Vechtjas
Oftewel: standje overleven. Ik geloof niet dat ik daar echt in heb gestaan sinds ze ontdekten dat de kanker terug is. Zal er ook iets mee te maken hebben dat me verteld is dat er geen genezing mogelijk is. En ik moet bekennen dat ik mijn vechtjas wel heb gemist.
Die vechtjas geeft me namelijk ook een stukje kracht. Niet dat ik met vechtjas niet bang ben voor vervelende onderzoeken, geen angst heb voor scan-resultaten of minder last van bijwerkingen. Maar die jas zorgt er wel voor dat ik me sterk genoeg voel om die dingen aan te kunnen. Zonder al te veel te mopperen toch door die zure appels heen te bijten. Dus die vechtjas wil ik eigenlijk graag terug. Want ik ben wel echt een snotterend hoopje boze ellende geweest de laatste tijd. En dat is prima, voor even. Verwerking hoort erbij. Maar ik wil daar niet blijven.
De vechtjas van deel 1 past me niet echt meer. De insteek is teveel veranderd, toen vocht ik me door alles heen om beter te worden. En dat staat op losse schroeven, als volledige remissie onwaarschijnlijk maar niet onmogelijk is. Is het tijd voor een nieuwe jas?
Ik ben op vakantie tot een aantal nieuwe inzichten gekomen.
Ten eerste; ik hou teveel van het leven om lang bij de eindigheid ervan stil te staan. En er is nog zoveel moois voor mij weggelegd en ik ga er werk van maken ook: het komt natuurlijk niet aanwaaien.
Ten tweede; ik kan nog steeds genieten in het moment. En ik leef ook weer veel bewuster in het hier en nu. Dat is dan wel weer handig, ik heb eerder met dat bijltje gehakt en ik weet nog hoe dat moet.
En dan is er nog iets wat me bij blijft; “Nolite te bastardes carborundorum”.
De Latijnse spreuk uit de serie The Handmaid's Tale, wat zoveel betekent als "Don’t let the bastards grind you down". Laat je niet klein krijgen.
Ik verdom het om me mentaal onderuit te laten halen door die kanker.
En daar zal je mijn ‘nieuwe’ vechtjas hebben.
Het is mijn oude vechtjas, vermaakt en aangepast aan de nieuwe omstandigheden. Van overleven naar doorleven. Maar het patroon is hetzelfde gebleven.
“Je krijgt nooit iets op je pad, dat jij niet aankunt”, is wat mijn moeder me vaak heeft gezegd. Daar was mijn oude jas ook van gemaakt en dat blijkt nog steeds te passen. Pure koppigheid.
Ik geef toe, aan het eind van dit liedje zijn er dingen die sterker zijn dan ik. Maar het blijft mijn liedje. En ik zing het uit volle borst met knikkende knieën én een opgeheven hoofd.
In mijn ‘nieuwe’ vechtjas met hetzelfde oude patroon.
❣️
5 reacties
Een deel van de armor is ook anderen naar voren schuiven die met liefde de voorhoede waarnemen en dan zij die in de achterhoede klaarstaan om zaken uit de weg te ruimen die er niet toe doe.
Maw samenwerken ipv alleen
Dat vind ik mooi, een voorhoede en een achterhoede in plaats van ik alleen als éénvrouwsleger. Dankjewel 💚
Wat een mooi en krachtig blog. Ik voeg er nog een andere Latijnse spreuk aan toe, ook de titel van een blog van mij een aantal jaren geleden.
Dum vivimus vivamus, laat ons leven zolang als we leven. Het helpt mij om dit op sommige momenten tegen mezelf te zeggen. Ik leef! ,met veel levensvreugde, ondanks, of misschien gedeeltelijk wel door mijn palliatieve diagnose.
Veel liefs, Ingrid
Dat is ook een hele mooie spreuk! En ik denk dat je gelijk hebt, juist omdat ik dit nu doormaak koester ik het leven des te meer.
Dankjewel voor je mooie woorden 💚
Mooi blogbericht..... ik herken mezelf erin. Van de vechtjas die ik was 1.0 naar een nieuw soort vechtjas. Zo langzamerhand kan ik niet alles meer wat me tot nog toe wel lukte maar mijn geest blijft sterk en was vaak TE sterk voor mijn aftakelende lichaam die nog steeds sterk is maar toch.......
xxx
Jilles