Behandeling bij multipel myeloom

Opslaan

De behandeling van multipel myeloom bestaat uit chemotherapie, doelgerichte therapie en behandeling met bijnierschorshormonen. Afhankelijk van je leeftijd en conditie kun je ook stamceltransplantatie krijgen.

De behandeling start pas als je klachten krijgt of als er aanwijzingen zijn voor een agressieve vorm van de ziekte. Je arts bewaart de behandelmogelijkheden voor als het echt nodig is. Het voordeel van de behandeling moet steeds opwegen tegen het risico van de behandeling.

Als de eerste behandeling goed geholpen heeft, wacht de arts vaak af tot je weer klachten krijgt. Soms krijg je wel een onderhoudsbehandeling. Dat betekent dat je een lage dosis van een geneesmiddel krijgt.

Wordt de ziekte opnieuw actief en krijg je weer klachten? Dan word je opnieuw behandeld. Vaak met een andere combinatie van medicijnen. Dit proces kan zich een aantal keren herhalen. Doordat er veel nieuwe middelen zijn, zijn er veel behandelmogelijkheden.

Multipel myeloom is niet te genezen, omdat de ziekte na een behandeling terugkomt. Hoelang het duurt voordat de ziekte weer terugkomt verschilt per patiënt. Dat kan al na een paar maanden zijn, maar ook na meer dan 10 jaar.

Redenen om met de behandeling te starten

De arts start met de behandeling als:

  • multipel myeloom bij jou een nierfunctiestoornis veroorzaakt
  • de botten worden aangetast
  • de kalkwaarde in het bloed verhoogd is door botaantasting 
  • de ziekte bij jou bloedarmoede veroorzaakt
  • er een abnormale neerslag van lichte ketens tot weefselbeschadiging leidt. Dit heet amyloïdose.

Behandeling van fitte patiënten onder de 70 jaar

Ben je jonger dan 70 jaar en heb je een goede conditie, dan krijg je meestal een intensievere behandeling.

Deze behandeling bestaat uit:

  • inductiebehandeling om het aantal kwaadaardige plasmacellen te verlagen. Een inductiebehandeling bestaat uit doelgerichte therapie en bijnierschorshormonen soms in combinatie met chemotherapie. Inductiebehandeling betekent in dit geval: de eerste van een reeks behandelingen.
  • autologe stamceltransplantatie waarbij je na intensieve chemotherapie stamcellen uit je eigen bloed terugkrijgt. Deze stamcellen zijn eerder uit je bloed verzameld. Autoloog betekent ‘van zichzelf’.

Behandeling patiënten ouder dan 70 jaar en niet fitte patiënten

Een stamceltransplantatie is een heel heftige ingreep waarvoor je in een goede conditie moet zijn. Oudere mensen zijn vaker in minder goede conditie. Ben je ouder dan 70 jaar, dan kom je meestal niet in aanmerking voor een stamceltransplantatie. Ben je tussen de 65 en 70 jaar en is je conditie niet goed, of heb je naast kanker andere ziekten? Dan kom je ook niet in aanmerking voor een stamceltransplantatie.

Je krijgt een behandeling met chemotherapie en bijnierschorshormoon in combinatie met doelgerichte therapie

Heb je een ernstige zenuwbeschadiging (polyneuropathie), dan kun je sommige middelen niet krijgen. Of de dosis moet worden aangepast.

Bestraling

Je kunt ook een behandeling met bestraling krijgen. Dit kan nodig zijn:

  • om de kwaadaardige plasmacellen in een bepaalde haard onder controle te krijgen
  • als ondersteunende behandeling om pijn in de botten te bestrijden

Ondersteunende behandelingen

Naast bovenstaande behandelingen krijg je vaak nog een aantal ondersteunende behandelingen. Deze zijn bedoeld om klachten te verminderen en/of complicaties te voorkomen

Afname en terugkeer ziekte

Door de behandeling kunnen de kwaadaardige plasmacellen teruggedrongen worden. Dat heet in remissie gaan. In remissie betekent dat er geen aantoonbare ziekteverschijnselen meer zijn. Is de remissie compleet dan kan de arts:

  • geen M-proteïne in bloed of urine aantonen
  • geen abnormale plasmacellen in het beenmerg terugvinden

De remissie kan ook voor een deel zijn. Dit heet ook wel gedeeltelijke of partiële remissie. Het M-proteïne is dan voor meer dan de helft omlaag.

Bij een remissie moet je meestal iedere 3 maanden voor controle komen. Hierbij controleert de arts:

  • de hoeveelheid M-proteïne in je bloed
  • de hoeveelheid lichte keten in je bloed
  • het kalkgehalte in je bloed
  • of je bloedarmoede hebt
  • je nierfunctie
  • eventueel je skelet om nieuwe en actieve bothaarden vroeg aan te kunnen tonen. Dit gebeurt met een CT-scan of PET-CT-scan.

Bij de meeste patiënten zal de ziekte uiteindelijk terugkeren. Dit heet een recidief.

Als er na de behandeling nog M-proteïne meetbaar was, is de ziekte niet in remissie gegaan en spreekt de arts van toename van de ziekte (progressie).

De eerste keer dat de ziekte terugkeert, krijg je een combinatie van doelgerichte therapie en bijnierschorshormoon. Welke combinatie je krijgt, hangt af van:

  • de medicijnen die je eerder hebt gekregen
  • hoelang de remissie heeft geduurd
  • de bijwerkingen die je hebt gehad

Soms krijg je ook nog een lage dosis chemotherapie.

Keert de ziekte later dan 1 tot 1,5 jaar na autologe stamceltransplantatie terug? Dan kun je opnieuw een inductiebehandeling en een autologe stamceltransplantatie krijgen.

Is de ziekte bij jou erg snel teruggekeerd na een autologe stamceltransplantatie en/of heb je ongunstige vooruitzichten? Dan kun je soms in aanmerking komen voor een niet‒myeloablatieve allogene stamceltransplantatie.

Keert de ziekte een tweede keer terug en is de vorige behandeling meer dan 1 jaar geleden? Dan kun je opnieuw behandeld worden met de medicijnen die je kreeg toen de ziekte voor de eerste keer terugkeerde. Als de behandeling niet of onvoldoende aanslaat, kan de arts je ook nog een lage dosis chemotherapie geven.

Doordat er steeds nieuwe medicijnen komen, zijn er soms nog andere behandelmogelijkheden om het multipel myeloom weer terug te dringen.

Behandelplan bij multipel myeloom

Verschillende artsen maken samen voor je een behandelplan. Zij gebruiken hiervoor landelijke richtlijnen. De arts bespreekt de behandeling(en) en de mogelijke bijwerkingen met je. Meestal vinden de behandelingen plaats volgens studieprotocollen van de HOVON. Dit is de Hematologie-Oncologie Vereniging voor Volwassenen Nederland.

Soms kun je deelnemen aan experimentele behandelingen (trials). Je krijgt dan bijvoorbeeld een nieuwe behandeling of een combinatie van behandelingen waar artsen nog onderzoek naar doen. Met dit medisch wetenschappelijk onderzoek toetsen artsen of een nieuwe behandeling beter is dan de standaardbehandeling.

Over deze pagina

De informatie in de bibliotheek is getoetst door medisch specialisten en andere deskundigen.

Laatste update: april 2017

Dit artikel is geschreven door KWF Kankerbestrijding.

Met medewerking van

Dr. Minnema, M.C. (hematoloog), Dr. Raymakers. R.A.P. (hematoloog), Sikkel, R. (ervaringsdeskundige), Dr. Verdonck, L.F. (hematoloog)