Toen mijn moeder mijn focus werd
De afgelopen tweeënhalf jaar leef ik met het woord dat niemand ooit echt wil horen: ongeneeslijk.
In het begin was er vooral chaos. Angst. Verdriet. Daarna kwam er iets anders. Een soort roes. Alsof je lichaam en hoofd besluiten: we gaan dit alleen stap voor stap doen. Niet te ver vooruit kijken, gewoon vandaag doorkomen.
En dat lukte.
Mijn uitslagen waren tot nu toe goed. Ik mocht voorzichtig ademhalen. De “code rood” zakte een beetje. Ik begon bijna te wennen aan het idee dat ziekte onderdeel was geworden van mijn leven, zonder dat het alles hoefde te zijn.
Totdat mijn moeder mijn hele wereld overnam.
Mijn moeder is 93. Kwetsbaar. Afhankelijk. Ze woont in een zorginstelling met een Wlz-profiel dat betekent: intensieve zorg, bescherming, veiligheid.
De basis. Dat wat je hoopt dat vanzelfsprekend is.
Maar dat was het niet.
Wat er gebeurde, trok me in één klap uit mijn roes. Ik zag dingen die niet klopten. Zorg die niet paste bij wat zij nodig heeft. Signalen dat de dagelijkse basis niet op orde was.
En dat gaf stress. Heel veel stress.
Niet het soort stress van een volle agenda, maar het soort dat je wakker houdt. Dat in je lijf kruipt. Dat je hart sneller laat slaan omdat je weet: zij kan dit niet zelf oplossen.
Ze is afhankelijk. En ik ben haar zoon.
Ik merkte dat ik boos werd. Verdrietig. Onmachtig.
Maar ook iets anders.
Ik voelde energie.
Vechtlust.
Alsof er ergens diep in mij een knop werd omgezet: nu moet ik opstaan.
En het vreemde is… terwijl ik vocht voor haar, dacht ik ineens minder aan mijn eigen ziekte.
Mijn kanker verdween niet. Mijn situatie bleef hetzelfde. Maar mijn hoofd was niet meer alleen bezig met “wat als”.
Ik had een doel.
Ik wilde mijn moeder beschermen. En niet alleen haar. Ook al die andere bewoners. Kwetsbare mensen die niet kunnen schreeuwen als iets niet klopt. Mensen die afhankelijk zijn van een stichting die zorg hoort te geven, niet alleen op papier, maar in het echt.
Ik had nooit gedacht dat ik in mijn eigen ziekteproces nog ergens kracht vandaan zou halen.
Maar blijkbaar zit liefde soms heel dicht tegen strijd aan.
En misschien is dit ook een vorm van leven.
Niet omdat ik blij ben met deze situatie. Absoluut niet.
Maar omdat ik voel dat ik nog steeds iets beteken.
Dat ik nog steeds kan opstaan.
Dat ik nog steeds kan zeggen: tot hier en niet verder.
Ik ben ongeneeslijk ziek.
Maar ik ben er nog.
En zolang ik er ben, zal ik waken over mijn moeder.
En over iedereen die vergeten dreigt te worden.
5 reacties
Lieve Harry,
Je hebt de knop gevonden. Wat verschrikkelijk dat je moet constateren dat je kwetsbare moeder het niet goed heeft. Maar wat fijn dat jij ondanks je ziekte voor haar zorgt en voor haar opkomt. Ik hoop dat je haar situatie en die van anderen kan verbeteren. En blijf naast patiënt een strijder, een beschermer.
Liefs, Kato
Lieve Kato,
Dankjewel voor je lieve woorden. “De knop gevonden” raakte me echt, omdat het precies zo voelt. Het is inderdaad verschrikkelijk om te moeten zien dat mijn moeder niet altijd krijgt wat ze nodig heeft, maar de "knop" kan alles veranderen, in positieve zin.
Ik hoop ook dat ik iets kan betekenen, voor haar en misschien ook voor anderen die zelf geen stem meer hebben.
Dankjewel voor je warmte en betrokkenheid.
Liefs, Harry 💚🍀
Graag gedaan Harry. Ik ben net Chat GPT...altijd in de buurt ;).
Heb je al stiekem gekeken Kato? :-)
Lieve Harry,
Dat verzorgingshuizen niet altijd de zorg geven die nodig is, heb ik zelf ook ervaren met mijn schoonmoeder. En niet alles is te wijten aan personeelsgebrek. Zo goed dat je jouw vechtjas hebt gevonden en aangetrokken. En dat het jou afleidt van je kankersores is een mooie bijkomstigheid. En zeker ben je er nog en doe je ertoe.
Liefs, Monique