Vertrouwen

Kanker. Confrontatie op alle lagen. Zes maanden chemotherapie. Een borstoperatie. Een okseltoilet. Protonentherapie. En daarna nog zes maanden zuurstoftherapie. Elke dag opnieuw naar het ziekenhuis rijden. Elke dag opnieuw plaatsnemen in een tank die onder druk wordt gezet. Dit werd een ‘normaal’ onderdeel van mijn leven. Van buiten lijkt herstel soms passief. In werkelijkheid vraagt het alles van me. Mijn lichaam voelt soms alsof het door een papierversnipperaar is gehaald. De pijn is niet verdwenen. M’n borst steekt, spieren doen pijn en m’n rug voelt alsof pinnen in m’n botten zijn geslagen. Neuropathie - ik loop elke dag op mesjes. Elke dag. Elke ochtend strijd om op te staan. En dan is er nog die vermoeidheid. Iedereen noemt het moe zijn. Ik haat dat woord. Moe klinkt alsof een goede nacht slapen voldoende zou zijn. Alsof het tijdelijk is. Onschuldig. Dit voelt anders. Mijn lichaam doet dingen niet meer vanzelf. Eerlijk gezegd voelt zelfs een gewone dag als een berg die beklommen moet worden. De vermoeidheid loopt met me mee, maar ik weiger haar als normaal te beschouwen. Misschien omdat ze me dagelijks confronteert met alles wat ik ben kwijtgeraakt.

De chemotherapie heeft niet alleen mijn haar weggenomen. Het voelt alsof ze ook allerlei beschermlagen van mijn persoonlijkheid heeft doen verdwijnen. Jarenlang heb ik jassen verzameld om mezelf staande te houden in de wereld. Jassen van daadkracht. Van controle. Van zelfstandigheid. Van altijd doorgaan. Tijdens het ziekteproces verdwenen ze één voor één. Wat overbleef was misschien wel mijn meest pure vorm. Tegelijkertijd voel ik me nog nooit zo kwetsbaar. Leeg. De wereld voelt anders nu veel van mijn oude beschermlagen zijn verdwenen. Ik keek vroeger naar de wereld vanuit daadkracht. Vanuit zelfstandigheid. Vanuit beweging. Nu ervaar ik haar veel directer. Rauwer. Zachter misschien ook. Eerlijk gezegd weet ik nog niet goed hoe ik me tot deze nieuwe werkelijkheid moet verhouden. Dat maakt me onzeker. Niet omdat ik zwak ben geworden. Maar omdat de kaarten waarmee ik mijn hele leven heb gespeeld ineens zijn vervangen door een spel dat ik nog niet begrijp. Het is alsof ik opnieuw kennis moet maken met wie ik werkelijk ben wanneer alle rollen wegvallen.

Soms voelt dat ontdekken als een diep verlies – alsof ik rouw om de vrouw die ik was, ook al weet ik dat ze me niet langer kon dragen. En soms voelt het als een bevrijding die nog geen vorm heeft. Alsof ik sta in een leeg huis met de deuren wijd open, maar nog niet weet welke kamer ik als eerste zal inrichten. De wereld beweegt snel. Mensen verwachten dat je verdergaat. Dat je weer werkt. Dat je weer functioneert. En eigenlijk verwacht ik dat ook van mezelf. Maar wat als je merkt dat de oude versie van jezelf niet meer volledig beschikbaar is? Wat als de strategieën die je vroeger hielpen om te overleven niet meer werken? Wat als je opnieuw moet ontdekken wie je bent? Misschien is dat wel de diepste vraag die dit ziekteproces in mij losmaakt. Niet: hoe herstel ik? Maar: wie ben ik wanneer ik niet langer kan leunen op de identiteit die mij jarenlang zekerheid gaf?

Naast het herstel zijn er ook financiële zorgen. Als ondernemer heb ik altijd geleerd om verantwoordelijkheid te nemen. Om risico's te dragen. Om oplossingen te vinden. Maar ziekte trekt zich niets aan van plannen. Mijn spaargeld verdween langzaam. De rekeningen bleven komen. En ergens onderweg gebeurde iets waarvan ik nooit had gedacht dat het mij zou overkomen. Ik ging van een leven van overvloed naar boodschappen betalen met een creditcard. Van ruimte naar rekenen. Van bouwen aan de toekomst naar hopen dat de geldstromen weer op gang komen. Dat raakt me dieper dan ik soms wil toegeven. Niet omdat ik gehecht ben aan status. Niet omdat ik gehecht ben aan bezit om het bezit zelf. Maar omdat kanker al zoveel van me heeft afgenomen. Mijn energie. Mijn vanzelfsprekendheid. Mijn vrijheid. Mijn vertrouwen in mijn lichaam. En juist daarom merk ik hoe sterk mijn verlangen is om vast te houden aan wat nog herkenbaar voelt. Mijn huis. Mijn tuin. Mijn veilige haven. Niet omdat het stenen zijn. Maar omdat ze me herinneren aan wie ik was voordat mijn leven werd onderbroken. Ze herinneren me aan de vrouw die creëerde. Die dromen werkelijkheid maakte. Die de wereld tegemoet liep met open armen. Misschien is dat wat het zo moeilijk maakt. Ik wil niet nog meer verliezen. Ik wil niet nóg verder verwijderd raken van mezelf. Ik wil mezelf juist terugvinden. En dat maakt het soms zo ontzettend moeilijk. Soms vraag ik me af hoeveel verlies een mens kan dragen voordat er iets breekt. Ik weet alleen dat ik na alles wat er gebeurd is niet nog eens de kracht heb om achteloos opnieuw te beginnen. Ik ben sterk. Maar ik ben niet onuitputtelijk. Die druk raakt iets ouds in mij. Een diepe overtuiging die ik al sinds mijn jeugd met me meedraag. De angst om niet goed genoeg te zijn. De angst om tekort te schieten. De angst dat anderen iets zullen ontdekken wat ik zelf allang over mezelf denk. Dat ik misschien niet slim genoeg ben. Misschien vind ik het nog wel het moeilijkst om toe te geven dat dat kleine meisje zich weer laat horen. Dat meisje dat denkt dat ze niet slim genoeg is. Niet goed genoeg. Niet waardevol genoeg. Ik heb jarenlang gewerkt om haar gerust te stellen. Met therapie. Met zelfonderzoek. Met filosofie. Met vallen en opstaan. Met levenservaring. Ik dacht oprecht dat we vrede hadden gesloten. Ik dacht dat ik dit achter me had gelaten. En toch stond ze daar ineens weer. Alsof kanker niet alleen mijn lichaam had opengelegd, maar ook deuren had geopend waarvan ik dacht dat ze voorgoed gesloten waren. Als ik eerlijk ben, gaat mijn worsteling niet alleen over kanker. Ze gaat over vertrouwen. Of misschien juist over het gebrek eraan. Al als klein kind leerde ik dat ik uiteindelijk op mezelf aangewezen was. Dat vertrouwen iets kwetsbaars was. Iets tijdelijks. Iets dat kon verdwijnen. Dus werd ik zelf het baken. Voor mezelf. Voor mijn dochters. Voor de mensen om mij heen. Ik bouwde een leven waarin ik degene was die oplossingen vond. Die veiligheid creëerde. Die overeind bleef. Die verantwoordelijkheid droeg. Maar kanker heeft iets blootgelegd waar ik liever niet naar kijk. Hoe diep het wantrouwen nog steeds in mij leeft. Soms hoor ik die stem fluisteren: Zie je wel. Zelfs je eigen lichaam kun je niet vertrouwen. Zelfs jezelf niet. Dat is misschien een van de eenzaamste gedachten die ik ken. Als alleenstaande moeder met co-ouderschap heb ik een groot deel van dit proces alleen gedragen. Ik ben omringd geweest door liefdevolle vrienden en hun steun heeft me door de donkerste momenten heen geholpen. Toch blijft vaak iets onvervuld. Ik realiseer me dat eenzaamheid niet altijd ontstaat doordat er niemand is. Soms ontstaat eenzaamheid doordat niemand het hele verhaal ziet. Iedereen ziet een deel. De ondernemer. De moeder. De optimist. De overlever. Maar niet altijd de mens die al die rollen tegelijkertijd probeert te dragen. Misschien is dat ook wat kanker met me heeft gedaan. Mijn hele leven ben ik degene geweest die veiligheid creëerde. Die verantwoordelijkheid droeg. Die overeind bleef wanneer anderen omvielen. Die oplossingen vond. Voor mijn kinderen. Voor mijn bedrijven. Voor de mensen om me heen. Maar ergens onderweg ben ik moe geworden. Niet alleen lichamelijk. Ook van altijd degene zijn die sterk moet zijn. Voor het eerst in mijn leven voel ik hoe diep het verlangen is om zelf gedragen te worden. Om niet degene te zijn die alles bij elkaar houdt. Om even te kunnen rusten in de zekerheid dat iemand anders dat doet. Ik vind dat moeilijk. Daarom zoek ik mijn toevlucht in filosofie, klassieke muziek en de natuur. Daar vind ik een vorm van rust die ik niet altijd in woorden kan uitleggen. Daar herinner ik me dat er schoonheid bestaat naast angst. Dat er betekenis bestaat naast verlies. Dat er leven bestaat naast kwetsbaarheid. De afgelopen jaren hebben me geleerd om nog meer in het moment te leven. Maar nu ik weer werk, vraagt het leven opnieuw iets anders van me. Ik moet vooruitdenken. Plannen maken. Verantwoordelijkheid nemen voor een toekomst die niet langer vanzelfsprekend voelt. Dat brengt me soms uit balans. Niet omdat ik de toekomst niet wil. Maar omdat ik opnieuw moet leren vertrouwen. Niet hopen. Vertrouwen. Dat zijn voor mij niet dezelfde dingen. Hoop voelt soms alsof ik probeer te onderhandelen met de toekomst. Alsof ik controle probeer uit te oefenen op iets wat zich niet laat controleren. Vertrouwen vraagt iets anders. Vertrouwen vraagt dat ik niet weet wat er komt en toch verder ga. Dat ik de onzekerheid niet oplos, maar verdraag. Dat vind ik veel moeilijker. De schaduw van de dood loopt soms nog met me mee. Dat is de waarheid. Niet omdat ik bang ben om dood te gaan. De dood zelf maakt me minder bang dan vroeger. Ik heb een rijk leven gehad. Een prachtig leven. Vol avontuur. Vol liefde. Vol schoonheid. Wat me werkelijk angst aanjaagt, is iets anders. Het idee dat mijn dochters misschien verder moeten zonder hun moeder. Dat zij op momenten waarop het leven pijn doet geen deur meer kunnen openen waarachter ik sta. Dat ik er niet ben om hen vast te houden wanneer hun hart breekt. Niet om hen eraan te herinneren wie ze zijn wanneer ze het zelf even vergeten. Niet om veiligheid te bieden. Niet om thuis te zijn. Misschien is dat uiteindelijk de grootste angst van een moeder. Niet het verdwijnen van jezelf. Maar het verdwijnen uit het leven van je kinderen. Toen ik de diagnose kreeg, dacht ik niet onmiddellijk: ik wil koste wat kost blijven leven. Dat klinkt misschien vreemd. Maar de waarheid is dat de uitkomst me niet bezighield. Wat me bezighield waren Veerle en Babette. Ik wilde dat zij zouden weten dat ze de moeite waard zijn om voor te vechten. Dat hun moeder alles heeft gedaan wat binnen haar vermogen lag om beter te worden. Niet omdat ik koste wat kost wilde winnen. Maar omdat liefde soms betekent dat je blijft opstaan, zelfs wanneer je niet weet waar de weg eindigt. Ik ben niet bang voor de dood. Ik ben bang voor lijden. Ik ben bang voor een leven waarin ik steeds minder kan leiden en steeds meer moet ondergaan. Misschien is dat waarom de behandelingen me zo geraakt hebben. Ze dwongen me om controle los te laten op een moment dat ik daar nog helemaal niet klaar voor was. En toch ben ik er nog…Niet als dezelfde vrouw. Maar wel als mezelf. Of misschien als iemand die langzaam opnieuw ontdekt wie dat is.

Een andere waarheid is dat ik nog steeds geraakt word door schoonheid. Door kunst. Door liefde. Door een gesprek dat ergens over gaat. Door een wandeling in de natuur. Door de lach van mijn dochters. Door de onverwachte warmte van een ander mens. Iemand die even helpt met dagdagelijkse dingetjes. Misschien is dat wat me uiteindelijk overeind houdt. Niet hoop. Niet optimisme. Maar de ervaring dat schoonheid blijft bestaan, zelfs wanneer het leven zijn zwaarste gezicht laat zien. Want ik heb een lijf dat pijn heeft. Ik ben zoekend, bang zonder die beschermlagen, en soms ook verloren. Soms voelt het leven gewoon te zwaar. Maar zelfs dan blijft er ergens een deel van mij dat schoonheid zoekt. Dat zich blijft verwonderen. Dat weigert cynisch te worden. Mijn werk draait al sinds 2014 om verbinding. Misschien is dat geen toeval. Misschien ben ik mijn hele leven al op zoek naar datgene waarvan ik intuïtief wist dat het mensen heelt. De paradox blijft dat ik anderen help verbinding te creëren terwijl ik zelf soms worstel met gevoelens van eenzaamheid. Maar juist daardoor begrijp ik hoe essentieel verbinding werkelijk is. Niet als luxe. Maar als levensvoorwaarde. Ik ben geen slachtoffer van wat mij is overkomen. Ik ben ook niet alleen een overlever. Ik ben een mens die heeft geleerd dat kwetsbaarheid en kracht naast elkaar kunnen bestaan. Dat angst en vertrouwen elkaar niet uitsluiten. Dat eenzaamheid en verbinding tegelijkertijd aanwezig kunnen zijn. Ik weet niet precies hoe mijn toekomst eruitziet. Misschien weet ik dat nooit meer op dezelfde zorgeloze manier als vroeger. Maar ik weet wel dat mijn ziekte haar niet zal bepalen. Mijn toekomst wordt bepaald door mijn liefde voor het leven. Door mijn dochters. Door mijn nieuwsgierigheid. Door mijn verlangen om werkelijk aanwezig te zijn. Ik wil niets wegduwen. Ik wil niets ontkennen. Ik wil alles aankijken. En een troost; vertrouwen begint precies daar..

1 reactie

Wat een prachtig blog.

 Het heeft mij zelf erg geholpen me over te geven aan de situatie, meegaan met de flow die het leven is. Kunnen accepteren en weten dat er toch nog zoveel moois is ondanks al het zware. Maar dat kost tijd en dat proces kun je niet versnellen.

Ik wens je veel goede moed toe op dat pad.

Warme groet, Ingrid 

Laatst bewerkt: 24/06/2026 - 10:39