Operatie bij maagkanker

Deze informatie is gecontroleerd door deskundigen.

Naar colofon

Opslaan

Bij maagkanker is een operatie de enige behandeling waarmee je kans hebt om te genezen. Toch is er een grote kans dat de kanker na de behandeling weer terugkomt. Dit gebeurt bij ongeveer 2 op de 3 mensen. 

Lees verder over de volgende onderwerpen:

Wanneer is een operatie mogelijk bij maagkanker?

Je kunt een operatie krijgen met genezing als doel als je voldoet aan deze 3 voorwaarden:

  • De chirurg kan de tumor helemaal weghalen
  • Je hebt geen uitzaaiingen in lymfeklieren of organen die verder van de tumor liggen.
  • Je conditie is goed genoeg voor een operatie. 

Vóór de operatie krijg je meestal chemotherapie. Na de operatie krijg je nog een keer chemotherapie of heel soms een combinatie van chemotherapie en bestraling (chemoradiatie). 

Wanneer je erg vermagerd bent door de kanker, moet je eerst aansterken voor de operatie. Een diëtist geeft je advies over eten en drinken. Hij of zij kan je ook begeleiden als eten moeilijk gaat en drink- of sondevoeding nodig is. 

Er zijn verschillende soorten maagoperaties. De chirurg bespreekt hoe hij of zij je zal opereren en welke risico’s de operatie heeft. 

Bovenste deel maag verwijderen (buismaagoperatie)

Zit de tumor op de overgang van de slokdarm naar de maag (cardiatumor), dan kiest de arts voor een buismaagoperatie. De chirurg verwijdert het bovenste deel van de maag, het onderste deel van de slokdarm en de bijbehorende lymfeklieren. Daarna maakt de chirurg van het achtergebleven deel van de maag een holle buis. Dit heet een buismaag. De chirurg maakt de buismaag vast aan het achtergebleven deel van de slokdarm. Zo kan het voedsel weer door de slokdarm naar de maag.  

De operatie gebeurt via een snee in je hals en buik. Of via een paar kleine sneetjes in de huid (kijkoperatie).

Het weggehaalde weefsel gaat voor onderzoek naar het laboratorium.

Bovenste deel maag verwijderen (buismaagoperatie)

De chirurg verwijdert het onderste deel van de slokdarm (1) en het bovenste deel van de maag (2). Van het achtergebleven deel van de maag maakt de chirurg een holle buis. Dit is de buismaag.

Onderste deel maag verwijderen (partiële maagresectie)

Zit de tumor in het onderste deel van maag, dan haalt de chirurg meestal alleen dit deel van de maag weg. Dit heet ook wel een partiële maagresectie of distale maagresectie.

De chirurg verwijdert het onderste deel van de maag, de maaguitgang, het eerste stuk van de dunne darm, de bijbehorende lymfeklieren en het vetschort. Daarna maakt de chirurg het overgebleven bovenste deel van de maag vast aan de dunne darm. 

Het weggehaalde weefsel gaat voor onderzoek naar het laboratorium.

Onderste deel maag verwijderen (partiële maagresectie)

De chirurg verwijdert het onderste deel van de maag met de tumor en het eerste stuk van de dunne darm (vanaf c tot d). Daarna maakt de chirurg het overgebleven bovenste deel van de maag (a) vast aan de dunne darm (c). 

Hele maag verwijderen (totale maagresectie)

Soms is het nodig de hele maag te verwijderen. Dit gebeurt meestal als de tumor op verschillende plekken in de maag zit. Dit soort maagkanker heet diffuus type adenocarcinoom. Ook bij een tumor in het middelste of bovenste deel van de maag moet de chirurg de hele maag verwijderen. De operatie heet ook wel een totale maagresectie.

De chirurg verwijdert de maag, de maaguitgang, de twaalfvingerige darm, de bijbehorende lymfeklieren en het vetschort. Daarna sluit de chirurg de slokdarm aan op de dunne darm. Na de operatie vormen slokdarm en dunne darm een doorlopende buis. Het voedsel gaat van de slokdarm direct in de dunne darm.

Het weggehaalde weefsel gaat voor onderzoek naar het laboratorium.

Hele maag verwijderen (totale resectie)

Bij een totale maagresectie verwijdert de chirurg de maag (1) en de twaalfvingerige darm (2). De twaalfvingerige darm is het begin van de dunne darm (3). Daarna sluit de chirurg de slokdarm (4) aan op de dunne darm (5).

Operatie van een tumor die in andere organen is gegroeid

Soms is de tumor doorgegroeid in de alvleesklier, lever of dikke darm. De chirurg beoordeelt dan tijdens de operatie of het zinvol is om een deel van de alvleesklier, lever of dikke darm te verwijderen.

Bij ingroei in de milt neemt de arts de hele milt weg. De milt speelt een belangrijke rol bij de afweer. Wanneer je geen milt meer hebt, vermindert je weerstand. Om ervoor te zorgen dat je niet onnodig infecties oploopt,  krijgt je regelmatig vaccinaties.

Soms toch een minder ingrijpende operatie 

Tijdens de operatie blijkt soms dat de chirurg de tumor niet helemaal kan verwijderen. Of dat er uitzaaiingen zijn. Vaak besluit de chirurg dan om minder uitgebreid te opereren. Doel van de operatie is dan om ervoor te zorgen dat je eten weer goed door de maag kan. Dit heet een palliatieve operatie.

Risico’s en complicaties van een maagoperatie

Elke operatie heeft risico’s, zoals een nabloeding, trombose of een ontsteking van de operatiewond. Bij een maagoperatie komen daar nog enkele risico’s bij:

Longontsteking

Een maagoperatie heeft invloed op de ademhaling. Door de pijn aan de wond, de narcose en lange tijd in bed liggen, ga je oppervlakkiger ademhalen. Wanneer je oppervlakkiger ademt, gebruik je de onderste delen van de longen minder goed. Daar kan zich dan meer slijm ophopen, waardoor je een longontsteking kunt krijgen. Om een longontsteking te voorkomen, moet je na de operatie ademhalingsoefeningen doen. De verpleegkundige legt uit hoe dat moet. 

Naadlekkage

Soms is de nieuwe verbinding tussen de maag en slokdarm of tussen de maag en dunne darm nog niet waterdicht. Er kunnen dan maag- of darmsappen in de buikholte komen. Hierdoor kun je een buikvliesontsteking krijgen. Je hebt dan hoge koorts en een ziek gevoel. 

Vaak helpen antibiotica om hiervan te herstellen. Ook brengt de radioloog soms van buitenaf een slangetje in. En in een enkel geval is een nieuwe operatie nodig om de lekkage te behandelen.

Maagverlamming (gastroparese)

Na de operatie gaat het voedsel heel langzaam door het spijsverteringskanaal. Of het wil er helemaal niet meer doorheen. Dit kan soms enkele dagen duren. Je kunt hierdoor misselijk zijn en een vol gevoel hebben. Soms moet je braken.

Een hartinfarct of hartritmestoornissen 

Tijdens een buismaagoperatie kan een bepaalde zenuw geprikkeld worden, waardoor je hartritmestoornissen krijgt (onregelmatige hartslag). Ook is er een kleine kans op een hartinfarct tijdens de operatie.

Veel verlies van lymfevocht uit de wond 

Door beschadiging van een lymfevat kan er veel lymfevocht uit de wond komen. Soms is een operatie nodig om het lymfevat dicht te maken.

Overlijden

Een maagoperatie brengt risico’s met zich mee. Ongeveer 5% van de mensen overlijdt binnen 30 dagen na een maagoperatie als gevolg van de operatie. De kans is groter bij mensen met een hart- of longziekte en bij mensen boven de 70 jaar.

Eten en drinken na een maagoperatie

Afhankelijk van het soort operatie (verwijderen hele maag of deel van de maag) begin je langzaam weer met eten. Drinken kan vaak al snel na de operatie. Verder uitbreiden naar een normaal dieet kan wat langer duren. Een diëtist begeleidt je daarbij.  

Na de operatie krijg je soms de eerste paar dagen sondevoeding. Dit is vloeibare voeding die met een flexibele slang direct in de dunne darm terechtkomt. Soms blijft sondevoeding nog wat langer nodig. Het lukt niet om gelijk alles te eten. 

Ook wat langer na de operatie kun je moeite hebben met eten en drinken. 
Lees verder over voeding bij maagkanker

Uitslag weefselonderzoek

Het weefsel dat tijdens de operatie is verwijderd, gaat voor onderzoek naar het laboratorium. Een patholoog onderzoekt het onder de microscoop. Je arts bespreekt de uitslag van het weefselonderzoek met je. 

Palliatieve operatie bij maagkanker 

Heb je uitzaaiingen van maagkanker in bijvoorbeeld de lever of de longen, dan is het niet meer mogelijk om te genezen. De arts probeert dan de ziekte te remmen en klachten te verminderen. Soms kan dit met een operatie. Dit is dan een palliatieve behandeling.

Wanneer de tumor de uitgang van de maag blokkeert, kan de arts soms het onderste deel van de maag verwijderen (zie boven) of een omleiding (een gastric bypass) maken. 

Bij een gastric bypass maakt de arts het middelste deel van de maag aan de dunne darm vast. Het laatste stuk van de maag doet dan niet meer mee; het voedsel komt dan via een omweg (bypass) in de darmen. Een ander woord voor zo’n verbinding is een gastro-enterostomie. 

Als een operatie niet kan of je geen operatie wilt, kun je soms een stent krijgen in plaats van een gastric bypass. Lees meer over een stent bij maagkanker.

Colofon

Met medewerking van

Gemaakt door de redactie van kanker.nl

Laatste update: juni 2017