Een nieuw landschap

Hoe het is gegaan. Er was, op een dag in het voorjaar, een verdikking op de voorkant van mijn linkerborst. Tijd van de maand, dacht ik, en over een paar dagen nog maar eens voelen. Ik was alert maar niet ongerust. Dat je op knobbels moest letten, dat had ik geleerd. Dit was geen knobbel en borsten voelen iedere maand anders. Dat zeiden mijn vriendinnen ook. Maar de tijd van de maand ging voorbij en de verdikking ging niet weg. 

Het werd zomer. Iets in mij stelde af en toe een vraag maar nee, de verdikking werd niet groter en datgene wat vanzelf komt gaat meestal ook vanzelf weer weg. Twee maanden lang steek ik mijn handen uit de mouwen in het paradijsje in de Franse Morvan. Gespierd word ik ervan. En bruin. En ontspannen. Aan de verdikking heb ik geen seconde meer gedacht. 

‘Niet wakker van liggen’, zegt de huisarts als aan het eind van de zomer blijkt dat ik niet meer op mijn borst kan liggen. ‘Ik stuur je door omdat ik het niet weet.’ Ben ik al ongerust? Ja. Nee. Soms. 

Hier zit iets wat er niet moet zitten

Twee weken later zit ik in de wachtruimte in het ziekenhuis. ‘We willen graag nog een extra foto van de linkerborst’, zegt de verpleegkundige als ze me voor de tweede keer binnen roept voor de mammografie. ‘Hier zit iets wat er niet moet zitten’, zegt daarna de radioloog met een ernstig gezicht terwijl hij de echo maakt. En dat hij ook meteen een biopt uit de lymfen neemt. Verdacht zijn ze. Want vergroot. Zes stuks in totaal. Nee, ik hoef niet zelf een afspraak met de huisarts te maken om de uitslag te bespreken: ‘dit gaat gelijk ter beoordeling door naar de patholoog op het laboratorium. U wordt vandaag gebeld door de mammapoli voor een afspraak met de chirurg.'

‘We weten nog niets meer dan gisteren’, zeg ik tegen mijn geschrokken naaste omgeving. Dat ze bij de feiten moesten blijven, dat zeg ik ook. Dat ze mij niet helpen door nu in de paniek te schieten en dat we het moeten zien uit te zingen tot de afspraak met de chirurg een week later. En dat de uitslag ook mee kan vallen. Dat was precies wat ik dacht, behalve op de momenten dat ik het niet dacht. De week was (te) lang. En de uitslag viel niet mee. De uitslag viel helemáál niet mee. Gelegenheid om keuzes tegen elkaar af te wegen had ik niet: ik had geen tijd te verliezen. 

Silver lining

Kanker, het cadeau van het leven. Het was de titel van een boekje dat ik een paar weken geleden op een van mijn eindeloze wandelingen door de buurt uit een boekenkastje haalde. Een ‘wandeling door het park’ wilde de schrijver ervan het niet noemen, de chemobehandeling die zij had ondergaan, maar haar advies was om er ook niet al te zwaar aan te tillen. Een diagnose kanker is niet fijn, maar je moet de impact ervan ook ook niet overdrijven. De ziekte is immers tegenwoordig goed te behandelen, chemo valt best mee en veel is, zo was de strekking, vooral ook een kwestie van mindset. Nog dezelfde dag plaatste ik het boekje weer terug in het kastje, niet van zins om nog maar iets van deze schaamteloze flauwekul en over-één-kam-scheerderij tot me te nemen. Dat is dan weer het voordeel van twintig weken chemo, een borstamputatie en vijftien bestralingen: helderheid op datgene waar ik wel of niet mijn tijd en mijn energie (meer) aan besteed.   

In het afgelopen jaar kwam ik erachter dat veel van waar ik me druk om maakte er maar zeer beperkt toe doet: een diagnose kanker haalt alles weg wat niet essentieel is. Maar wat overblijft -het leven, de mensen om me heen, de liefde- is zó groot dat het bijna niet in woorden past: dat mensen met me meedroegen, datgene wat ik niet in mijn eentje kon dragen. Dát is de silver lining van datgene wat me overkwam. De rest van dit cadeau had ik echter graag onuitgepakt willen laten, willen ruilen of simpelweg niet in ontvangst hebben willen nemen. 

Gewone dagen 

‘Ik zie u over een jaar weer’, zei de chirurg een paar weken geleden. ‘Gefeliciteerd met uw laatste bestraling’, zei de radiotherapeut vorige week, zeer in zijn nopjes bij het zien van mijn huid en het litteken, na drie weken dagelijks radiotherapie. ‘Je blijft een keer per half jaar bij mij op controle in het kader van de hormoontherapie’, zei de oncoloog de dag erna. 

Dat ik nu zelf heel alert moest blijven, zei ik toen ik constateerde dat met deze afspraak het medische circus van de afgelopen maanden tot een einde komt. 'Dat zou ik niet eens zo doen,' zei de oncoloog. 'Daarmee jaag je jezelf alleen maar aan.' En dat ik vanaf nu vooral weer ‘gewoon’ mijn leven moet gaan leiden. Dat zei ze ook. 

Hoe je zomaar uit het leven geplukt kan worden.
Om er vervolgens zomaar weer in terug te worden geplaatst. 

Ik heb mijn handen vol aan dit nieuwe landschap. Aan het me overgeven aan de vermoeidheid als gevolg van de bestralingen. Aan het verzorgen van mijn huid. Aan het wennen aan mijn nieuwe, gehavende lijf. Aan het aanbrengen van een nieuwe structuur in mijn dagen, nu deze niet meer wordt bepaald door die van het ziekenhuis. En aan gewone dagen die nog allesbehalve gewoon voelen. Misschien is dat wel wat herstel werkelijk betekent: niet terugkeren naar hoe het was, maar langzaam leren leven met hoe het is. 

‘Als ik jou was, zou ik het doen, het oncologisch revalidatietraject’, zei de verpleegkundig specialist in het laatste gesprek vorige week. ‘Want je hebt nogal wat achter de rug.’

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2 reacties