Behandeling en bijwerkingen

Bestraling bij dikkedarmkanker

Opslaan

Meestal wordt een tumor in de dikke darm niet bestraald. Soms gebeurt dit nog wel, bijvoorbeeld als de tumor al erg is uitgebreid. Het doel van de bestraling (soms gecombineerd met chemotherapie) is de tumor kleiner te maken. Hij is dan makkelijker te opereren.

Heel soms krijgt u bestraling als u niet meer beter kunt worden. Het doel van de bestraling is dan om bepaalde klachten, zoals pijn, tegen de gaan. 

Bestraling van uitzaaiingen

Als u een of enkele uitzaaiingen in de lever of longen heeft, kunt u soms bestraald worden. Dit gebeurt meestal pas als de uitzaaiingen niet met een operatie of radiofrequente ablatie (RFA) verwijderd kunnen worden.

Het soort bestraling waarmee de uitzaaiingen meestal behandeld worden, heet stereotactische bestraling. Meestal krijgt u enkele bestralingen met een hoge dosis straling. Als bijwerkingen kunt u last krijgen van vermoeidheid en soms ook van misselijkheid. De bestraling is pijnloos.

Stereotactische bestraling

Kleinere tumoren kunnen ook met stereotactische bestraling bestraald worden.

Hoe werkt stereotactische bestraling?

Bij stereotactische bestraling wordt heel precies een hele hoge dosis straling op de tumor gegeven. Dat gebeurt in 1 of meerdere bestralingen. De straling komt uit meerdere smalle bestralingsbundels die om de patiënt heen draaien. Zo kan de arts vanaf verschillende kanten heel precies de tumor bestralen en het te bestralen gebied zo klein mogelijk houden.

Het is erg belangrijk dat de patiënt zo stil mogelijk blijft liggen. Hierdoor wordt zoveel mogelijk voorkomen dat het omliggende gezonde weefsel door de hoge dosis straling beschadigd raakt. Bij stereotactische bestraling wordt daarom gebruik gemaakt van een masker of vacuümmatras.

Bij welke kankersoorten?

U kunt stereotactische bestraling krijgen als curatieve of palliatieve behandeling. Onder andere bij:
  • hersentumoren
  • niet-kleincellige longkanker
  • oogmelanoom
  • uitzaaiingen in de lever 
  • uitzaaiingen in een bot
  • uitzaaiingen in een lymfeklier

Minder bestralingssessies nodig

Bij stereotactische bestraling kan de arts per keer een hele hoge bestralingsdosis geven. Daarom hoeft u ook minder vaak naar het ziekenhuis te komen dan bij gewone uitwendige bestraling. Meestal krijgt u 1 tot 5 keer een bestraling.

Een sessie met stereotactische bestraling kan wel langer duren. Omdat de bestraling heel nauwkeurig gebeurt, zijn er meer controles rondom de bestraling nodig. Zo is zeker dat de bestraling op precies de juiste plek wordt afgegeven.

Doordat de arts zo heel precies kan bestralen, heet stereotactische bestraling ook wel radio-chirurgie.

Verschillende apparaten

Stereotactische bestraling wordt meestal gegeven met een gewoon bestralingsapparaat: een lineaire versneller.

Soms gebruikt de arts speciaal ontwikkelde apparaten zoals:
  • een robotgestuurde versneller: Cyberknife®
  • een apparaat speciaal voor bestraling van hersentumoren: Gamma-knife®
  • MRidian

Over deze pagina

De informatie in de bibliotheek is getoetst door medisch specialisten en andere deskundigen.

Laatste update: mei 2018

Dit artikel is geschreven door KWF Kankerbestrijding, kanker.nl.

Met medewerking van

Dr. Spaander, V.M.C.W. (MDL-arts), Dr. Buijsen, J.D. (radiotherapeut), Dr. Roodhart, J.M.L (medisch oncoloog), Dr. Tanis, P.J. (chirurg-oncoloog), Dr. Lips, I. M. (radiotherapeut), Prof. dr. Incrocci, L. (radiotherapeut), Drs. Ven, S. van de (overige deskundige)