De Man met de Emmer
De man met de emmer
Er was eens een man die een emmer droeg. Hij wist niet meer precies wanneer hij hem gekregen had. Misschien had hij hem altijd al gehad. In zijn jonge jaren was hij licht geweest en had de emmer vrolijk aan zijn hand geschommeld terwijl hij over de weg liep.
Er zat wat water in, natuurlijk. Iedereen draagt water met zich mee. Een verdrietje hier, een teleurstelling daar, een nacht waarin het leven wat donkerder leek dan gewoonlijk. Maar er was plaats genoeg en de man liep stevig door. Soms zelfs veel te stevig, maar dat zat nu eenmaal in zijn aard.
Naast hem liep een vrouw. Ook zij droeg een emmer. Ze liepen al zo lang samen dat geen van beiden nog precies wist waar de voetsporen van de ene ophielden en die van de andere begonnen. Ze hadden zonnige wegen gekend, maar ook modder, regen en stukken waar ze elkaar bij de arm moesten nemen om niet uit te glijden.
De emmer van de vrouw was in de loop der jaren zwaar geworden. Niet ineens, zo gaat dat zelden. Er waren steeds meer druppels in gevallen. Kleine kwaaltjes die bleven, pijn die 's morgens al wakker was vóór zij het was, een lichaam dat steeds vaker zei: vandaag niet.
De man kende die emmer. Hij kende zelfs het geluid van het water erin. Wanneer de vrouw moe werd, legde hij zijn vrije hand onder de bodem. Soms droeg hij hem een stukje mee, soms luisterde hij alleen naar het klotsen. Dat kon hij goed. Hij had tenslotte twee handen en zijn eigen emmer, ach, die droeg hij wel.
Zo hadden ze het eigenlijk altijd gedaan. Soms droeg zij wat van hem, soms hij wat van haar, en meestal wisten ze achteraf niet eens meer wie nu precies wat gedragen had. Daar waren ze ook niet aan begonnen om een boekhouding van bij te houden.
Tot er op een dag een donkere wolk boven hun weg verscheen en er één dikke druppel in zijn emmer viel.
Daarna kwamen er meer druppels. Onderzoeken, behandelingen, angst, vermoeidheid, slechte nachten, dingen die verdwenen en niet meer terugkwamen. De man keek af en toe in zijn emmer, maar nooit erg lang. Er kan nog wel wat bij, dacht hij, en dus liep hij verder.
De mensen die hem onderweg tegenkwamen vonden trouwens dat hij het uitstekend deed. Ge ziet er goed uit. Ge zijt nog zo actief. En natuurlijk het onvermijdelijke als ik u zo zie... De man glimlachte dan en maakte een grapje. Dat kon hij goed.
Niemand keek in zijn emmer.
De jaren gingen voorbij en de regen hield nooit helemaal meer op. Soms scheen de zon dagenlang en dacht de man dat het allemaal best meeviel. Dan wandelde hij, maakte plannen, dronk zijn cappuccino en vergat bijna dat hij überhaupt een emmer droeg. Maar water verdwijnt niet omdat de zon even schijnt en de laatste tijd kwamen de druppels sneller. Vooral de pijn bracht veel water mee.
Pijn, ontdekte de man, is een vervelend soort regen. Ze valt niet alleen op de plaats waar het zeer doet. Ze kruipt overal tussen. In uw slaap, in uw gedachten, in uw humeur en vooral in uw geduld. Een mens kan 's morgens opstaan met pijn in zijn rug en tegen de middag ontdekken dat diezelfde pijn blijkbaar ook in zijn hoofd is gaan wonen. Dingen waar hij vroeger nauwelijks naar omkeek, begonnen hem ineens mateloos te irriteren. Een geluid. Iets dat niet werkte. Een vraag op het verkeerde moment. Nog iets dat opgelost moest worden.
Allemaal kleine druppels waarvan hij zelf heel goed wist dat ze eigenlijk niets voorstelden.
Maar zijn emmer werd zwaar. Het hengsel sneed in zijn vingers en het water stond ondertussen zo hoog dat hij bij iedere stap voelde hoe het tegen de rand klotste. Soms hield hij even stil om zijn hand te wisselen. Daarna liep hij weer verder, want dat was wat hij altijd gedaan had. Alleen merkte hij dat hij steeds voorzichtiger begon te lopen.
De vrouw liep nog altijd naast hem en ook haar emmer was niet lichter geworden. Op een avond, toen de weg lang was geweest, schoof zij haar emmer een beetje naar hem toe. Een kleine beweging die ze in al die jaren al ontelbare keren had gemaakt. De man zag haar vermoeide handen en wist hoeveel pijn er in haar emmer zat. Hij wist ook dat zij daar net zomin om gevraagd had als hij om de zijne. Vroeger zou hij zonder nadenken zijn hand hebben uitgestoken.
Maar deze keer deed hij het niet. Niet nu, dacht hij.
Meer was het niet. Twee kleine woorden, maar hij schrok ervan. Want eigenlijk betekenden ze iets anders. Ze betekenden: ik kan het even niet meer. Niet voor altijd. Misschien zelfs niet voor lang. Maar nu niet.
Hij wilde zijn eigen emmer ergens langs de kant van de weg zetten, zijn vingers strekken en een tijdje niets hoeven dragen. Geen groot verdriet, geen klein verdriet, geen probleem dat opgelost moest worden en zelfs niets wat hem uit liefde werd aangereikt. Gewoon even niets.
En dat maakte hem verdrietig. Veel verdrietiger dan het gewicht van zijn eigen emmer. Want hij hield van de vrouw naast hem. Hij wilde nog altijd zijn hand onder haar emmer kunnen leggen wanneer die te zwaar werd. Hij wilde luisteren naar het klotsen, zoals hij dat al zoveel jaren gedaan had. Alleen had hij daar op dit moment geen hand meer voor vrij. Beide handen waren nodig om zijn eigen emmer recht te houden.
Dat verschil was moeilijk uit te leggen. Misschien daarom zei hij niets. Hij liep gewoon verder, naast de vrouw, maar keek steeds vaker naar dat dunne randje metaal waar het water tegenaan klotste. En voor het eerst waren het niet de grote buien waarvoor hij bang was. Die kende hij ondertussen. Hij was bang geworden voor één onnozel druppeltje. Een verkeerd woord, een geluid, iets dat kapotging, iets volkomen onbelangrijks waardoor alles wat hij jarenlang zo netjes had meegedragen ineens over de rand zou lopen.
Die avond kwamen ze thuis en zetten hun emmers naast elkaar bij de deur. De vrouw ging naar binnen en de man bleef nog even zitten. Ergens in huis lekte een kraan. Tik. Een druppel viel in zijn emmer en maakte een klein kringetje. Even later nog een. Normaal zou hij zijn opgestaan, de kraan dichtgedraaid, een tang gezocht en wat gemopperd omdat die natuurlijk weer nergens lag waar ze hoorde te liggen. Maar die avond kon hij het niet opbrengen.
Hij bleef zitten en keek naar de twee emmers. Vijftig jaar hadden ze die dingen over dezelfde weg gedragen. Soms de hare, soms de zijne, meestal een beetje van allebei. En nu zat hij daar met het vreemde, bijna beschamende verlangen dat er gewoon even niemand meer iets in de zijne zou gooien.
Geen druppel meer. Alsjeblieft. Gewoon even niet.
Het water stond tot aan de rand en de man wist niet goed meer hoe hij morgen verder moest lopen zonder dat het overliep. Misschien hoefde niemand zijn emmer van hem over te nemen. Misschien kon dat ook helemaal niet.
Maar ergens hoopte hij dat iemand zou zien hoe krampachtig hij hem inmiddels vasthield en zou begrijpen dat ge doet het toch nog goed niet altijd hetzelfde betekent als het gaat goed.
Buiten begon het zachtjes te regenen. De druppels tikten tegen het raam en gleden in lange strepen over het glas. De man bleef ernaar kijken.
Normaal hield hij van regen.
Maar vanavond niet.
17 reacties
Wat ontzettend prachtig geschreven.
Tranen in mijn ogen. Ontroerend ….❤️🙏
Nou, ik heb het de laatste tijd moeilijk. Meer en meer pijnklachten en ze krijgen het niet echt onder controle.
Vandaar dit sprookje
Dank voor je lieve reaktie🫂
Wat invoelend geschreven, Willy.
Tijdens het lezen moest ik denken aan mijn eigen blog: 'Soms zijn de emmers op'.Je beschrijft treffend hoe iemand zo lang blijft doorgaan, totdat zelfs een kleine extra belasting te veel kan voelen.
Ik hoop van harte dat er voor jou de komende tijd wat verlichting mag komen. Dat de pijn -hoe dan ook- wat meer naar de achtergrond raakt en er weer wat meer ruimte ontstaat voor de dingen die je energie geven❣️
Heb je blog even terug opgevist en herlezen. Je zegt het idd correct.
Het zijn niet de grote problemen die je nekken, maar vooral die kleinere irritaties. De constante opstapeling daarvan. Die doen je de das om
Je beschrijft het zoals altijd weer treffend, de (ziele)pijn die je voelt als je het even niet meer kan, de onmacht en de angst voor wat dat voor nu en in de toekomst kan gaan betekenen. Ik hoop, dat ze toch iets gaan vinden om de pijn te lijf te gaan en misschien, als een ander niet ziet dat de emmer zo vol zit, dat hij dreigt over te klotsen, proberen zelf een extra emmer te regelen als overloop voor jezelf of voor mw Willy op de gebieden waar dat mogelijk zou kunnen? Liefs en sterkte ♥️
Zo herkenbaar hoe pijn de emmer sneller vult met druppels. Ik ben blij dat ik in mijn leven af en toe wat water uit de emmer kon laten lopen. Daardoor kunnen de nieuwe druppels er nog bij, maar eens is hij vol. Dan gaan we de fentanyl en pregabaline maar weer ophogen, dan stopt het weer even met druppen.
Weet even niet zo goed hoe ik hierop kan reageren zonder de gebruikelijke clichés. Er is moed voor nodig om je zo kwetsbaar op te stellen maar ik hoop dat hierdoor het begrip ontstaat bij alle lieve mensen om je heen dat er een moment komt dat je niet meer de sterkste kunt zijn. ❣️
Tis vooral voor jezelf moeilijk om begrip op te brengen dat je niet meer de sterkste bent. Een heel mensenleven ben je dat dus wél geweest, en dát sucks
Wat heftig en weer mooi omschreven. Woow.
Weer zo’n prachtig verhaal, Willy. En zo dichtbij. Ik ben al even op zoek naar een grotere emmer, maar die zijn er helaas niet. Ik hoop dat je, ondanks alle sores toch overeind blijft en in ieder geval nog een beetje kunt genieten.
Lieve Willy,
Ik kon deze blog niet in één keer uitlezen. Zo intens….
❤️Fram
🫂💝🫂
🫂😥
Lieve Willy, als het kon zou ik jouw emmer even voor je dragen. Ik zou je kracht en moed sturen. Om na een poosje toch weer door te gaan. Op jouw weg. In jouw tempo.
Ik stuur je een warme knuffel, take care….🫂🧡
Mooi hoe je in een metafoor de emmer vernoemt die alsmaar voller raakt door alles wat we meemaken in ons leven. En waarmee we lopen door regen en storm, door modder, door de hitte. Dat we elkaar moeten ondersteunen om elkaars emmers te dragen.
En ja, eens kan het moment komen dat er de druppel teveel is die de emmer doet overlopen. Dan heb je hulp nodig van je vrouw, van lotgenoten, van witte jassen...
Marc. 🙏🙏
Ja andere Vlaamse vriend, zo is het maar net.... zie mijn reactie op mijn andere Vlaamse vriend.
Beste Vlaamse vriend,
Die emmer loopt bij mij ook al geruime tijd over............😭😭😭
Wat heb je dit weer "skitterend" geschreven. Ik haal even wat aan uit je blog en een reactie van jou op je blog..... doe ik ook wel vaker, zo ook nu....
"Maar ergens hoopte hij dat iemand zou zien hoe krampachtig hij hem inmiddels vasthield en zou begrijpen dat ge doet het toch nog goed niet altijd hetzelfde betekent als het gaat goed."
"Het zijn niet de grote problemen die je nekken, maar vooral die kleinere irritaties. De constante opstapeling daarvan. Die doen je de das om"
YES!!! Zo is het exact, althans, zo werkt het bij mij en ik denk bij velen.......en dus ook bij jou.
Hou vol Vlaamse vriend, je moest mij eens zien iedere ochtend wanneer ik uit mijn bed wankel, de trap afstrompelend en uiteindelijk de woonkamer betreed waar mijn eega hoopt dat ik een beetje vrolijk kijk en lach.... vergeet het maar helaas..... "Geef me maar een nekschot" en "Another Day in Paradise" mompel ik dan en zak diep zuchtend in mijn relax stoel, angst voor de dag die komen gaat..... inmiddels het besef hebbende dat ik niet meer kan fietsen, niet meer lange afstanden kan wandelen en dan die sauna die we hebben aangeschaft en de garage hebben verbouwd. Een klein vermogen heeft het gekost en ik heb er geen fuck zin in en voel de tranen opwellen bij die laatste gedachte......Doet zo'n pijn....
Ik kom de dag door met wat computeren, muziek luisteren, als ik dat toch niet had....... wat TV kijken en dat is het dan. Dat is mijn leven inmiddels en ik baal daar ongelooflijk van.😭
Na een uur of 2 herpak ik me wel weer wat en relativeer dat er zoveel ellende is in de wereld en dat wij ons gelukkig mogen prijzen dat we hier in Nederland, België. Duitsland en meer landen in West-Europa leven.
Ja, dan heb ik maar kanker maar kan toch nog wat plezier halen uit het leven dat ik nu leid, leid met ei en niet lijd zoals lijden ook al denk ik vaak dat ik lijd met een lange ij.....
Weer genoeg "proza" op de vroege morgen.
Hoi je taai Vlaamse vriend en je weet het, "we zijn en blijven niet te vreten" !!
Adië wa aus Kirchroa!