Behandeling en bijwerkingen

Immunotherapie bij nierkanker

Opslaan

Immunotherapie kan een optie zijn als je gevorderd en/of uitgezaaid heldercellig niercelkanker hebt. Immunotherapie kan de kanker niet genezen, maar kan wel het leven verlengen.

Ben je nog niet eerder behandeld met immunotherapie, dan kun je de combinatie van nivolumab met ipilimumab krijgen.

Ben je eerder behandeld met doelgerichte medicijnen maar helpen die niet meer? Dan kan behandeling met nivolumab een optie zijn.

Effect van immunotherapie

Helaas werkt immunotherapie maar bij ongeveer 1 op de 4 mensen. Op dit moment is het nog niet mogelijk om vooraf te voorspellen of immunotherapie voor jou het gewenste effect zal hebben. Hier wordt wel onderzoek naar gedaan.

Doorverwijzing naar ander ziekenhuis

Een aantal ziekenhuizen is gespecialiseerd in de behandeling met nivolumab en/of ipilimumab Het is dus mogelijk dat je arts je voor deze behandeling doorverwijst naar een ander ziekenhuis. 

Bijwerkingen van immunotherapie

Veelvoorkomende bijwerkingen van immunotherapie zijn:

  • maag-darmklachten, zoals diarree en misselijkheid
  • huidklachten en jeuk
  • vermoeidheid
  • benauwdheid en kortademigheid
  • stijve en pijnlijke gewrichten

Tijdens het gebruik van deze middelen mag je niet zwanger worden of kinderen verwekken. Overleg met je arts over betrouwbare anticonceptie.

Het is heel belangrijk dat je bij deze of andere klachten snel contact opneemt met je arts of verpleegkundige.

Hoe werkt immunotherapie?

Immunotherapie is een behandeling die het afweersysteem stimuleert om kankercellen aan te vallen. Het afweersysteem gaat de kankercellen beschouwen als vreemde cellen, net zoals het dat doet met bacteriën en virussen. De afweercellen ruimen de kankercellen op. 

De behandeling werkt niet direct in op de tumor (zoals doelgerichte therapie), maar is gericht op het afweersysteem zelf. Dat is uniek aan immunotherapie.

Over deze pagina

De informatie in de bibliotheek is getoetst door medisch specialisten en andere deskundigen.

Laatste update: februari 2019

Dit artikel is geschreven door kanker.nl.

Met medewerking van

Dr. Eskens, F.A.L.M. (medisch oncoloog)