De Kronieken van Zweef: P 34-45

Het is de laatste tijd wat stil geweest rond Zweef en zijn kronieken.
Graag had ik verder verteld, maar Ettertje kwam telkens tussenbeide, bijtend en stekend, met messen en bijlen waarmee hij mij raakte waar en wanneer hij maar kon. Liefst midden in de nacht, want dat gespuis heeft blijkbaar geen gezin waarvoor het op tijd thuis moet zijn. Zodra ik ergens een aanval dacht te hebben afgeslagen, kreeg ik langs de andere kant alweer een mes tussen mijn ribben. 
Nou, probeer ondertussen maar eens rustig te schrijven over een rat die trouwens al jaren dood is.
Intussen lijkt er heel voorzichtig een tijdelijke status quo te zijn ontstaan. Ettertje ligt aan zijn kant in de loopgraaf en ik aan de mijne, allebei onze wonden te likken, al hoop ik van harte dat de zijne flink ontstoken zijn. Stil is het niet, want regelmatig, veel te regelmatig, komt er nog een mes of een bijl overgevlogen. Aan mijn kant verdedigen oxycodon, OxyNorm en pregabaline de vesting, een stevig bewapend garnizoen dat helaas ook geregeld de bevelhebber platlegt. Maar goed, zolang ik nog weet waar mijn toetsenbord staat en Ettertje naar zijn volgende bijl zoekt, haal ik de kronieken weer boven. Hoog tijd om eens te kijken hoe het Rat verder verging. Die dacht ook ergens veilig te zijn.

De Kronieken van Zweef: p. 34–45
Waar Rat een toevlucht vond en een vijand kreeg

De vorige keer zagen we hoe graafmachines Rats vertrouwde wereld aan de Zaan wegvaagden. In deze nieuwe bladzijden volgen we hem en zijn zusje op hun gevaarlijke zwerftocht. Overdag zitten honden en katten hen op de hielen, ’s nachts wachten uilen op een onvoorzichtige beweging. Met vermoeide poten en lege magen bereiken zij eindelijk een oud boetje tussen de velden. Daar vinden ze beschutting, en in de verte zien ze het huis dat hun verdere leven zal bepalen: Kasteel Andijk.
Een boom wijst hun de weg naar het dak, een kier laat hen binnen en onder de oude balken ontdekken zij een wereld waarin ze weer even jong mogen zijn. Ze rennen achter elkaar aan, verstoppen zich tussen kisten en vinden pindakaas, chocolade en resten van Twix. Wanneer ook de tochtgaten worden gedicht, lijkt hun geluk compleet. Beneden woont blijkbaar een weldoener, al weet Zweef zelf niet dat hij inmiddels twee dankbare onderdanen heeft.

Maar oude kronieken laten geluk zelden lang ongemoeid. Op een ochtend wordt Rat wakker en is de plaats naast hem leeg. Hij zoekt tussen balken en kisten, langs de plekken waar zij samen speelden, maar nergens hoort hij nog het geritsel van haar kleine poten. Pas later zal hij begrijpen dat dezelfde mens die hij voor zijn weldoener hield, ook verantwoordelijk was voor de dood van zijn zusje.

En daar, tussen stof, oude balken en een lege plek in het stro, wordt iets geboren dat langer zal blijven bestaan dan een paar kruimels pindakaas of een dichtgespoten kier: de strijd tussen Zweef en Rat.

En wie de latere kronieken kent, weet dat die twee elkaar nog lang niet kwijt zijn.

3 reacties