Steuntje

Dinsdag 9 september, de dag waarop je op bed kwam te liggen. Er was iets mis in je rechterbovenbeen en je kon er bijna niets meer mee. Het deed pijn en er zat erg veel vocht in. En toch wilde je even uit bed. Ik zat naast je, op het bankje dat mama en jij op de slaapkamer hebben staan. ‘Als jij nou m’n been vasthoudt dan draai ik me om.’ Het was een gehannes en gedoe en ik merkte dat ik heel bang was om je pijn te doen. Je pakte m’n hand vast en zei dat je t eerlijk zou zeggen als het niet ging. ‘Echt waar, als ik me niet zeker voel dan zeg ik het. Maar ik wil zo graag nog even staan.’ En t lukte ons. Ik had je zere been vast, jij trok je op aan mijn andere arm en je zat. 

Benen buiten t bed. Volgende stap was staan. Een professional heeft daarvoor geleerd en kent de handige maniertjes. Wij kenden alleen maar het maniertje ‘hou je stevig aan me vast’. En ook dit lukte. Je stond. ‘Ajeto’ zei je tegen me en je stond even flink te genieten. Het was wankel, maar het lukte.

Uiteindelijk ging je weer zitten. Op de rand van het bed. ‘Goh wat zit dit heerlijk, gewoon even rechtop zitten. Ik krijg meer lucht en t voelt zo fijn.’ Je wilde weer gaan liggen omdat je het zitten niet zo lang volhield. Ik liep gauw naar mama’s kant van het bed en ging met mijn rug tegen jouw rug zitten. ‘Leun maar’, zei ik. En dat deed je. Eerst voorzichtig, want je was bang dat ik je niet hield. Daarna ontspande je en leunde je tegen me aan. Terwijl ik daar zat, met jouw rug tegen de mijne, nam ik me voor om dat gevoel nooit te vergeten. Samen sterk zijn. Soms, als t gevoel van jou missen me ineens overvalt, leun ik. Stiekem tegen jouw rug. Omdat ik weet dat t zou mogen.

1 reactie