Je hebt leukemie.

19-8-2019

In de ochtend rond 2.30 werd ik wakker. Ik voelde me al een aantal weken niet lekker. Met de dag voelde ik me steeds moeier worden en had ik steeds minder energie. Ik werd wakker, ik moest naar de wc. Trap af, naar de wc en de trap weer op. Ik kwam boven op bed en ik was echt buiten adem. Zo buiten adem, dat het leek alsof de trap op een marathon was. Ik moest zeker een paar minuten op adem komen. Met de gedachte dat ik een afspraak met de huisarts moest maken, ben ik weer in slaap gevallen. Op dat moment nog zonder idee wat de dag zou brengen…

Om 8.00 bel ik de huisarts om een afspraak te maken over mijn klachten. Ik kan langskomen om 10.30. Om 10.15, rij ik naar de huisarts. De huisarts is in een kelderverdieping onder de apotheek, ik weet nog heel goed, dat voordat ik naar beneden liep, ik me al zorgen maakten omdat ik ook weer naar boven moest en daar weer van moest bijkomen. Eenmaal bij de huisarts aangekomen, heb ik geen afspraak met mijn huisarts zelf maar met een stagiaire. Na een paar testen, hartslag, bloeddruk en mijn verhaal aangehoord te hebben, haalt ze toch mijn huisarts erbij. Blijkbar vertrouwde ze het niet. De huisarts, vertelde me dat ik longfoto moest laten maken en bloed moest laten prikken, vandaag nog.

Ik moest de trap weer op om naar mijn auto te lopen, zoals ik al dacht, moest ik een paar minuten bijkomen. Eenmaal bijgekomen in de auto, bel ik Saskia en vertelde haar dat ik naar het ziekenhuis moest voor bloedprikken en foto’s. We besloten gelijk te gaan, ik haalde Saskia op en we reden samen naar het ziekenhuis. Onderweg hadden we het er nog over: ‘het is waarschijnlijk een longontsteking’.

Aangekomen bij het ziekenhuis, liepen we vanaf de auto naar de ingang. Hemelsbreed is dat ongeveer 100 meter. Halverwege ben ik al buiten adem, ik moet echt even bijkomen op een bankje. Na een paar minuten, lopen we weer verder. We besluiten om eerst foto’s te laten maken. De afdeling radiologie is 1 verdieping hoog. Dat was op dat moment een mega opgave. We zijn dus met de lift gegaan, ik heb me in de lift nog nooit zo lullig gevoeld, wat moesten die mensen in de lift wel niet denken dacht ik bij mezelf. Eenmaal aangemeld, nemen we plaats en ik word al snel opgeroepen. Weer 25 meter lopen. Ik had het zweet op mijn rug en mijn hartslag was enorm hoog. Foto’s waren gemaakt, en we gingen bloedprikken. Na het bloedprikken, moesten we nog een heel stuk naar de auto lopen, dat was pittig maar we hebben het gehaald.

Rond het middag uur besluit ik om even op de bank te liggen, met mijn hoofd tegen Saskia aan, zoals we in de avond wel eens lekker chillen. Om een uurtje of twee, wordt Saskia gebeld, het is de huisarts. ‘Ik bel voor Diana. Ze moet naar het ziekenhuis. Ze moet zich melden bij de spoedeisende hulp en houdt er rekening mee dat ze wordt opgenomen’. Balend als een stekker gingen we aan de slag, althans Saskia. Ze pakte mijn tas in, ik had er tenslotte geen energie voor. Vervolgens, belde ze haar vader om te vragen of hij ons naar het ziekenhuis kon brengen. Onderweg naar het ziekenhuis spookte van alles door mijn hoofd. Mijn schoonvader zei nog: ‘je moet stoppen met roken’. Hoe toevallig ook, die ochtend, had ik besloten te stoppen.

 

Aangekomen bij de spoedeisende hulp meld ik me aan, we moet nog even wachten. Wanneer ik aan de beurt ben, word ik meegenomen naar een behandelkamer. Mijn klachten worden besproken en onderzoeken worden uitgevoerd. Tot nu toe, had ik nog geen idee wat er aan de hand was.

Een vrouwelijke arts komt binnen. Weer praten we over mijn klachten en doet ze verschillende onderzoeken. Op een moment vraagt ze: ‘weet je eigenlijk wel wat er aan de hand is?’ Nee, we he hebben geen idee, we wisten alleen dat ik naar het ziekenhuis moest komen en dat ik er rekening mee moest houden dat ik opgenomen werd vertelde ik. De opvolgende woorden van haar, vergeet ik nooit meer. ‘Je hebt leukemie’.

Laat het ongeveer vijf seconden zijn dat ik letterlijk dacht. ‘Kut. Dit is het dan. Ik wil een witte kist, hoe moet het verder met Saskia? Ze kan helemaal niet zonder mij’. Na deze gedachten, leek het echt alsof ik een klap in me nek kreeg, mijn gedachtes werden vervangen door: ‘dikke lul, ik ga niet dood, ik laat me niet kapot maken door een beetje kanker. Die leukemie krijgt van Jantje’. Vanaf dat moment, heb ik geen moment meer het idee gehad, dat ik dood zou gaan, zelfs niet toen de dokter vertelde dat ik geen twee dagen later had moeten komen.

Gelukkig was ik op tijd, ik had nog twee dagen over was mijn gedachte. Mijn bloed bestond voor 66% uit blasten (leukemiecellen). Deze waren al opgehoopt in de longvaten en misschien nog bij andere organen. Mijn HB was 4.6, trombocyten waren 26 en mijn leukocyten 161. Op dat moment had ik geen idee wat dat inhield, toen had ik nog weinig kennis van leukemie, maar nu weet ik, dat het toen behoorlijk ernstig was.

De arts nam het behandelplan met me door. Vanwege de ernst van de situatie, moest ik diezelfde avond nog met de chemobehandeling beginnen. Het enige wat ik op dat moment begreep was dat ik drie chemobehandelingen zou krijgen en bij de laatste chemo ook een stamceltransplantatie moest ondergaan. Per chemobehandeling, zou ik ongeveer een maand in het ziekenhuis liggen, in isolatie.

Dan komt het moment dat ik naar de afdeling oncologie wordt gebracht. Onderweg besef ik me, dat ik de mensen om wie ik geef, van wie ik hou, die om mij geven, die van mij houden moet vertellen dat ik leukemie heb. Saskia had het gelukkig al op kunnen brengen om onze ouders te bellen. Wat moet dat een opgave zijn geweest. Ik kon het zelf niet.

De telefoongesprekken met name naar mijn werk en collega’s vielen me zwaar, maar moesten gebeuren. Het gesprek met mijn manager was me het zwaarst gevallen. Mijn manager en ik, zijn twee handen op een buik, voelen elkaar feilloos aan en we zijn op het werk echt maatjes. Hij neemt op: He Diaantje! Hoe is het nou? Gaat het al wat beter met je?. Ik weet niet zo goed hoe ik moet reageren, ik zeg dat het niet zo goed gaat. Ik vraag aan hem of hij zit. “Oh, wacht even, ik pak er een stoel bij. Ja ik zit hahahaha’. Uh… Thijs… Ik lig in het ziekenhuis, ik heb leukemie. De stilte die er toen was, gaf me een brok in me keel. Wat is het kut om een ander te vertellen dat je heel erg ziek bent.

Rond negen uur in de avond, krijg ik mijn eerste chemo via het infuus. Deze chemo krijg ik 24 uur per dag, 7 dagen lang. Ik maak er een foto van. Vanaf dat moment, ben ik er klaar voor. Ik ga die leukemie ‘Jantje’ geven. Ik ga ziek worden van de chemo, het gaat een zware tijd worden, maar ik ga niet dood. Ik ga winnen, ik ga de strijd aan.

3 reacties

Lieve Diana. Wat ben ik altijd trots op je geweest. Heb een stoere, lieve Diana gezien op het werk. Een gedreven Diana. Maar later ook een vermoeide Diana die dat eindelijk ook durfde toe te geven. Wat een enorme overwinning want dat is het. Als je het niet herkend of toegeeft kan je er ook niet aan werken. Maar wat heb ik van je genoten op het werk, je humor en korte antwoorden, heerlijk mens ben je. Jammer dat ik er niet meer ben op het werk maar jij gelukkig nog wel !

liefs Miranda 

Laatst bewerkt: 19/11/2020 - 12:29

Beste Diana, wat vertel je een heftig verhaal! Je hebt me een paar centimeter kippenvel gegeven; die je zelf hebt gevoeld zijn ongetwijfeld bizar veel hoger. 'Zo maar ineens' ben je van een gezond, na ja, nogal moe mens, letterlijk doodziek. Verschrikkelijk om te 'ontdekken' dat jíj dit bent. 

Vervolgens laat je ons lezen hoe je de situatie vrijwel direct 'naar je hand zet'; IK GA NIET DOOD! Dat herken ik! Gaan we ervan uit dat je verder ook 'mijn weg' volgt. Je bent veel te jong; je gaat nu en hieraan níet dood. Punt.

Bewonder je zeer en wens je dat je al je positieve kracht kunt vasthouden. Zoals je waarschijnlijk al ervaren hebt vanaf augustus, heb je die heel hard nodig. Hoop dat je blijft bloggen en ik nog meer van je kan lezen. 

Lieve groetjes Hebe

Laatst bewerkt: 19/11/2020 - 16:42

 Wat een verhaal ,heel veel sterkte ! 

Blijf zo positief ,dat valt niet altijd mee ,weten we hier alles van .

knuffel voor jou !

Laatst bewerkt: 23/11/2020 - 10:37