Wat is…?

Gevolgen van chronische vermoeidheid

Opslaan

Door chronische vermoeidheid kun je in je dagelijks leven minder goed functioneren. Ook kun je veel minder doen dan je gewend was. Bijvoorbeeld op ht gebied van werk, studie of huishouden. Of bij sport en sociale activiteiten.

Het is vaak moeilijk te accepteren dat je voor de behandeling van de kanker meer aankon dan nu. Het kan je gefrustreerd, geïrriteerd of verdrietig maken..

Het kan extra moeilijk zijn als je omgeving je als genezen beschouwt en verwacht dat je weer gewoon aan alles meedoet. Dat kan je het gevoel geven dat je niet begrepen wordt. Of dat je onder druk staat.

Lees de tips over omgaan met vermoeidheid. 

Thuissituatie

Dat je minder energie hebt en hoe je daarover voelt, beïnvloedt ook de mensen in je directe omgeving. Bijvoorbeeld je partner of gezin. Misschien kun je niet meer thuis het huishouden doen. Of ben je vaker thuis omdat werken minder makkelijk gaat. Dat heeft impact op je leven thuis en op de mensen om je heen.

Je vermoeidheid kan ook ingrijpend zijn voor je relatie. je moet samen weer een nieuw evenwicht zoeken. Je hebt ook minder energie voor je partner en voor gezamenlijke activiteiten. Ook de zin in seks kan afnemen. Dat kan ook weer invloed hebben op de relatie met je partner.

Sociale contacten

Veel mensen die langdurig moe zijn, ervaren dat het contact met vrienden en kennissen minder wordt. Zeker als je weer aan het werk gaat, heb je minder energie voor sociale contacten of heb je misschien minder behoefte aan sociale contacten.

Werk

Mensen die last hebben van chronische vermoeidheid na kanker, hebben vaak meer moeite met werken. Een deel van hen gaat minder uren werken. Anderen stoppen helemaal met een betaalde baan. Weer anderen besteden al hun energie aan het werk, waardoor er geen energie meer overblijft voor andere zaken.

Over deze pagina

De informatie in de bibliotheek is getoetst door medisch specialisten en andere deskundigen.

Laatste update: september 2017

Dit artikel is geschreven door kanker.nl.

Met medewerking van

Drs. Abrahams, H. (overige deskundige), Dr. Brouwer-Dudok de Wit, A.C. (klinisch psycholoog), IJsseldijk, G. van (ervaringsdeskundige), Prof. dr. Knoop, J.A. (klinisch psycholoog), Prof. dr. Prins, J.B. (klinisch psycholoog)