We moeten het erover hebben, wat als het niet lukt?

De eerste chemobehandeling.

Mijn infuus zit nu nog in mijn arm, hierdoor stroomt de eerste zak met chemo. Ik krijg een zogenoemde 7+3 behandeling. Twee verschillende chemo’s, de ene drie keer, en de ander zeven keer. Degene van zeven keer, zal 24 uur per dag, zeven dagen lang mijn lichaam in ‘gedruppeld’ worden. Uiteindelijk is het de bedoeling dat de chemo mijn beenmerg en bloed kapot maakt met de hoop dat mijn beenmerg ‘gereset’ wordt en weer gezond bloed kan aanmaken. Het was nodig, zonder chemo had ik geen overlevingskans.

De eerste chemo is aangesloten. Dan komt het moment… mijn liefde, Saskia, ging naar huis. Sinds we getrouwd zijn in 2015, hebben we nog nooit een nacht zonder elkaar geslapen. Wat was dit een lastig moment. In de eerste instantie niet voor mij, ik lag in het ziekenhuis, had verpleging om me heen en vermaakte me wel, ik zat tenslotte in een andere omgeving. Wat moet mijn vrouw het zwaar hebben gehad. Naar huis, zonder je vrouw die in het ziekenhuis ligt met in de gedachte dat er een reële kans is dat het niet goed afloopt. Dan kom je thuis, wel twee lieve hondjes die je verwelkomen, maar zit je daarop te wachten? Je wilt je verhaal kwijt, je belt mensen, gaat langs bij mensen, praat veel over wat we die dag hebben meegemaakt, hulp wordt aangeboden en iedereen is zo ontzettend lief en leeft zo ontzettend mee. Hier haal je op dat moment zo enorm veel kracht uit en dat gevoel is zo ontzettend super om mee te maken. Maar dan, dan lig je uiteindelijk alleen op bed met het besef dat je vrouw in het ziekenhuis ligt met leukemie en dat de kans bestaat dat ze het niet overleefd. Wat moet dat voor haar een hel zijn geweest.

Gezien de omstandigheden, heb ik best een goede nacht gehad. Goed geslapen en het ontbijt wordt gebracht. Terwijl ik aan het ontbijten bent, komt mijn vrouw alweer binnen, goed begin van de dag. We praten over de avond ervoor, hoe ze thuis is gekomen, wie ze allemaal gesproken heeft en ze vertelde hoe ontzettend lief iedereen reageerde. Het wordt zo onderschat, maar je haalt zoveel kracht uit de mensen die het allerbeste met je voor hebben. Het was zo ontzettend fijn om al die verhalen van mijn vrouw te horen.

In de loop van de ochtend, heb ik mijn eerste controle. Bloeddruk, temperatuur, hartslag, etc. Gelukkig is het dezelfde verpleegster die me de eerste dag ook op sleeptouw heeft genomen. Wat een bazen werken er trouwens op de oncologie afdeling! We raakten in gesprek, ze vroeg me, hoe ik zo rustig kon blijven en het zo goed kon accepteren. Dit is iets wat ik mee had genomen vanuit mijn werk. Vaak gebruik ik op het werk de ‘Fuck it methode’: Bekijk en oordeel of je invloed hebt op de situatie, heb je er geen invloed op? Fuck it en accepteer het. Zo keek ik ook naar de leukemie. Nee, ik heb er geen invloed op. Ik heb het, ik ga ziek worden, ik ga kaal worden en het voornaamste ik ga weer beter worden. Onderga de behandeling en accepteer alles wat er op het pad komt, hoe vervelend de situaties ook gaan worden. Mijn lichaam moet het oplossen, mijn gedachte kan dat niet. Deze methode heeft me er zeker doorheen geholpen.

Later die dag, kreeg ik ook een oogonderzoek, er is namelijk een mogelijkheid dat de leukemie ook in mijn oog zit. Hiervoor krijg ik ongeveer een half uur voordat de oogarts komt oogdruppels. De oogdruppels zijn te doen, geen last, maar toen kwam de oogarts. Met een ontzettend fel licht, scheen hij in mijn ogen, jeetjemineetje, wat deed dat een pijn. Heel bizar om te merken dat licht echt pijn kan doen aan je ogen. Gelukkig waren er geen leukemiecellen in mijn ogen, wel heb ik de rest van de dag wazig gezien. Ook in dit geval, accepteer het, het is om beter te worden.

 

Ondertussen is het woensdag. Vandaag krijg ik een ‘lange lijn’. In plaats van twee infusen in mijn arm, krijg ik een infuus in mijn nek. Dit gebeurt op de IC, ik word naar de IC gebracht, door nog steeds de ‘eerste’ verpleegster. Ze staat me zo ontzettend goed bij. Bij de IC wordt de lange lijn ingebracht, ook al krijg je een plaatselijke verdoving, het is absoluut niet prettig en eng. Maar ook in dit geval: fuck it! accepteren en laten gebeuren, het gaat me beter maken. Eenmaal terug gekomen op mijn kamer, zit mijn vrouw daar op me te wachten. Heerlijk gevoel. Ik vertel haar dat ik er wel ‘gangster’ uitzie met die lange lijn. We lachen om de situatie.

De situatie slaat wel om. Ik vond dat we het er wel over moesten hebben. Wat als het niet lukt? Voor het eerst sinds de diagnose, moest ik huilen. Het praten over overlijden met degene waarvan je het meeste houdt, is ontzettend heftig, zeker als het overlijden zo dichtbij komt. Mijn vrouw wilde het er niet over hebben, is niet van toepassing zei ze. Deze shit ga je rocken, je gaat niet dood. We waren samen nog geen minuut aan het huilen toen er bezoek binnen kwam. Het was Linda, de geestelijke verzorgster. Ze kwam op het juiste moment, we maakte kennis en we raakte aan de praat. De komende maanden zou Linda nog vaker langskomen voor een babbeltje.

Later in de middag, staat er ook nog een ruggenprik op de planning, er moet hersenvocht afgenomen worden, hierin kan de leukemie namelijk ook zitten. Wanneer de neurochirurg binnen komt, maken we een praatje, superfijn hoe ze allemaal omgaan met de situatie. Wanneer hij  de eerste prik zet, zit er bloed bij, mislukt. Maar omdat deze man, zo ontzettend chill is, vergeef ik het hem. Hij zegt wel tien keer sorry. Ik zeg, joh, kan gebeuren geeft niets, prik nog maar een keertje. Ondertussen zitten we zo te kletsen dat hij vergeten was om preventief chemo te spuiten in mijn ruggenmerg. Geeft niets, kan gebeuren. Ik vraag hem hoe groot de kans is dat de leukemie daar zit. Hij zegt dat die kans niet zo groot is, dat het meer uitgesloten moet worden. Samen besluiten we dat we geen derde prik doen en de onderzoeken afwachten. Wanneer er wel leukemie in mijn hersenvocht zit, kan er altijd nog chemo in gespoten worden. Dat we dit op deze manier konden bespreken, was enorm fijn.