Kantelpunten

In het begin van mijn kanker carrière geloofde ik koppig dat ge kanker misschien toch een klein beetje op afstand kon houden door te blijven bewegen. Lopen, joggen, fitness. Niet genezen, daar was ik realistisch genoeg voor, maar toch… afremmen misschien. De kanker wijsmaken dat hij zich vergist had van lichaam.

Na de diagnose, de operatie, de ADT en de Docetaxel ben ik dus niet stilgevallen. Terwijl mijn lijf chemisch werd leeggeplukt alsof een boze boer een kip stond kaal te trekken, liep ik nog altijd rond alsof ik auditie deed voor de Antwerpse 10 Miles.
En een jaar later liep ik duurlopen van dertig kilometer. Zonder problemen. En eerlijk? Ik had vóór mijn kanker nooit zo’n goede conditie gehad.

En dat maakte het allemaal nog erger.
Want ge begint te geloven dat ge misschien ontsnapt zijt aan de regels. Dat ge een van die uitzonderingen zijt. Zo’n geval waar dokters later op congressen over spreken.

“Merkwaardig dossier.”
“Opvallende fysieke recuperatie.”
“Patiënt bleef uitzonderlijk performant.”

Pfff.

Tot ge op een gegeven moment merkt dat het toch niet zo werkt.
Niet plots. Niet dramatisch. Ge krijgt gewoon een kantelpunt. Geen witte jas die zegt: “Meneer Willy, vanaf vandaag gaat alles achteruit.”

Neen. Vooruitgang wordt achteruitgang.

Ge merkt dat het moeilijker begint te worden. Dat herstel langer duurt. Dat ge vroeger thuiskwam van een duurloop met het gevoel dat ge best nóg vijf  kilometer meer kon doen, terwijl ge nu eerst vijf minuten naar uw schoenen moet zitten kijken alsof ge onderhandelt met een vakbond.

En toch blijft ge doorgaan. Want,  kanker of niet, ge hebt een jaar lang alleen maar vooruitgang gezien. Dus ge denkt automatisch dat dit tijdelijk is. Slechte dag. Slechte week misschien. Ge begint excuses te zoeken. Te warm. Slecht geslapen. Verkeerde schoenen. Tegenwind. De stand van Jupiter.

Tot ge diep vanbinnen beseft: het ligt niet aan Jupiter. Het ligt aan jezelf.

En dan komt het volgende kantelpunt.

Dat moment waarop joggen geen plezier meer is, maar frustratie. Waarbij ge thuiskomt met het gevoel dat ge niet meer aan het sporten zijt, maar aan het falen. Pfff. Dat is een gemene fase hoor. Want ge wilt nog wel. Je hoofd wil nog altijd vertrekken alsof ge twintig zijt, maar je lijf staat achteraan op het perron nog te zwaaien naar een trein die al vertrokken is.

Dus begint ge te wandelen.

En eerlijk? Dat gaat nog verrassend goed. Tien kilometer. Vijftien kilometer soms. Zeker als er onderweg cappuccino of een terras in het verschiet ligt.

Maar ondertussen sluipt er iets anders binnen: vermoeidheid. Niet gewone vermoeidheid. Niet “ik ben moe van hard gewerkt te hebben”.
Eerder zo’n rare kankeruitputting die je ineens overvalt alsof iemand onverwacht de stekker uit uw batterij trekt. Trappen worden lastiger. De trap dweilen een dagtaak. Een paar uur karweien en ge zijt leeg. In de tuin werken lukt alleen nog als de zon zich gedeisd houdt, anders staat ge daar na twintig minuten te dampen als een Fiat Scudo die met caravan de Alpen probeert over te steken.

En dan komt weer zo’n kantelpunt.
Dat ge uw energie moet beginnen verdelen alsof het rantsoenen zijn in oorlogstijd.

Plots draait heel uw leven rond voormiddagen.
Want ’s morgens — gelukkig misschien —  zijt ge nog altijd springlevend. Om zes uur zit ik hier achter de pc met mijn cappuccino alsof ik de dag persoonlijk ga aanpakken. Fitness? Karweien? Bloggen? Wandelen? Kom maar op.

Maar tegen de middag… pfff.

Dan is het precies alsof iemand ergens een hoofdschakelaar omzet.
En dan zijt ge nog juist goed om wat achter de computer te zitten suffen, twintig keer dezelfde zin te lezen, en u af te vragen waarom ge naar de keuken zijt gewandeld.

En gisteren gebeurde dus iets waarvan ik altijd gedacht had: dat gaat mij niet overkomen.

Ik was ’s morgens gaan fitnessen. Daarna nog gezellig met Mevr willy naar een rommelmarktje geweest. Zo’n typisch ouderemens-uitstapje tussen porseleinen hondjes, vergeelde stripboeken en dozen vol kabels waarvan niemand nog weet waarvoor ze dienen.

En ’s middags ben ik voor het eerst in heel mijn kankercarrière een middagdutje moeten gaan doen.

Gewoon plat. Niet vrijwillig. Niet zo’n gezellig “ik ga eens een dutje doen”. 
Neen. Echt het soort slaap waarbij uw lijf zegt: gedaan jongen, gij gaat nu liggen en verder discussiëren doen we straks wel.

Weer een kantelpunt dus.

En dan komt automatisch die ongemakkelijke gedachte opzetten: hoe gaan de volgende eruitzien?

Want dat is misschien nog het moeilijkste van allemaal.
Niet de vermoeidheid zelf. Niet dat dutje. Niet dat trager worden.

Maar dat stille besef dat er ergens verderop altijd opnieuw een volgend kantelpunt staat te wachten.

18 reacties

Mijn ogen zijn vochtig want het is verdomde herkenbaar. Na de operatie leek mijn lijf zo blij als een kermisvogel en werkte het een jaar lang als bijna nooit tevoren. En toen kwam het. Dat stap voor stap minder kunnen. Dingen die steeds meer inspanning kostten. En ja, het ondertussen dagelijkse dutje... Waarbij je soms denkt "Ben ik nu flauw? Of er gewoon aan geworden?" Maar als je niet luistert, vallen de ogen zomaar dicht. En ondanks alles blijven hopen op een betere periode. En plezier proberen te vinden in wat nog wél lukt... Soms is dat makkelijker, soms lastiger. 

Laatst bewerkt: 27/05/2026 - 09:30

Halleluja, respect voor je discipline en doorzettingsvermogen! En wat fijn dat je een ochtendmens bent. Dan mag je toch ook in de middag wel inkakken. Maar dat is níet wat je wilt. Het gevoel van steeds meer moeten inleveren… dat besef dat je onder geen beding meer ontsnapt aan de regels… dat is gewoon naar en heel droevig! 😔 

Laatst bewerkt: 27/05/2026 - 11:01

Ik ben dus géén ochtendmens en daar baal ik wel van. Ik moet mezelf echt een schop onder de kont geven maar ook daar heb ik de laatste tijd geen puf voor;-)  Maar… jouw blog heeft er wel voor gezorgd dat ik nu klaar zit om straks even een goed stuk te wandelen, kan ik daarna met een voldaan gevoel weer instorten😬 

Laatst bewerkt: 27/05/2026 - 12:34

Ondanks het feit dat ik nog in mijn "wittebroodstijd" zit, merk ik toch ook dat vermoeidheid om de hoek loert. Niet meer racen met de fiets samen met de jongere goden van de club maar rustig, rustig, al kan ik nog wel een behoorlijke afstand aan. 

Maar dan vermoeidheid annex slapen. En da's geen gewone slaap. Dat is er meestal zo eentje die je weer doet ontwaken met een gevoel alsof er een hersenbloeding op komst is. Om dan nog over rare dromen te zwijgen.

Marc.🙏🙏

Laatst bewerkt: 27/05/2026 - 22:38

Heel herkenbaar. Welkom bij de tukclub. Ik moet al een paar jaar elke middag even gaan liggen voor een tukkie. En soms als ik veel heb gedaan een echte lange tuk van 2 uur. Ik heb me er maar letterlijk bij neergelegd, want als ik dat niet doe komt er meteen oogmigraine opzetten. Allemaal bijwerkingen van die k.tkanker, maar ondanks alles zeg ik nog steeds: zo wil ik wel 100 worden.

Liefs, Monique

Laatst bewerkt: 28/05/2026 - 10:16

Zó herkenbaar dit.. bij mijn man gaat het precies hetzelfde, van een oersterke man die vroeger keihard werkte van 6.00 tot 22.30 in onze drankenhandel tot een (super lieve) man die bijna geen krat meer kan tillen, kracht helemaal kwijt en elke middag een dutje moet doen om de dag door te komen, heel moeilijk om te zien 😔

Laatst bewerkt: 28/05/2026 - 11:40

Aiaiaiai... 

Ja, daar beschrijf je wat, niet zomaar wat, maar de realiteit, de waarheid, de harde waarheid... ik denk echter niet dat het kantelpunt ligt bij dat "tukje in de middag", dat is net zo makkelijk "leeftijd" gerelateerd 💁‍♀️ maar het is een andere vermoeidheid die parten speelt. Het is toch een soort "wedstrijd" die gelopen wordt... soms snel, soms hard, dan weer even langzaam, soms slim, om af en toe verbouwereerd stil te staan en ook "de achteruit" komt voorbij... Het lijkt ook als op de kermis in een botsauto. Een kermis waar je eigenlijk wel klaar mee bent, die vermoeidheid, die doet je de das om! 

Hier thuis zitten we nog in die eerste "optimistische" fase van de eerste alinea's (Fokko althans) en ik hoop van ganser harte dat hem nog heel wat "wedstrijden" gegund zijn.

Ik hoop van ganser harte Willy, dat er voor jou nog een paar mooie wedstrijden in het verschiet liggen en zoals bij elke competitie, hoe verder je komt, hoe zwaarder de tegenstander! Vaak is een rustpauze ook een onderdeel van het spel, dus pak gewoon je momentje 😴 geeft weer energie voor de volgende helft 🍀🫂😘

Laatst bewerkt: 28/05/2026 - 21:31