Om te onderzoeken of je MDS hebt, krijg je ook een beenmergonderzoek. Want bij MDS is er iets mis met de stamcellen in je beenmerg.
Bij de beenmergpunctie zuigt de arts wat beenmerg weg uit de achterkant van het bekken of uit het borstbeen. Dit doet hij of zij met een dunne, holle naald. De naald gaat door het bot tot in het beenmerg.
Een beenmergpunctie doet pijn. De arts verdooft de huid en het botvlies. Meestal voel je nog heel kort een scherpe pijn en een vreemd, trekkerig gevoel.
In het laboratorium bekijkt men de vorm van de beenmergcellen. En of er afwijkingen zijn in het DNA van die cellen. DNA is je erfelijk materiaal. DNA kun je niet zomaar zien.
Met de uitkomst kan de arts zien of je MDS hebt, en welke vorm. Dat is belangrijk om te weten voor je behandeling. Je krijgt de uitslag van de beenmergpunctie van je eigen arts.