Zou het dan Toch ?

Vanmorgen werd ik wakker. Nou ja, wakker. Ik was vannacht rond half twee al eens wakker geworden, van de dorst denk ik. Alleszins niet van de hevige pijn en dat alleen al was nieuw. Dus eruit, naar beneden, cappuccino gemaakt en omdat één cappuccino om half twee ’s nachts ook maar zo alleen is, nog eentje. Daarna terug mijn bed in en blijkbaar vrij snel weer vertrokken.
Rond vijf uur werd ik opnieuw wakker. Mijn gewone uur eigenlijk. Normaal het moment waarop ik eruit kom, computer aan, cappuccino erbij en de dag kan beginnen. Maar ik had geen zin om op te staan. Ik lag daar eigenlijk veel te lekker.

Genieten van de pijn. Nou ja, van de niet-pijn dan.

Want helemaal weg was ze niet. Er zat nog ergens een zeurend restje in mijn rug, maar dat voelde na de afgelopen weken bijna als een aangename bedgenoot. Eentje die ge gerust naast u laat liggen zolang hij zijn mond houdt. En het mooiste was dat ik mij gewoon kon herleggen. Op mijn andere zij draaien. Nog eens terug. Zonder eerst tien minuten met mijn lijf te moeten onderhandelen of dat wel zo’n verstandig idee was.

Ettertje... Waar zit ge?

Ergens.In de verte. Maar veel meer viel er niet van hem te vernemen. Dus ben ik blijven liggen. Nog even genieten van iets waarvan ik bijna vergeten was dat het bestond: in bed liggen zonder dat ge eigenlijk alleen maar bezig zijt met hoe ge ligt, waar het pijn doet en wanneer ge er noodgedwongen weer uit moet.

En toen was het ineens zeven uur. Tja. Dan zijn we toch maar opgestaan.
En nu zit ik hier. Computer aan, cappuccino erbij, Mevr Willy nog ergens in haar ochtendritueel. En mijn rug? Die is er. Ettertje ook waarschijnlijk. Maar vergeleken met de afgelopen weken is het verdacht stil.

Ik durf het bijna niet te schrijven.

Zou het dan toch...?

Voor wie de afgelopen weken niet al mijn gezever gevolgd heeft: ruim twee maand geleden begon die rugpijn. Eerst nog iets waarvan ik dacht dat het wel weer zou overgaan. Een spier. Een verkeerde beweging. Een rug die 73 jaar oud is en daar eindelijk eens misbruik van begon te maken.
Niet dus. Op de MRI bleek de uitzaaiing in T4 verder gegroeid en zat er ook een nieuwe in T5. En daarna begon een zoektocht die stilaan meer weg had van een wapenwedloop. Paracetamol. Diclofenac. Tramadol. Morfine. Meer morfine. Fentanyl. Meer fentanyl. Oxycodon. Oxynorm voor de doorbraakpijn.
Iedere keer hielp het. Heel eventjes toch. En iedere keer kwam de pijn terug. Vooral de nachten werden een probleem. Slapen, wakker worden omdat de pijn tijdens dat stilliggen rustig de tijd had gekregen om zich op te bouwen, uit bed, pijnstiller nemen en wachten. Twintig minuten. Een halfuur. Soms langer. Soms uren. Tot ze eindelijk begon te zakken en ge misschien nog wat kon slapen. En overdag begon hetzelfde circus dan gewoon opnieuw.

Gisteren kwam er dus een nieuwe poging. Bij de pijnkliniek denken ze dat een deel van die ellende misschien zenuwpijn is, afkomstig van de zenuwen die vanuit T4 en T5 richting mijn ribben lopen. Daar hebben ze gisteren een epidurale behandeling op uitgevoerd. Dat klinkt veel vriendelijker dan het voelde. Verdomd, wat deed dat zeer. Of misschien ben ik gewoon overgevoelig geworden door al die pijnellende de laatste tijd. Kan ook. In elk geval, die stoere Belg was ver te zoeken.
Nu had ik mezelf natuurlijk ook niet echt geholpen. Autorijden mocht ik niet en de kliniek ligt in een LEZ-zone. Dus had Mr Willy bedacht dat hij er dan maar naartoe kon wandelen. Acht kilometer heen, behandeling ondergaan en acht kilometer terug. Geen probleem toch voor iemand die nog geen eeuwigheid geleden 30 km jogde op z’n kousevoeten. Logisch toch? Mr Willy-logica.

Toen ik thuiskwam was ik kapot. Ook nog behoorlijk wat napijn van die behandeling, dus nog een zware pijnstiller genomen en daarna in bed gekropen. Het volgende wat ik weet is dat Mevr Willy om halfzeven ’s avonds aan mijn lijf stond te schudden. Blijkbaar had ze behoorlijk hard moeten schudden ook. Maar toen ik eenmaal wakker was, voelde ik mij verrassend goed. Opgefrist zelfs. En vooral: weinig pijn.
Goed genoeg om achter mijn computer te kruipen en nog vlug De Orde van de Zilveren Naald te schrijven, het vervolg op The Battle of the Five Ettertjes. Een verslag van de veldslag van die dag, met vijf Ettertjes die vanuit hun vestingen in T4 en T5 ondergrondse gangen naar mijn ribbenwal hadden gegraven en een geheimzinnige Orde die daar met haar Zilveren Naald iets aan probeerde te doen.

Tja. Schrijven. Geen idee wat ik zou moeten zonder. Afin, daar gaat het niet over.

Gisteren ben ik ook met Lyrica (pregabaline) begonnen. Omdat ze dus denken dat zenuwpijn meespeelt. Dat spul moet proberen die zenuwsignalen af te remmen en daarmee hebben we eigenlijk twee nieuwe wapens tegelijk in de strijd gegooid: die behandeling en een medicijn dat de boodschappen van Ettertje onderweg moet proberen kwijt te spelen.

En nu zit ik hier. Zonder doorbraakmedicatie. Gisterenavond geen Oxynorm nodig gehad. Vannacht niet. En vanochtend staat dat doosje nog altijd waar het stond. Alleen dat al maakt mij bijna belachelijk blij. Want als dát zo blijft, als ik niet meer om de zoveel uur moet vaststellen dat mijn gewone pijnstilling alweer achter de feiten aanholt en ik opnieuw naar de Oxynorm moet grijpen, dan ben ik al doodgelukkig.

Maar nu de eerste euforie een beetje gezakt is, moet ik daar ook weer niet van maken dat ik ineens pijnvrij ben. Dat ben ik niet. Er zit nog genoeg om mij ongemakkelijk te houden. Alleen... als ge ziet waar ik vandaan kom, voelt dit verschil gewoon fantastisch.
Aan mijn gewone pijnstilling ga ik voorlopig dan ook nauwelijks iets veranderen. Daarvoor vertrouw ik het zaakje nog lang niet genoeg. Eerst maar eens zien wat Ettertje vandaag doet. En liefst morgen en overmorgen ook. Alleen de paracetamol ga ik halveren. Die loopt met al dat zware geschut ondertussen toch vooral voor spek en bonen mee. De rest laat ik voorlopig gewoon staan zoals het staat. Ik heb weinig zin om nu in mijn enthousiasme van alles te gaan schrappen en morgen te ontdekken dat ik mezelf daarmee een ferme poets heb gebakken.

Want ik heb de afgelopen weken al te dikwijls gedacht: nu zijn we er. Na de morfine. Na meer morfine. Na fentanyl. Na meer fentanyl. Iedere keer kwam er rust, soms uren, soms langer, en iedere keer begon ergens dat kleine beetje hoop weer te groeien.

En iedere keer kwam de pijn terug.
Ge wordt daar voorzichtig van. Wantrouwig zelfs. Een paar dagen geleden schreef ik in Bang dat de pijn ondertussen ook mijn pijnvrije uren had ingepikt. Dat merk ik nu pas goed, want zoals ik zei, hier zit ik dan. Veel minder pijn. En in plaats van daar gewoon van te genieten, zit ik weeral te voelen. Draaien, nog maar eens draaien, nu naar de andere kant. Ge weet maar nooit. Rechtstaan. Terug gaan zitten. Nog altijd niks ergers?

Nee.

En onmiddellijk daarna komt die volgende gedachte: ja maar hoelang? Alsof ge een cadeautje krijgt en eerst begint te zoeken waar de rekening verstopt zit.

Er zit trouwens nog een addertje onder het gras. Bij zo’n behandeling kan ook een plaatselijke verdoving gebruikt worden. Wat ze gisteren precies hebben ingespoten weet ik nog niet, want het verslag is nog niet beschikbaar. Het zou dus best kunnen dat een deel van die zalige stilte van gisteren en vannacht tijdelijk is. En als er inderdaad cortisone gebruikt werd, heeft die dan weer tijd nodig om haar werk te doen.

Kortom, ik weet nog altijd niks.

Misschien heeft die injectie gewerkt. Misschien begint ze nog maar te werken. Misschien gaat Lyrica iets doen. Misschien gaan ze samen iets doen. Of misschien heb ik gewoon één verdomd goeie nacht gehad.

En daar zit precies het probleem. Ik wil zo graag geloven dat dit het begin is van iets beters dat ik mijn eigen opluchting niet helemaal vertrouw. Wishful thinking. Dat ge iets zo graag wilt dat ge vanzelf de bewijzen begint te zien dat het waar is. Dus durf ik nog niet te juichen. Zelfs nauwelijks opgelucht te zijn, want ergens zit ge al te wachten op dat eerste kleine steekje dat komt vertellen dat ge u weer eens te vroeg rijk gerekend hebt.

Maar ik wil mezelf deze ochtend ook niet verbieden om er een beetje van te genieten. Het is ondertussen na zevenen. De dag is begonnen, mijn cappuccino staat naast mij en voor het eerst sinds lang zit ik hier niet omdat de pijn mij uit bed heeft gejaagd. Ik heb vannacht niet naar de klok liggen kijken terwijl ik wachtte tot een Oxynorm eindelijk begon te werken. Sterker nog, om vijf uur werd ik wakker en besloot ik gewoon nog wat te blijven liggen.

Omdat het kon.

Misschien zit ik vanavond alweer te vloeken dat ik dit geschreven heb. Misschien blijkt dit gewoon een korte wapenstilstand en staat Ettertje straks alweer boven op T4 met zijn boog te zwaaien. Ik weet het niet.

Maar voorlopig is het stil. En ergens begint iets in mij heel voorzichtig te hopen.

Ik durf het alleen nog altijd nauwelijks hardop te zeggen.

Zou het dan toch...?

11 reacties

Je weet Vlaamse vriend hoe ik mijn blogberichten afsluit..... "Hoop, is er nog hóóóóóóóóóóp......". Als je dat niet meer hebt, dan......

Daar is helemaal niets mis mee en nagenoeg ieder blogbericht wat jij schrijft over pijn en gedachten, dat is voor mij zo herkenbaar........gek en wanhopig word je van die tyfus pijn!

Er zijn dagen dat je niets of vrijwel niets voelt en dan leef je op, helaas worden zulke dagen steeds zeldzamer, des te blijer ben je dat er weer eens eentje verschijnt.

Als je kanker hebt en pijn dan stoppen ze je eerst vol met Morfine of Oxycodon, vaak zonder een uitgebreide analyse te maken want je hebt immers kanker en dus HET MIDDEL daartegen en dat is Morfine of Oxycodon, dat laatste is ook Morfine maar dan nog sterker.....indien dat niet helpt nog meer en uiteindelijk Fentanyl. Zover is het bij mij niet gekomen maar uiteindelijk had mijn nieuwe oncologe iets van, zou de pijn mogelijk ergens anders vandaan kunnen komen? De schat...... ze heet Cathelijne.....

En ja, mijn pijn komt op dit moment niet van de kanker, iets wat je wel zou verwachten maar van mijn slechte rugwervels. Zenuwpijn, dus Pregabaline. Inmiddels ben ik sinds gisteren helemaal van de Oxycodon af, heb verstandig afgebouwd en nergens last van gehad.
Alleen, nou ja alleen, Pregabaline en sinds kort Tamsulosine en Vesicare omdat ik nog nauwelijks kan plassen, word vervolgd, vandaag een blogbericht hierover. 

Bij jou Vlaamse vriend is het helaas een combinatie, jij hebt dus zowel pijnstilling nodig tegen de kanker en tegen de zenuwpijn dat helaas in jouw geval ook een rol speelt....

Hoeveel "geluk" kan je hebben....

Ik hoop van ganser harte dat je nu eens een tijdje van die vreselijke pijn af bent man, heb zo met je te doen. Mentaal ben je ijzersterk, althans, zo kom je over. Ik wil nog wel eens in de put zitten, nou ja, weleens.....vrijwel iedere morgen ben ik een levend lijk, voel me dan 103 terwijl ik strompelend de trap afdaal richting de woonkamer waar mijn eega zich verheugd op mijn binnenkomst wat al snel de grond in word geboord door mijn opmerkingen van "Another Day in Paradise" of nog erger "Geef me maar een nekschot".... De dag kan beginnen.....

Hoop is er nog hóóóóóóóóóp........

Adië wa vriend, hou vol, we zijn en blijven niet te vreten! 

Laatst bewerkt: 18/09/2026 - 10:06

Een ziekenhuis in een LEZ-zone. Een beter voorbeeld van elitaire klassengeneeskunde is er amper te vinden en heel zorgwekkend dat veel mensen dit maar normaal lijken te vinden. Maar dat even ter zijde.

Wat de ettertjes de mond kan snoeren, daar zijn we meer dan ooit fan van! Dat je nog niet direct ronddanst omdat de vorige ervaringen hebben geleerd dat dingen snel kunnen veranderen, dat begrijpen we maar al te goed. Maar elk relatief pijnvrij of pijnarm moment is er eentje gewonnen. Dat ze zo nog maar veel mogen komen!

Laatst bewerkt: 18/09/2026 - 11:35

Ja, Willy, ik kan natuurlijk maar hopen dat die pijnlijke spuiten hun werk doen. En een bijna pijnvrije nacht, dat is voor jou onbetaalbaar. 

Geniet maar al van hetgeen je nu hebt gehad. Gewoon wat tokkelen op de computer met een kop Capuccino aan je zijde. Zonder veel pijn.

Denk nog maar niet teveel aan hetgeen nog zou kunnen komen. Dat zien we morgen dan wel weer, zei Ti-Ta-Tovenaar. Hopelijk kan die wat pijnloosheid uit zijn hoed toveren. En wanneer je weer wat pijn krijgt, met zijn stok zwaaien : en alles staat stil.

Marc.🙏🙏

Laatst bewerkt: 18/09/2026 - 12:20