:

De volgorde van operatie en chemotherapie hangt dus af van de uitgebreidheid van de ziekte.

De interval debulking is ook een goede mogelijkheid als uw conditie niet goed genoeg is voor een grote debulkingsoperatie.

De operatie

U gaat voor de operatie onder algehele narcose. De operatie wordt meestal uitgevoerd via een buiksnede. Dit heet een laparotomie. De snee loopt van het borstbeen tot aan het schaambeen. Een stadiëringsoperatie kan ook via een kijkoperatie: een laparoscopie. De arts brengt dan een kijkbuis in via een kleine snee in de buik. Een ander woord voor kijkbuis is laparoscoop.

Bij alle 3 de vormen van operatie verwijdert de arts:

  • de baarmoeder
  • de eierstokken
  • de eileiders
  • het vetschort dat om organen in de buik ligt: een ander woord hiervoor is omentum

Soms verwijdert de arts:

  • Eventueel andere zichtbare tumor op andere plekken in de buik.
  • De lymfeklieren in het kleine bekken en langs de grote lichaamsslagader (aorta).
  • Een deel van de darmen als de tumor hierin is doorgegroeid. Soms moet de arts dan een tijdelijk of blijvend darmstoma aanleggen.
  • (Delen van) andere organen zoals de milt, lever, maag of blaas. Dit komt zelden voor.

De operatie kan als volgt verlopen:

  • De arts verwijdert de tumor helemaal: bij een stadiëringsoperatie en bij een complete debulking.
  • De arts verwijdert zo veel mogelijk tumorweefsel, maar kan niet alles verwijderen: een incomplete debulking. Waarbij hij:
    - maar kleine rest(en) achterlaat: optimale debulking
    - wel het meeste kan weghalen, maar grotere resten moet achterlaten
  • De arts kan niet genoeg tumorweefsel verwijderen omdat de tumor te uitgebreid is. Dan volgt eerst neo-adjuvante chemotherapie, waarna u mogelijk alsnog geopereerd kan worden.

Gevolgen operatie bij eierstokkanker

Net zoals bij iedere operatie is er kans op de normale complicaties van een operatie, bijvoorbeeld:

  • wondinfectie
  • trombosebeen
  • longontsteking
  • nabloeding

Andere gevolgen waar u mee te maken kunt krijgen, hangen af van hoe uitgebreid de operatie is:

 

Operatie bij kanker

Deze video legt uit hoe de operatie bij kanker in zijn werk gaat.

Over deze pagina

De informatie in de bibliotheek is getoetst door medisch specialisten en andere deskundigen.

Laatste update: juli 2016

Dit artikel is geschreven door KWF Kankerbestrijding, Olijf, netwerk vrouwen met gynaecologische kanker.

Met medewerking van

Prof. dr. Massuger, L.F.A.G. (gynaecoloog), Prof. dr. Verheijen, R.H.M. (gynaecoloog), Dr. Witteveen, P.O. (medisch oncoloog)