71. De angst van rust

Het is rustig. Te rustig. Het gaat al een hele tijd goed. Ik kan weer beter eten, of eigenlijk gewoon best goed eten. En er is al in tijden (lees 9 maanden) geen kanker gevonden. 

En die rust die vind ik eng. Of eng? Ik weet niet of dat het juiste woord is. Maar ik heb er onrust van. Het houd me bezig. Want echt vertrouwen dat de rust blijft heb ik niet en zal ik denk ik ook nooit meer echt krijgen. 

Vertrouwen dat een ander leven dan dit me gegund is. 

Vertrouwen dat ik echt goed kan blijven eten.

Vertrouwen dat de kanker weg blijft.

Vertrouwen dat mijn lijf sterk blijft.

Vertrouwen dat de rust die er nu is blijvend is. 

Er is geen vertrouwen. Dat neemt kanker je altijd af bij de eerste slechte uitslag. En in mijn geval weet ik ook dat de situatie nooit beter zal worden, maar vooral slechter. En het wachten op slechter is wat we eigenlijk steeds deden het afgelopen jaar. Veroorzaakt door de slechte uitslag ruim een jaar terug. Waarbij ik besloot niet verder te behandelen. Geen zware operatie meer te willen. Maar de kanker verdween. Zoals de sneeuw verdwijnt met de warmte die zich uitstrijkt over ons land op dit moment. 

De kanker verdween en bleef weg. Nu voor 9 maanden lang al. En hoe dit kan, is mij een raadsel. 

Dus de rust maakt me nerveus. Het klinkt waanzinnig stom, maar ik leef soms lekkerder op een slechte uitslag, omdat ik die verwacht en dan is het er maar. Een slechte uitslag is helder, duidelijk. Dan kan je keuzes maken. Wil ik behandelen of niet? 

Deze rust ken ik niet zo goed en het maakt me nerveus. Want die slechte uitslag komt dus wat groeit er nu van binnen wat nog niet is ontdekt? Bij elk plekje op mijn huid denk ik; ‘wat als het huidkanker is’. Bij elke verkoudheid denk ik te voelen dat er kanker groeit in mijn keel. En bij een slok wijn die ik heel soms neem voel ik meteen het schuldgevoel; kanker komt naar je toe met deze slok, eigen schuld. 

Absurt om zo te leven. Leven in afwachting van kanker en de dood. En toch is dat wel ook het geval. De rust is soms gekmakend. Ik ken het niet goed en weet niet altijd wat ik ermee moet. 

Ik weet namelijk dat ik op een dag terug kijk op deze periode en met verlangen terug wil, omdat dit zo’n rustige periode was. Deze periode is té fijn. Als iemand nu vraagt hoe het gaat kan ik alleen maar zeggen: geweldig. Want zo is het. Alles is geweldig.  

Zo erg geniet ik nu ook gelukkig. Want naast de angst en onrust kan ik ook altijd genieten van de momenten die ik wel heb, naast de kanker. Dus ik geniet voor twee, juist omdat ik weet dat het ooit voorbij gaat. 

Ik weet dat het eten ooit slechter zal worden en sondevoeding ooit nodig zal zijn. Ik zie het bij genoeg patiënten. Het oprekken kan niet voor eeuwig. Er komt een tijd dat we constateren dat het eten gewoon simpelweg niet meer kan. Maar daarnaast, de kanker vindt sowieso weer een weg. 

Dus naast de angst geniet ik enorm van elke dag. Eigenlijk van elke minuut. Naast die sluimerende bezorgdheid is er een enorm geluksgevoel. 

Ik weet gelukkig dat beide naast elkaar kan bestaan. Angst en geluk gaan samen en mogen samen bestaan, misschien nog belangrijker om te noemen.  

Veel mensen denken dat je angst in je leven weg moet halen. Maar die angst mag er zijn, is veelal ook terecht en ik heb geen behoefte om hem weg te halen. Die waakzaamheid moet er ook zijn. Want als de kanker weer op de deur klopt laat hij me niet zo erg schrikken. Dan ben ik ergens voorbereid en kan ik weer vechten, zoals ik op dat moment waarschijnlijk alleen maar wil. En dat vechten kan ik ook alleen maar door het geluksmoment van vandaag. Die geluksmomenten waarnaar ik terug wil en waar ik naar streef. Die momenten koesteren helpt me om te vechten wanneer dit weer moet. Of op een dag te kunnen zeggen; ‘het is genoeg. De momenten die ik heb gehad waren alles waard’. 

Dus laat de angst er maar zijn. Als kanker patiënt zul je je hele leven waakzaam zijn, dat is er gewoon en dat hoeft niet weggenomen te worden. Kanker is namelijk niet te vertrouwen. Nu niet en over tien jaar ook niet als je wel beter bent verklaard. Het kan er soms gewoon ineens weer zijn. Onaangekondigd en zonder aan te bellen. En de waakzaamheid en soms ook de enorme angst die erbij komt kijken hoort daar helaas bij.

Ik hoor zo vaak van patiënten dat mensen vinden na herstel dat er maar weer geleefd moet worden. Dat je niet moet treuren om wat is geweest en je niet moet gek laten maken door angst. Onzin. Je af en toe gek laten maken hoort bij kanker. Vanaf de diagnose krijg je dit cadeau. Geen cadeau waar je om had gevraagd en retour sturen lukt ook niet. Dus laten we er maar mee dealen. Laten we lief zijn voor degene die deze angst nog steeds ervaart. Noem het maar waakzaamheid en die is gewoon heel terecht. 

Maar geniet daarnaast ook op de momenten dat het wel goed gaat. Al is het maar een dag of een klein uurtje van de dag. Dan heb je toch dat ene moment. Geniet voor twee, geniet voor tien. Want vandaag is gegeven, morgen is niets weten. 

3 reacties