Hoe werkt een allogene stamceltransplantatie?

Maatregelen om infecties te voorkomen

Opslaan

In de periode van 2 tot 3 weken na de stamceltransplantatie, de dip, heb je minder bloedcellen. Een van de gevolgen daarvan is een grotere kans op infecties.

Het ziekenhuis neemt verschillende maatregelen om je te beschermen tegen infecties.

  • Uit voorzorg krijg je medicijnen tegen infecties met bacteriën (antibiotica) en medicijnen tegen virusinfecties (antivirusmiddelen).
  • Is bij jou eerder vastgesteld dat je het cytomegalovirus (CMV) en/of het Epstein Barr virus (EBV) bij je draagt, dan wordt je bloed wekelijks gecontroleerd om te kijken of het virus niet opnieuw actief is geworden.
  • Je krijgt bacterie-arme ofwel kiemarme voeding. Deze voeding wordt zo bereid en verstrekt dat er zo min mogelijk ziekteverwekkers in zitten. Als je een niet-myeloablatieve allogene stamceltransplantatie hebt gehad, kun je meestal wel gewoon eten. 
  • Mensen die verkouden zijn of een andere infectie hebben, kunnen beter niet bij je in de buurt komen. 

Over deze pagina

De informatie in de bibliotheek is getoetst door medisch specialisten en andere deskundigen.

Laatste update: oktober 2017

Dit artikel is geschreven door kanker.nl.

Met medewerking van

Dr. Halkes, C.J.M. (internist), Dr. Klein, S.K. (hematoloog), Dr. Meijer, E. (hematoloog)