De Nachtelijke Eetvergunning
Vandaag kreeg ik, geheel onverwacht, de mooiste zin van het jaar cadeau.
Iemand zei tegen me: “Mevrouw, als u honger heeft, moet u eten. Al is het twaalf uur ’s nachts. Als u honger heeft, dan eet u gewoon waar u zin in heeft.”
Nou, dát had ze misschien niet moeten zeggen tegen iemand met mijn fantasie. Ik heb eerst een goed half uur zitten dagdromen over mijn nieuwe superkracht: de Officiële Nachtelijke Eetvergunning. Ik zag mezelf al om 00:03 in de keuken staan met een ijsje in één hand en een stuk chocolade in een kommetje voor me. Misschien een kom erwtensoep ernaast? Of – waarom niet – een pan spaghetti die ik direct uit de pan eet als een soort middernachtelijke keuken-ninja. Het voelde bevrijdend. Dit was mijn moment.
Totdat ik de zeepbel maar doorprikte want die iemand was de chemomevrouw en wat ze eigenlijk bedoelde was: “U kunt zo misselijk worden van de chemo dat eten overdag lastig is. Dus als u ’s nachts ineens wél honger heeft, moet u dan gewoon eten wat U wilt.”
Tja. Niet helemaal dezelfde boodschap als die ik in mijn hoofd had vertaald naar ‘middernachtelijke culinaire vrijheid voor iedereen!’ Maar goed, dat half uurtje waarin ik met chocoladevingers en spaghettiheldendaden in mijn hoofd leefde—
dat pakt niemand me meer af.