Professionele nabijheid
Als ze íéts had geleerd dan was het dat je lief voor jezelf moet zijn tijdens de bestralingen. Borstkanker had ze gehad, haar moeder. Twee keer zelfs. Echt lollig was het allemaal niet geweest, dat zei ze er onmiddellijk bij. Vermoeidheid. En ellende vanwege een verbrande huid. Niet dat dat mij ook hoefde te gebeuren. Maar wat ze er maar mee zeggen wilde: ik kon dus nog makkelijk tachtig worden. Dat werd haar moeder per slot van rekening ook.
Dat dat precies het idee was van deze hele exercitie, antwoordde ik opgewekt, in het ziekenhuisbed in de voorbereidingsruimte van de operatiekamer. Dat dat namelijk ook was wat de oncologisch chirurg me drie weken ervoor in het vooruitzicht had gesteld toen ze de knoop doorhakte met betrekking tot mijn operatie. Dat ik er van haar zelfs nog drieënvijftig jaar bij krijg en dus honderd word, in lijn met mijn oersterke voorgeslacht. Dat zei ik allemaal, met een gemak alsof ik dagelijks in dit soort omstandigheden verkeer. Dat ik daar op dit moment alleen nog even niet uit hing, dat zei ik ook. Koud had ik het namelijk tussen de warme dekens in dat ziekenhuisbed, in mijn operatiehemd. Hartstikke koud. Dat ik in het kader van de overzichtelijkheid voor mezelf besloten had om het hele behandeltraject stap voor stap te ondergaan. En dat mijn op handen zijnde borstamputatie en de verwijdering van de schildwachtersklier daarin weer een volgende was. Dat snapte ze goed, zei ze terwijl ze het infuus prikte ter voorbereiding op de anesthesie. Maar dat ik dus heel lief voor mezelf moest zijn tijdens de bestralingen. Dat ik vooral een moorkop moest nemen als ik trek had in een moorkop. Of patat met mayonaise als ik trek had in patat met mayonaise.
‘Laten we elkaar morgen even goed in de ogen kijken’
Terwijl mijn beste vriendin en ik de middag voor de dag van de operatie stuk sloegen met het eten van bitterballen op het strand, werd ik verrast door een telefoontje van de chirurg waarin ze vroeg of ik er bezwaar tegen had om me de dag erna een uur eerder in het ziekenhuis te melden dan was afgesproken. Wat is ze ontzettend vriendelijk, dacht ik als eerste. En dat ze me hier zelf over belt en dit blijkbaar niet over laat aan een afdeling planning, dat dacht ik ook. ‘Eigenlijk vind ik het in het geval van amputatie beter dat mensen een nachtje in het ziekenhuis blijven’, zei ze, toen ik van de gelegenheid gebruik maakte om bij haar aan te geven dat ik graag naar huis wilde na de operatie. ‘Maar laten we afspreken dat we elkaar morgen tijdens mijn ronde aan het eind van de dag even goed in de ogen kijken. Dan besluit ik op basis daarvan of het verantwoord is dat u naar huis gaat.’
Business as usual
De buitenwereld verdween op die vroege donderdagochtend in dat ziekenhuis in die andere stad. Ook daar ging het er vriendelijk en professioneel aan toe. Vragenlijsten moesten er worden afgenomen, telefoonnummers genoteerd, mijn geboortedatum gecontroleerd en mijn bloeddruk gemeten. ‘Business as usual’ op een dag die voor mij een kleine aardverschuiving betekende.
In een ander ziekenhuis gelden andere regels. De chirurg kon wel gezegd hebben dat ze aan het eind van de dag langs zou komen om te bekijken of ik naar huis kon, maar operaties liepen altijd uit. Daar moest ik dus helemaal niet op rekenen. En dat mijn beste vriendin als contactpersoon door de chirurg na de operatie gebeld zou worden om te horen hoe het allemaal was gegaan om zich erna weer bij mij te voegen, dat was ook niet aan de orde. Daar had de chirurg helemaal geen tijd voor. Ze mocht zéker komen, maar pas tijdens het bezoekuur om 16 uur. Allerlei mensen die op een afdeling in en uit lopen, daar konden ze niet aan beginnen.
Menselijke warmte als medicijn
‘Menselijke warmte is het meest kalmerende middel dat je kunt innemen’
Onlangs las ik een interview met de Belgische oorlogschirurg en humanitaire arts Reginald Moreels. De kernboodschap ervan was dat wanneer mensen kwetsbaar zijn of zich kwetsbaar voelen ze niet alleen behoefte hebben aan medische zorg, maar vooral ook aan nabijheid, aandacht, ontmoeting en medemenselijkheid. Hij benadrukte dat menselijke nabijheid en verbondenheid uiteindelijk meer troost bieden dan technische oplossingen of materiële zekerheden.
Ik mijmerde er over door, koppelde het aan mijn eigen ervaringen in deze afgelopen maanden en verbond het aan het begrip professionaliteit. In het werk dat ik doe hebben we het er veel over hoe het een begrip is dat heldere beelden oproept aan de ene kant en resulteert in vaagheid aan de andere: stel honderd mensen de vraag ‘wanneer vind jij iemand professioneel’ en je krijgt honderd verschillende antwoorden. Eén ding lijkt echter duidelijk: dat professionaliteit en nabijheid op gespannen voet met elkaar staan. Professionele distantie houden – we hebben er zelfs een woord voor.
Rode lippenstift
Ineens was ze er, in die koude voorbereidingsruimte. Haar altijd mooie schoenen had ze verruild voor klompen, de witte doktersjas voor een blauw operatiepak. Haar rode lippenstift was overeind gebleven. ‘Dag mevrouw Van Vliet, goed om u hier te zien’. Ze leunde ontspannen met haar armen over elkaar op de randen van mijn ziekenhuisbed. Waar ik aan ging denken als ik onder narcose ging, omdat je als je aan iets leuks denkt er naderhand beter uit blijkt te komen, vroeg ze. En of ik er klaar voor was. En dat ik me echt geen zorgen hoefde te maken omdat ze áltijd met de contactpersoon belde als de operatie achter de rug was. En dat we elkaar hoe dan ook tijdens haar ronde aan het eind van de dag even in de ogen zouden kijken, hoe laat het ook zou worden. ‘Wij zijn er klaar voor’, zei ze, terwijl ze haar hand op mijn schouder legde en het laken nog even strak trok. ‘Ligt u warm genoeg want anders vraag ik voor u nog even om wat warme dekens – ik zie u dadelijk in de operatiekamer.’
‘Je hebt de allerliefste’, zei de verpleegkundige van de moorkoppen toen de chirurg vertrokken was. ‘Van alle artsen die ik hier voorbij zie komen heb jij degene die het meest is afgestemd op haar patiënten.’
3 reacties
Wat heb je dit weer mooi beschreven. En al blijft ik vooral achter met de vraag: hoe is het gegaan en hoe is het nu met je, vind ik het zo mooi om te lezen hoe het contact, het gezien worden, een enorm verschil maakt. In een zorgwereld waarin versnippering zo groot is, iedereen haar eigen stukje, haar eigen taken en verantwoordelijkheden, is het soms moeilijk het geheel te blijven zien. De mens te zien. Een mens die misschien wel haar slechtste dag heeft. En die dag blijft misschien wel de slechtste dag, maar dan wel een slechte dag waarin zij eerst mens was en daarna pas patiënt.
Dank je voor het delen.
Hoi Riana,
Dankjewel!Ja, eerst mens, dan patiënt! Mooi gezegd!
Met mij gaat het naar omstandigheden goed. Ik begin de lange adem van dit traject wel steeds meer te voelen… Inmiddels volop in de bestralingen maar daar komt binnenkort als het goed is een eind aan. In de wetenschap waar ik het allemaal voor doe!
Hartelijke groet, Marieke
Wat mooi geschreven, zoveel liefde schrijf je in je kwetsbaarheid.
Al mijn steun voor jou gewenst!!