Tot Last
"Bij ongeneeslijke ziekte wordt vaak gesproken over wat de patiënt nog aankan. Veel minder wordt gesproken over wat de partner nog aankan. Ook mantelzorg heeft grenzen. En soms is de zwaarste vraag niet hoeveel pijn de patiënt nog wil verdragen, maar hoeveel belasting hij zijn partner nog wil opleggen."
Een zin die ik ergens las, en waarbij één woord bleef hangen.
Partner.
Als ge ernstig ziek wordt, draait plots alles rond u.
Hoe gaat het? Hebt ge pijn? Slaapt ge nog? Wat zegt de scan? Zijn er nog behandelingen mogelijk?
Dat zijn logische vragen.
Maar naast de patiënt zit meestal nog iemand in dezelfde wachtzaal.
Iemand die mee luistert. Mee hoopt. Mee schrikt. Mee aftelt naar de volgende controle.
En toch gaat bijna elk gesprek over degene die ziek is.
Nooit over degene die mee ziek wordt.
En dat is toch wat mantelzorg eigenlijk is.
Niet iemand die af en toe eens een boodschap doet of meegaat naar de specialist.
Maar iemand wiens leven langzaam, bijna ongemerkt, rond de ziekte van een ander begint te draaien.
Het woord mantelzorger klinkt trouwens veel mooier dan de werkelijkheid.
Het doet denken aan warmte. Aan zorg.
Aan liefde.
En dat is het ook.
Maar liefde is niet genoeg.
Want wat als degene die moet zorgen, zelf ook al elke dag zorg nodig heeft?
Dat is een vraag die zelden gesteld wordt.
We kijken naar de patiënt en vergeten soms dat de mantelzorger soms evengoed een mens is met een lichaam dat niet meer doet wat het vroeger deed.
Liefde verandert niets aan een versleten rug.
Ze maakt pijnlijke knieën niet beter.
Ze geneest geen slapeloze nachten.
Ze geeft geen nieuwe energie aan een lichaam dat zelf al jaren aan het vechten is.
Ze geeft alleen een reden om toch nog een beetje langer door te gaan.
Maar wat als die reden op een dag niet meer volstaat?
Wat als de liefde nog even groot is als vroeger, maar de draagkracht stilaan kleiner wordt?
Wat als de mantelzorger op een ochtend wakker wordt en beseft dat hij/zij niet meer bang is voor de ziekte, maar voor de volgende dag?
Dat is een vraag waar we opvallend weinig over spreken.
Misschien omdat niemand ze durft te stellen.
Want zodra ge ze hardop uitspreekt, lijkt het alsof ge de liefde zelf in vraag stelt.
Terwijl het daar helemaal niet over gaat.
Het gaat over de eenvoudige vaststelling dat ook een mantelzorger een mens is.
Geen superheld. Geen heilige.
Gewoon een mens.
Met een lichaam dat moe wordt.
Met een hoofd dat soms overloopt.
En met een grens die niemand kent... tot hij/zij er plots tegenaan botst.
Gelukkig bestaat er thuisverpleging. Gezinszorg. Vrijwilligers.
Allemaal mensen die een stuk van de last kunnen overnemen.
Maar niemand kan de ongerustheid overnemen.
Niemand kan het verdriet overnemen.
En niemand kan de vraag beantwoorden die waarschijnlijk vroeg of laat in elk huis opduikt waar een ongeneeslijke ziekte woont.
Hoe lang houden we dit nog vol?
Misschien is dat ook de reden waarom zoveel ongeneeslijk zieken zeggen:
"Ik wil niemand tot last zijn."
Vroeger dacht ik dat mensen dat zeiden omdat ze hun zelfstandigheid niet wilden verliezen.
Nu denk ik dat er nog iets anders achter schuilt.
Misschien zijn ze niet zo bang voor hun eigen aftakeling.
Misschien zijn ze veel banger voor de aftakeling van degene die naast hen staat.
Voor het moment waarop liefde alleen niet meer volstaat.
Misschien begint een ongeneeslijke ziekte pas écht zwaar te worden op de dag dat ge uzelf afvraagt hoeveel ge nog van iemand anders moogt vragen.
Daar bestaat geen scan voor. Geen bloedonderzoek. Geen richtlijn.
En misschien is dat wel goed ook. Want dat antwoord is voor ieder mens anders.
Misschien verwachten we wel te veel van liefde.
Wij doen vaak alsof liefde alles overwint.
Maar liefde overwint geen kanker. Geen artrose. Geen chronische pijn. Geen aftakelend lichaam.
Wat liefde wél doet, is twee mensen veel langer naast elkaar laten stappen dan ze op eigen kracht ooit zouden kunnen.
En misschien is dát wel de grootste tragiek van een ongeneeslijke ziekte.
Niet dat de liefde verdwijnt.
Maar dat ze soms langer blijft leven dan de kracht om haar nog elke dag vorm te geven.
13 reacties
Van iemand die altijd alleen zit un wachtkamers, elk gesprek alleen voert, de nacht alleen doorkomt en overdag probeert zo weinig mogelijk mensen te belasten... Ik kan me dat dus niet voorstellen hoe het is, iemand naast je hebben. Laat staan voorstellen dat je daar een last voor zou zijn... mijn hart gaat al kapot bij het idee. Ik ga dit blog dus eens een paar keer herlezen 😊.
Zoals ik heel subtiel probeerde te verwoorden. Wat als je partner het al enorm moeilijk met zichzelf heeft. Wat als de zorg voor een aftakelende partner, hoe groot de liefde ook mag zijn, meer is dan ze baas kan ?
Ja, daar ga ik eens over nadenken... moet een vreselijk dunne koord zijn om op te lopen...
We hadden het er vandaag nog over. Precies dat wat je schrijft. Mooi verwoord 🙏
Toen Henk zijn euthanasiewens uitsprak bij de huisarts zei hij: want ik wil niet dat Monique en de kinderen mij zien lijden. Niet omdat Henk bang was voor lijden, maar omdat hij ons dat wilde besparen koos hij voor euthanasie. Ik had het nog wel veel langer vol kunnen houden, maar hij wilde niet het punt bereiken dat ik zou knakken. Dat wilde hij mij niet aandoen. Ook dat is liefde.
Exact hoe ik erover denk. ❤️
Monique, daaruit spreekt dus een liefde die eigenlijk niet in woorden is te vatten, het omvat werkelijk alles!
Liefs Fram
Begrijp ik hieruit dat dit verhaal jouw / jullie situatie beschrijft? Dat lijkt me bijzonder lastig! Eerlijk gezegd heb ik geen idee hoe ik het ga beleven wanneer ik meer hulp nodig ga hebben op den duur. Maar je verhaal zet me wel aan het denken.🧡
idd. Heb je er prive op geantwoord.
Herkenbaar...na 6 jaar mantelzorg voor Ted (chronische alvleesklier ontstekingen) was ik kapot. En toen kwam de kanker. Ted vroeg aan de huisarts direct of hij naar het ziekenhuis of hospice mocht. " Want Ing trekt het niet meer" had hij letterlijk tegen de huisarts gezegd. Hoorde ik achteraf van de huisarts... Het is zwaar. Ook met alle liefde van de wereld. Je lijdt mee.
Tja, mantelzorg is thuis nog niet aan de orde. Maar fingers crossed, hout vasthouden.
Ik heb het thuis gezien. Papa die mantelzorger was geworden voor mama. Terwijl hij zelf begon te dementeren. Naast kanker is dementie toch één van de vreselijkste ziekten die een bejaard mens kan krijgen.
En een vriend die ook enkele jaren mantelzorger is geweest voor zijn moeder. En die dat met heel veel toewijding. Ik heb er diep respect voor.
Marc.🙏🙏
Ik kan alles wat je beschrijft alleen maar beamen. Ik zie het allemaal, meneer Fram niet..Althans dat merk ik nergens in/ uit…logisch ook wel , want bij autisme is er dus juist het ontbreken van de werkelijke sociale wederkerigheid. Er is enkel aangeleerde , robotachtige , sociaal gewenste wederkerigheid, en als het er dan op aankomt is het leeg…dan is het tasten in het duister of leegte…zoiets…
Dat jij reflecteert maakt je een rijk mens, voor jezelf en je naasten. Het is “de wijze van er naar kijken , dat je verarmen doet of verrijken. “
Liefs Fram
Heel mooi en treffend aan het papier toevertrouwd Willy. Weer veel stof om over na te denken. Bedankt. Het is een stuk om te bewaren en ook aan anderen voor te leggen.