Myelodysplastisch syndroom

Tmc over deze informatie

Myelodysplastisch syndroom (MDS) is een groep van beenmergziektes waarbij de aanmaak van bloedcellen is verstoord.

MDS kan vrij rustig verlopen, maar kan zich ook ontwikkelen tot een ernstige ziekte die intensief behandeld moet worden.

De vooruitzichten en een mogelijke behandeling hangen af van:

Beenmerg en bloedcellen

Alle bloedcellen worden in het beenmerg gemaakt. Beenmerg zit in het binnenste van onze botten. Het is een sponsachtig, rood weefsel. Als het opgezogen wordt uit het bot lijkt het op bloed.

Beenmerg zit vooral in:

  • de wervels
  • de schedel
  • het borstbeen
  • de ribben
  • het bekken

In het beenmerg zitten stamcellen. Deze stamcellen kunnen zich ontwikkelen tot verschillende soorten cellen. Dit heet ook wel rijpen. Stamcellen rijpen uit tot:
  • Witte bloedcellen: helpen om infecties tegen te gaan. Ook ruimen ze beschadigde en afgestorven weefselcellen op. Zo helpen ze bij de genezing van wondjes. Er zijn verschillende soorten witte bloedcellen.
    Een andere naam voor witte bloedcellen is leukocyten.
  • Rode bloedcellen: zorgen voor het vervoer van ingeademde zuurstof naar weefsels en organen.
    Een andere naam voor rode bloedcellen is erytrocyten.
  • Bloedplaatjes: helpen bij de bloedstolling. Zodat bij verwondingen het bloedverlies wordt beperkt.
    Een andere naam voor bloedplaatjes is trombocyten.


De verschillende soorten cellen zijn allemaal belangrijk.

De bloedcellen en bloedplaatjes gaan vanuit het beenmerg het bloed in. Per dag gaan er ongeveer evenveel cellen het bloed in als dat er in het bloed afsterven. Hierdoor is er steeds een evenwicht.

Verstoorde bloedaanmaak bij MDS

Bij MDS worden de bloedcellen niet goed aangemaakt. Het resultaat van deze verstoorde aanmaak zijn misvormde en niet goed uitgerijpte bloedcellen. 

De misvormde, niet goed uitgerijpte bloedcellen kunnen te vroeg sterven in het beenmerg. Hierdoor kunnen de volgende afwijkingen ontstaan:
  • te weinig rode bloedcellen (anemie)
  • te weinig witte bloedcellen (neutropenie)
  • te weinig bloedplaatjes (trombopenie)
  • te weinig rode bloedcellen, witte bloedcellen en bloedplaatjes (pancytopenie)
  • of een verminderde functie van de bloedcellen. 

Tekort aan rode bloedcellen bij MDS

De meeste patiënten met MDS hebben bij diagnose last van bloedarmoede. De medische term voor bloedarmoede is anemie.

Bloedarmoede betekent dat er te weinig rode bloedcellen in het bloed zitten of dat de rode bloedcellen niet goed werken. Daardoor kan het bloed minder zuurstof vervoeren. Dit kan verschillende klachten veroorzaken, waaronder vermoeidheid, bleekheid en kortademigheid.

In de rode bloedcel zit hemoglobine (Hb). Hemoglobine is nodig om zuurstof te vervoeren vanuit de longen naar alle delen van het lichaam.

Om te bepalen of u bloedarmoede heeft, wordt gekeken naar de waarde van het Hb in het bloed.
  • Mannen hebben bloedarmoede als het Hb lager is dan 8,5 mmol/l.
  • Vrouwen hebben bloedarmoede als het Hb lager is dan 7,5 mmol/l
  • Voor zwangere vrouwen en kinderen gelden andere waarden.

Tekort aan witte bloedcellen bij MDS

Sommige MDS-patiënten krijgen een tekort aan een bepaald type witte bloedcellen (neutrofielen). Dit heet neutropenie. Hierdoor hebben ze een grotere kans op bacteriële infecties en schimmelinfecties, zoals:
  • huidinfecties
  • infecties van de neusholte
  • longinfecties
  • infecties in de urinewegen

Soms ontstaan infecties bij een voldoende aantal neutrofielen. Dit komt omdat de witte bloedcellen bij iemand met MDS minder goed kunnen functioneren dan bij iemand zonder MDS.

Tekort aan bloedplaatjes bij MDS

MDS kan ook een tekort aan bloedplaatjes (trombocyten) veroorzaken. Dit heet trombopenie. Mensen met abnormale bloedplaatjes of een tekort aan bloedplaatjes kunnen last hebben van blauwe plekken of bloedingen, zelfs als ze zich niet hard stoten. Naarmate het aantal bloedplaatjes afneemt, worden de bloedingen ernstiger.

MDS en acute leukemie

Bij ongeveer een derde van de patiënten is niet alleen sprake van de aanmaak van afwijkende, niet goed functionerende bloedcellen, maar is er ook iets mis met de voorlopercellen. In het ergste geval kan dit leiden tot acute myeloïde leukemie (AML).

De kans dat MDS acute leukemie wordt, hangt sterk af van het type MDS. Sommige vormen van MDS ontsporen vrijwel nooit. Andere veel vaker.