Heb jij door je behandeling tegen kanker een hoger risico op hart- en vaatziekten? Dan is het belangrijk dat je regelmatige controles krijgt van je hart en je bloedvaten.
Lees op deze pagina over:
Controle van je hart vóór de behandeling
Soms krijg je een hartfilmpje of een hartfunctie-onderzoek voordat je met de behandeling tegen kanker start. Met dit onderzoek kan de arts beoordelen hoe goed je hart werkt, en of de behandeling tegen kanker niet te risicovol is.
Werkt je hart niet goed genoeg? Dan krijg je misschien een ander medicijn of een andere behandeling. De arts bespreekt dit met je.
Controle van je hart tijdens de behandeling
Heb je een verhoogd risico op hartklachten door je behandeling? Dan controleert de arts regelmatig je bloeddruk en je hart tijdens de behandeling. Bijvoorbeeld met een hartecho of een hartfilmpje (ECG). Soms verwijst je arts je voor deze controles naar een polikliniek cardio-oncologie.
Als de behandeling niet meer veilig is voor je hart, bespreken de cardioloog en de oncoloog samen wat de beste oplossing is. De cardioloog kan bijvoorbeeld medicijnen voorschrijven om je hart te beschermen. De oncoloog kan de kankerbehandeling aanpassen. Dat kan betekenen dat je een lagere dosis krijgt of overstapt op een ander medicijn.
Soms is het nodig om de behandeling tijdelijk stop te zetten om verdere schade aan je hart te voorkomen.
Controle van je hart na de behandeling
Soms krijg je na de behandeling ook nog regelmatig controles van je hart. Dit hangt af van je diagnose, het risico dat je loopt en of je al (hart)klachten hebt. Soms is een behandeling nodig. De controles en eventueel een behandeling zijn belangrijk om schade aan hart en bloedvaten te voorkomen.
Heb je risicofactoren waardoor je al een hogere kans hebt op hart- en vaatziekten? Dan stuurt de arts je mogelijk door naar een cardioloog of een cardio-oncoloog.
Deze arts kan je hart op verschillende manieren onderzoeken:
Echo van je hart
Je kunt een echo van je hart krijgen. Dit onderzoek gebeurt met geluidsgolven. Op een scherm kan de echo-laborant de hartfunctie en de hartkleppen zien. Zo kan de cardioloog beoordelen of je hart goed pompt.
Hartfilmpje
Soms krijg je een hartfilmpje. Dit heet een elektrocardiogram (ECG). Je krijgt daarbij elektroden op je lichaam geplakt. De elektroden laten de activiteit van je hart zien. Zo kan de arts zien of je hart goed werkt.
Bloedonderzoek
Er zijn bloedwaarden die de arts kan beoordelen die informatie geven over de functie van je hart de of schade aan je hart.
Nucleair onderzoek
Soms krijg je een nucleair onderzoek. Je krijgt dan een injectie met heel klein beetje radioactieve stof. Een camera laat zien hoe deze stof door het hart stroomt. Hierdoor kan de arts berekenen hoe goed je hart pompt.