Behandeling en bijwerkingen

Immunotherapie bij hodgkinlymfoom

Opslaan

Immunotherapie is een behandeling die een afweerreactie tegen kankercellen stimuleert. Deze behandeling versterkt of verandert uw eigen afweersysteem, zodat het de kankercellen beter kan doden.

De behandeling kan ook direct op de tumorcellen zelf werken, maar maakt daarbij gebruik van uw eigen afweersysteem. Dit is uniek aan immunotherapie.

Brentuximab vedotin bij hodgkinlymfoom

Sommige patiënten met hodgkinlymfoom krijgen immunotherapie met brentuximab vedotin (Adcetris®). Dit middel bestaat uit een celdodende stof gebonden aan een monoklonaal antilichaam. Een monoklonaal antilichaam is een soort eiwit dat een ander eiwit herkent. In dit geval herkent het CD30. CD30 komt voor op het oppervlak van bepaalde cellen. Als het monoklonale antilichaam aan het CD30-eiwit bindt, dan zorgt de celdodende stof ervoor dat de cel sterft.

Brentuximab vedotin wordt gebruikt als het eiwit CD30 op het oppervlak van de kankercellen voorkomt. U kunt mogelijk voor dit middel in aanmerking komen:

  • na een autologe stamceltransplantatie (maar alleen als deze onvoldoende effect heeft gehad).
  • als u ten minste 2 eerdere behandelingen heeft gehad en een autologe stamceltransplantatie of combinatiechemotherapie (een combinatie van geneesmiddelen tegen kanker) geen behandelopties zijn
  • als u deelneemt aan een onderzoek waarin de toegevoegde waarde van brentuximab vedotin wordt onderzocht

Pembrolizumab bij hodgkinlymfoom

Patiënten met een teruggekeerd of resistent hodgkinlymfoom kunnen mogelijk in aanmerking komen voor een behandeling met pembrolizumab (Keytruda®). Dit medicijn wordt per infuus toegediend.

Nivolumab bij hodgkinlymfoom

Nivolumab wordt ingezet bij patiënten met teruggekeerd/refractair hodgkinlymfoom en een autologe stamceltransplantatie en na behandeling met brentuximab vedotin. Ook dit medicijn wordt per infuus toegediend. Lees verder onder nieuwe ontwikkelingen bij hodgkinlymfoom.

Klachten door de behandeling

Immunotherapie kan bijwerkingen geven. Van welke bijwerkingen u last krijgt, hangt af van:

  • de soort behandeling
  • de dosis
  • de duur van de behandeling
  • de combinatie met andere medicijnen

De mogelijke bijwerkingen verschillen sterk per immunotherapiebehandeling. De arts of verpleegkundige informeert u over de mogelijke bijwerkingen die u kunt verwachten. Ook kunt u de bijsluiter of patiënten-informatiefolder van uw specifieke medicijnen raadplegen.

Verschillen per persoon

Het is niet te voorspellen hoe u op immunotherapie reageert. Sommige mensen hebben veel last van bijwerkingen, andere merken er minder van.

De ernst van de bijwerkingen zegt meestal niets over het resultaat van de behandeling. Als u veel last heeft van bijwerkingen, is dat geen garantie dat de immunotherapie een goed effect heeft op uw ziekte. Of omgekeerd: merkt u er weinig van, dan wil dat niet zeggen dat de immunotherapie geen invloed heeft op uw ziekte.

Het is belangrijk al uw klachten te bespreken met uw specialist. Hij kan u mogelijk medicijnen voorschrijven die helpen tegen de klachten. Soms wordt de dosis van het medicijn blijvend of tijdelijk aangepast. Of wordt er een pauze in de behandeling ingelast.

Voor informatie en adviezen kunt u ook terecht bij de oncologieverpleegkundige of verpleegkundig specialist. Deze gespecialiseerde verpleegkundigen zijn in veel ziekenhuizen aanwezig.

Meest voorkomende bijwerkingen van immunotherapie

Immunotherapie stimuleert het immuunsysteem. Dit kan dit leiden tot afweerreacties gericht tegen het eigen lichaam (auto-immuniteit). Veel voorkomende bijwerkingen zijn daarom een grieperig gevoel, darmontstekingen met diarree als gevolg, of huidontstekingen in de vorm van uitslag. Behandelingen met medicijnen die het afweersysteem remmen kunnen soms nodig zijn om dit soort klachten te behandelen.

Over deze pagina

De informatie in de bibliotheek is getoetst door medisch specialisten en andere deskundigen.

Laatste update: augustus 2017

Dit artikel is geschreven door KWF Kankerbestrijding, kanker.nl.

Met medewerking van

Drs. Visser, H.P.J. (hematoloog), Woude, H. (verpleegkundig specialist), Dr. Zijlstra, J.M. (hematoloog)