Deze medicijnen maken het risico op hart- en vaatziekten iets groter:
- capecitabine
- cisplatine
- cyclofosfamide
- daunorubicine
- docetaxel
- doxorubicine
- epirubicine
- melfalan
- mitoxantron
- idarubicine
- mitomycin
- paclitaxel
- 5-fluoro-uracil
Belangrijk om te weten: alleen het risico op hart- en vaatziekten wordt iets groter. Dat betekent dus niet dat je bij deze soorten chemotherapie altijd hart- en vaatziekten krijgt. Ook hangt het risico sterk af van de dosering. En soms ook van welke combinaties van behandelingen je krijgt. Je arts kan je uitleg geven.
Weet je niet welke chemotherapie jij kreeg? Of staat jouw chemotherapie er niet tussen, maar wil je toch weten of jij een verhoogd risico hebt op hart- en vaatziekten? Vraag het dan aan je (behandelend) arts.
Hartklachten tijdens chemotherapie
Soms veroorzaakt chemotherapie al tijdens of kort na de behandeling hartklachten. Bijvoorbeeld een ontsteking van de hartspier (myocarditis) of een verminderde pompfunctie van het hart. De arts past dan de behandeling tegen kanker aan of geeft je een behandeling voor je hart, zodat je hart kan herstellen.
Hart- en vaatziekten na chemotherapie
Sommige soorten chemotherapie kunnen het hart en/of de bloedvaten beschadigen. Daardoor kan het risico op hart- en vaatziekten iets toenemen. Bijvoorbeeld op een licht verminderde pompfunctie, hartfalen of ritmestoornissen.
Vraag aan je arts wat voor jou het risico is, en om welke hart- en vaatziekten het gaat.