Onderzoek en diagnose

Stadiumindeling bij dikkedarmkanker

Opslaan

De arts gebruikt bij dikkedarmkanker de stadiumindeling om de ernst en uitgebreidheid van de ziekte aan te geven.

Bij dikkedarmkanker zijn er 4 stadia:

  • stadium I: de tumor is beperkt tot de binnenste lagen van de dikke darm. Er zijn geen uitzaaiingen 
  • stadium II: de tumor is door de spierlaag van de darmwand heen gegroeid. De tumor zit soms in het weefsel eromheen. Er zijn geen uitzaaiingen
  • stadium III: er zijn uitzaaiingen in de lymfeklieren in de buurt van de tumor. Er zijn geen uitzaaiingen in lymfeklieren op afstand van de tumor of in andere organen 
  • stadium IV: er zijn uitzaaiingen verder in het lichaam

Om het stadium van de kanker te bepalen, worden drie dingen beoordeeld:

  • de dikkedarmtumor zelf (T)
  • eventuele uitzaaiingen in de lymfeklieren (N)
  • eventuele uitzaaiingen in organen op afstand van de tumor (M)

Elk van de drie onderdelen wordt beoordeeld en krijgt een cijfer. Over het algemeen geldt, hoe hoger het getal hoe groter de uitgebreidheid. Samen vormen ze de zogenaamde TNM-indeling.

Andere eigenschappen van de kankercel

De eigenschappen van de tumor zelf kunnen ook samenhangen met de ernst van de ziekte. Bijvoorbeeld de differentiatiegraad. Dit betekent hoever de kankercellen zijn uitgerijpt. Om dit te onderzoeken worden de kankercellen onder de microscoop bekeken.

Ook kunnen eventuele fouten in het DNA van de kankercellen iets zeggen over de ernst van de ziekte. Bij darmkanker komen specifieke fouten in het DNA vaak voor. Het gaat dan om fouten in genen, die worden ook wel mutaties genoemd. Bij darmkanker komen bijvoorbeeld een APC-mutatie, BRAF-mutatie of RAS-mutatie voor.
Het is ook belangrijk voor de behandeling om te weten of de darmkankercellen bepaalde mutaties wel of niet hebben.

Vraag uw arts om uitleg als u meer over het stadium van uw ziekte wilt weten. 

Over deze pagina

De informatie in de bibliotheek is getoetst door medisch specialisten en andere deskundigen.

Laatste update: april 2018

Dit artikel is geschreven door KWF Kankerbestrijding.

Met medewerking van

Dr. Buijsen, J.D. (radiotherapeut), Dr. Roodhart, J.M.L (medisch oncoloog), Dr. Spaander, V.M.C.W. (MDL-arts), Dr. Tanis, P.J. (chirurg-oncoloog)