Het verhaal van de giftige buurman
Voor wie houdt van een beetje sarcastische humor: een verhaal over een giftige buurman achter gesloten gordijnen.
Mijn recente verblijf in het ziekenhuis maakte me duidelijk hoe prikkelbaar ik op dit moment ben. Ik kan echt helemaal niks hebben; alle prikkels komen ongefilterd en keihard binnen. Vooral geluid is een ding. En alsof dat nog niet genoeg was, kreeg ik er ook nog een giftige buurman bij.
Hier volgt een ongegeneerde klaagzang over Buurman Giftig. Humor helpt. Vooral het sarcastische soort in mijn geval.
~
Omdat ik vanwege mijn late entree via de SEH op vrijdagavond niet meteen behandeld kon worden, stonden de eerste dagen van mijn opname in het teken van damage control met antibiotica en pijnstilling. Op maandag zouden alle artsen weer aanwezig zijn en ik stond met spoed op de lijst voor een ERCP-onderzoek.
Het weekend verliep rustig op een vierpersoons zaal, met een dame uit mijn woonplaats. We kenden elkaar van gezicht en probeerden zoveel mogelijk rekening met elkaar te houden. Dat was ontzettend fijn. Op maandag mocht zij naar huis en begon voor mij de behandelmolen.
Ik kreeg dus nieuwe buren.
Drie stuks. Allemaal heren.
De meneer tegenover mij was lief, rustig en vriendelijk. We wisselden wat praatjes uit; hij vertelde me over zijn land van herkomst en hoe hij bijna 30 jaar geleden in Nederland terecht is gekomen. De meneer schuin tegenover mij was op leeftijd en zo slechthorend dat hij dwars door zijn piepende infuuspomp heen sliep. Ook hij was vriendelijk. We communiceerden met handgebaren hoe het ging. De arme man moest steeds toezien hoe anderen aten, terwijl hij zelf nuchter moest blijven voor zijn ingreep. Daar kon hij grappig knorrig over doen.
De meneer direct naast mij was… giftig.
Ik kan er geen ander woord voor verzinnen.
Toen ik werd weggereden voor mijn ERCP-onderzoek, was hij net geïnstalleerd. Zijn blik sprak boekdelen toen hij mij zag (jaloers op mijn plek bij het raam?). Het was meteen duidelijk dat hij veel liever een kamer voor zichzelf had gehad. Eerlijk gezegd was dat voor ons hele zaaltje waarschijnlijk fijner geweest. Behalve voor de dove meneer, die het voordeel had dat hij het gif van mijn buurman niet kon horen.
Buurman Giftig wilde de hele dag de gordijnen om zijn bed dicht. Hij had last van prikkels als de gordijnen open waren.
Oké. Als iemand die zelf niet lekker gaat op prikkels kon ik daar begrip voor opbrengen. Met een beetje rekening houden met elkaar kom je een heel eind, zeker met vier zieke mensen op één zaal.
Maar al snel merkte ik dat meneer zelf een overvloed aan prikkels produceerde. Omdat mijn zicht op de kamer werd geblokkeerd door zijn gesloten gordijnen en ik weinig afleiding had, kwamen alle geluiden ongehinderd binnen. Ik had niks anders om handen dan ze aan te horen, in mijn door zijn gordijnen opgelegde isolement. Zelfs door mijn oordoppen heen hoorde ik hem en zijn telefoon.
Buurman Giftig belde voortdurend en op luid volume, steevast op speaker, zodat de hele zaal ook kon meegenieten van de antwoorden van zijn gesprekspartner. Behalve de dove meneer dan.
Het geluid van zijn telefoon stond sowieso loeihard. Bij ieder inkomend bericht zat ik rechtop in mijn bed.
Alles wat hij te zeggen had, was negatief en klaaglijk. En vooral: steeds hetzelfde. Als hij zijn klaagzang had afgerond, begon hij opnieuw bij het eerste couplet. Dat is enorm deprimerend. Ik snap dat je ziek bent, man. Ik lig hier ook niet voor mijn lol. Maar ik ben me er wel van bewust dat ik mijn zaalgenoten daar niet de hele dag mee hoef te belasten.
Buurman Giftig was dol op aandacht van de verpleegkundigen. Zo dol zelfs, dat hij ze het liefst meerdere keren per uur liet komen. Voor ranja. Of chocomelk. Omdat hij iets had laten vallen, of had omgestoten. Soms alleen om te vertellen hoe slecht het met hem ging, als hij even niets te telefoneren had.
Het absolute toppunt voor mij was het moment dat hij op de bel drukte terwijl de verpleegkundige bij mij aan het bed stond om mij na de ERCP pijnstilling via het infuus te geven. De reden: hij had drinken op zijn shirt geknoeid en had onmiddellijk hulp en verzorging nodig.
Als ik op dat moment minder pijn had gehad, had ik hem graag verteld wat ik daarvan vond. Maar ik hield mijn mond, beet op mijn kiezen en kreeg mijn pijnstilling zodra hij een schoon shirt aan had.
Dat neem ik de verpleegkundige niet kwalijk; zij wilde waarschijnlijk ook gewoon van zijn gezeur af om daarna rustig de tijd voor mij te hebben. Bovendien had ze dat schone shirt zo gefixt. Niets dan lof voor de attente zorg die ik heb ontvangen tijdens mijn verblijf in het Radboud UMC 💚.
Buurman Giftig vond mij overigens ook maar niks. Ik hoorde hem aan de telefoon tegen zijn vrouw zeggen dat hij naast een Tokkie lag.
Ik? Een Tokkie? Niet echt, maar ik snap dat mijn legging, sweater en sloffen misschien iets anders suggereerden. Ziekenhuisoutfits draaien voor mij om comfort. Ik ga niet in een zijden nachthemd met bijpassend peignoir flaneren om een ander te pleasen, laat staan zo’n man met azijn in zijn infuus.
Na een tijdje had ik het ziektebeeld van Buurman Giftig aardig kunnen observeren. Zo’n gordijntje rond je bed geeft een vals gevoel van privacy en ik geef eerlijk toe dat ik, na de Tokkie-opmerking, schaamteloos heb meegeluisterd terwijl zijn vrouw verslagen van gesprekken met artsen aan hem voorlas. Wie de schoen past… 😜
Ik leerde zo dat hij er voornamelijk lag vanwege vreselijke pijnklachten. De pijn had geen duidelijke oorzaak. De chirurg betwijfelde of een operatie hem uit zijn lijden zou verlossen en meneer zelf stond daar ook niet voor open, tot grote frustratie van zijn vrouw.
De pijnklachten waren opvallend heftig als hij publiek had (bezoek, telefoontjes, dienstwissel, artsenvisite) en nauwelijks aanwezig als er geen toeschouwers waren. ’s Nachts sliep hij als een roosje.
Wat het voor mij extra moeilijk maakte, was dat hij veelvuldig sprak over euthanasie alsof het koffiepraat was, tegen iedereen die aan zijn bed kwam. Dat zijn geen gesprekken waar je onvrijwillig naar wilt luisteren als je zelf net uit een pijnlijke ingreep komt en je het leven nog zo lief hebt dat je er zo lang mogelijk aan vast wil houden.
Na twee lange dagen non-stop geluidsoverlast door zijn verbale diarree trok ik het niet meer. Die ochtend had ik gehoord dat ik naar huis mocht, mits het goed met me ging. Ik kon niet wachten om hem en zijn ellende achter me te laten en zat met gepakte tas op mijn bed, klaar voor ontslag.
De MDL-arts had echter een slecht onderbuikgevoel en dat bleek terecht. De koorts vlamde opnieuw op. Ik pakte mijn tas weer uit en ging terug in bed liggen. Naast Buurman Giftig, die onophoudelijk piepende geluiden veroorzaakte door steeds opnieuw op zijn morfinepomp te drukken.
Uiteindelijk kwam de verpleegkundige uitleggen dat er een tijdslot op zat. Ze kon zien dat hij er die middag precies 144 keer tevergeefs extra op had gedrukt. Meneer was inmiddels zo high dat hij nauwelijks nog verstaanbaar was.
Ik wil absoluut niet beweren dat hij niets mankeerde, ik geloof zelfs dat hij een heleboel mankeert. Maar ik kon mezelf ook niet meer afschermen van zijn deprimerende mentale toestand, die hij zo ongeremd deelde van achter zijn gordijn.
Ik besloot een verpleegkundige in vertrouwen te nemen en vroeg om een gesprek op een rustige plek buiten de kamer.
Hoewel ze uiteraard niets over een andere patiënt kon zeggen, luisterde ze wel echt naar me. Ze besprak het in het team en toen ik de volgende dag nog niet naar huis mocht, bood ze mij voor die avond en nacht een vrije kamer aan. Een vierpersoons zaal, helemaal voor mij alleen. De Tokkie-mevrouw. Als Buurman Giftig dat had geweten, was hij vast groen geworden van jaloezie.
Na een rustige nacht en ochtend zonder koorts mocht ik gelukkig naar huis. Ik nam afscheid van de vriendelijke overbuurman op mijn oude kamer. De dove meneer had eindelijk zijn ingreep gehad en was verhuisd naar een kamer alleen.
Het gesloten gordijn van Buurman Giftig heb ik volledig genegeerd.
Op een klein mentaal middelvingertje na misschien 🤭.
❣️
4 reacties
Tssss niet te geloven. Wat ontzettend knap dat je niets tegen hem hebt gezegd. Ik denk dat ik allang uit mijn slof was geschoten, zeker na de Tokkie opmerking. Ongelooflijk wat een hork.
Ik hoop dat je thuis weer helemaal aansterkt.
Liefs, Monique
Dankjewel voor je lieve woorden Monique 💚 ik krabbel nu gelukkig langzaam weer overeind.
Als ik me beter had gevoeld zou ik me zeker hebben uitgesproken, het luchtig beschrijven maakt het voor mij makkelijker om mee om te gaan. Nu is het bijna grappig, ook in mijn hoofd.
Op het moment zelf had die man me na drie dagen in tranen, wat een naar persoon. Gelukkig hoef ik niet met hem samen te leven en kom ik hem waarschijnlijk nooit meer tegen 🤞.
Liefs, Pam
weer mooi verwoord xx
Zoveel respect voor je geduld! Ik was waarschijnlijk al na een uur ontploft (zoveel geduld heb ik dus duidelijk niet). Keep de sarcastische humor maar coming, ik hou ervan!