Blijven werken en werkhervatting

Begeleiding tijdens werk

Opslaan

Tijdens de behandeling vragen uw zorgverleners naar het verloop van de ziekte en het werk.

Uw behandelend arts

Uw behandelend arts (of de verpleegkundige) zal u een aantal vragen stellen die met werkhervatting te maken hebben. Bespreekt hij (of de verpleegkundige) deze niet uit zichzelf met u? Geef dan aan dat u de volgende aspecten wilt bespreken:

  • of u zich al dan niet heeft ziek gemeld (en of deze melding nog van kracht is).
  • of u al dan niet contact heeft gehad met de bedrijfsarts. Zo niet, dan krijgt u het advies om zo snel mogelijk een afspraak te maken met de bedrijfsarts
  • of de bedrijfsarts een probleemanalyse heeft opgesteld en of u en uw werkgever een plan van aanpak hebben opgesteld.
  • of en zo ja, hoe het contact is met werkgever en collega’s, hoe de werkhervatting verloopt en of er knelpunten zijn.

Wat kunt u doen:

Bereid het gesprek voor. Maak een lijstje met daarop al uw vragen.

Uw bedrijfsarts

De bedrijfsarts begeleidt u tijdens het werk of bij werkhervatting. En stelt onder meer een bedrijfskundige diagnose (de probleemanalyse) op. U mag van de bedrijfsarts verwachten dat hij informatie over uw situatie inwint bij uw behandelend arts om tot een onderbouwd advies te komen over de terugkeer naar werk.Ook kan hij zijn beleid afstemmen met uw behandelend arts.

NB: Steeds minder werkgevers hebben een bedrijfsarts of een goed contract met een arbodienst. Wees dus alert en vraag aan uw werkgever hoe het geregeld is. 

Probleemanalyse

Een probleemanalyse is nodig om het moment van de werkhervatting te bepalen. De bedrijfsarts houdt rekening met de volgende factoren:

  • de ziekteprognose
  • uw wensen
  • de mogelijkheden van uw werkgever
  • de huidige sociale wetgeving (Ziektewet, de WIA).
  • de objectieve en subjectieve belastbaarheid. Objectief betekent wat u aankunt gezien uw gezondheidssituatie. Subjectief is hoe u uw situatie ervaart, wat denkt u te kunnen.

De bedrijfsarts bespreekt met u de uitkomsten van de probleemanalyse en de gevolgen van de ziekte en behandeling voor het werk. Hij beoordeelt of er problemen aanwezig zijn voor een eventuele werkhervatting. En adviseert over de mogelijkheden van terugkeer.

Wanneer eigen werk tijdelijk of blijvend niet meer uitgevoerd kan worden, adviseert de bedrijfsarts om een arbeidsdeskundige in te zetten en re-integratie 2e spoor. Dit laatste doet zich voor als uw werkgever geen passend werk voor u heeft en werk voor u moet zoeken bij een andere werkgever . Hiervoor wordt vaak een re-integratiebureau ingeschakeld.

De bedrijfsarts bespreekt zijn bevindingen over werkomstandigheden en werkhervatting ook met uw werkgever. Het is gebruikelijk dat hij schriftelijk naar u en uw werkgever reageert. U ontvangt dezelfde informatie als uw werkgever.

Zwijgplicht

De bedrijfsarts heeft zwijgplicht als het gaat om uw privézaken en medische gegevens, tenzij u daarvoor duidelijke toestemming geeft. Hij moet zich houden aan de wettelijke privacyregels. Dat betekent dat hij uw werkgever geen medische informatie mag verstrekken en geen privézaken mag vertellen. De bedrijfsarts mag uw werkgever wel advies geven over eventuele werkaanpassingen.

Regelmaat contact

U spreekt de bedrijfsarts eens in de 6-12 weken, afhankelijk van de fase van de begeleiding. U kunt ook telefonisch contact opnemen. Dit als de behandeling nog in volle gang is en de komst naar de bedrijfsarts te belastend is. Duren de behandelingen lang en nemen uw arbeidsmogelijkheden tijdens de behandelingen niet toe? Dan kan het contact, na overleg, ook (tijdelijk) minder vaak.

Iemand meenemen

U mag iemand meenemen naar het spreekuur van de bedrijfsarts. U moet wel het woord voeren, zelfs als u erg emotioneel wordt. Uw partner of vertrouwenspersoon kan ervoor zorgen dat u niets vergeet. Verder kan hij goed luisteren naar wat er wordt gezegd en om extra uitleg vragen. Na afloop kunt u het dan nabespreken.

Wat kunt u doen:

Voorafgaand en tijdens het gesprek:

  • Stel vast wat uw klachten en beperkingen zijn.
  • Schrijf belangrijke punten op papier en neem die mee naar het gesprek.
  • Vermeld de meningen van uw zorgverleners en welke behandelingen u ondergaat.
  • Zorg dat u weet wat uw werkgever van u verwacht en wat de werkgever u kan bieden. Bijvoorbeeld als het gaat om aangepaste werkomstandigheden.
  • Verdiep u alvast in de wetgeving: de Ziektewet en de WIA.
  • Bedenk welke taken u op uw werk nog wel kunt doen.
  • Neem iemand mee die u vertrouwt en met wie u het gesprek voorbereidt.
  • Neem uw medicijnen mee.
  • Vraag de bedrijfsarts of hij voldoende weet van de vorm van kanker die u heeft. Zo niet, verwijs hem door naar de betreffende patiëntenorganisatie, de behandelend arts en eventueel uw huisarts.
  • Vraag de bedrijfsarts of hij geregistreerd is. Zo niet, vraag om een geregistreerde bedrijfsarts.
  • Geef aan of u behoefte heeft aan gesprekken met andere zorgverleners. Bijvoorbeeld als u het gevoel heeft dat het op het werk niet goed loopt.
  • Stel vragen als u iets niet begrijpt. Vraag wanneer de bedrijfsarts zijn bevindingen naar u en uw werkgever stuurt.

Na het gesprek:

Bewaar de schriftelijke bevindingen van de bedrijfsarts in uw dossier. Vraag er expliciet naar.

Wat moet u doen:

  • Maak een afspraak met de bedrijfsarts.
  • Maak een afspraak met uw werkgever over het opstellen van een plan van aanpak.
  • Geef uw bedrijfsarts schriftelijke toestemming als u hem doorverwijst naar uw huisarts of behandelend arts.
  • Volg de adviezen van uw (bedrijfs)arts op. U heeft wettelijk de plicht om mee te werken aan uw herstel en terugkeer naar werk.

Klacht of conflict met de bedrijfsarts

Heeft u onvoldoende vertrouwen in de bedrijfsarts? Dan kunt u daarover een klacht indienen. De meeste arbodiensten zijn aangesloten bij brancheorganisatie BOA. Alle BOA-arbodiensten en zelfstandig werkende bedrijfsartsen hebben een klachtenregeling.

Zijn uw werkgever, uw bedrijfsarts en uzelf het niet eens over uw re-integratie, dan kunt u een deskundigenoordeel aanvragen bij het UWV.

 Wat kunt u doen:

  • Omschrijf uw klacht zo precies mogelijk.
  • Vraag een gesprek aan met de persoon over wie de klacht gaat.
  • Neem eventueel iemand mee. Als het gesprek niets oplevert, kunt u een klacht indienen bij de arbodienst en vragen om een andere bedrijfsarts.
  • Komt er geen oplossing, dan kunt u contact opnemen met de onafhankelijke Geschillencommissie.
  • Ook een deskundigenoordeel via het UWV is mogelijk.
  • Naast deze klachtenprocedure kunt u een klacht indienen bij het Landelijk Meldpunt Arbodienstverlening (LMA).
  • Geef uw klacht door aan uw werkgever en aan de Ondernemingsraad. Als er vaak klachten zijn, dan kan de werkgever besluiten het contract op te zeggen. En over te stappen naar een andere arbodienst.

Over deze pagina

De informatie in de bibliotheek is getoetst door medisch specialisten en andere deskundigen.

Laatste update: oktober 2013

Dit artikel is geschreven door NFK.