Lees op deze pagina over:
Schade aan hart en bloedvaten door bestraling
Bestraling (radiotherapie) krijg je op de plek waar de kankercellen zitten. De straling heeft ook invloed op de gezonde cellen in dat gebied.
Ligt je hart in het gebied dat bestraald wordt? Dan houdt de bestralingsarts de hoeveelheid straling op je hart zo laag mogelijk. Je krijgt daar in het ziekenhuis uitleg over.
Je arts bespreekt ook het risico op hart- en vaatziekten met je. Bekijk de vragen die je kunt stellen aan je arts en de tips voor het gesprek.
Vraag ook aan je arts wat je kunt doen om het risico op hart- en vaatziekten te verminderen. En welke hulp je daarbij kunt krijgen.
Bij welke kankersoorten vergroot bestraling het risico op hart- en vaatziekten?
Bestraling op de borst maakt vaak deel uit van de behandeling van:
- borstkanker
- Hodgkinlymfoom
- longkanker
- slokdarmkanker
- thymuskanker
Het risico op hart- en vaatziekten door bestraling hangt af van de totale hoeveelheid straling die je krijgt en de plaats of het gebied dat bestraald wordt. Daarnaast speelt mee of je zelf al risicofactoren voor hart- en vaatziekten hebt, bijvoorbeeld roken, overgewicht of een erfelijke aanleg. En of je al hartklachten hebt voordat je bestraling krijgt.
Het risico op schade aan hart en bloedvaten is hoger als je, naast bestraling van de borst, ook nog chemotherapie of doelgerichte therapie krijgt.
Hartklachten tijdens bestraling
Heel soms veroorzaakt bestraling al tijdens of kort na de behandeling hartklachten. Bijvoorbeeld een ontsteking van de hartspier (myocarditis) of een ontsteking van het hartzakje (pericarditis).
Hart- en vaatziekten na bestraling
Een hoge dosis straling op de borst kan de dosis op het hart ook verhogen. Met als gevolg: schade aan hartkleppen en bloedvaten. Als dat gebeurt, duurt het bij de meeste mensen 5 tot 15 jaar voordat ze klachten krijgen.
Meestal gaat het dan om:
Vraag aan je arts wat voor jou het risico is.